Een zware blessure zet het leven van de verlegen Betty stil. Tijdens haar herstel gebeurt er iets onverwachts en ontdekt ze wie ze ook kan zijn.
Credits
Regie en montage: Loes de Groen
Eindredactie: Annegriet Wietsma, Valentine van der Lande
Fine edit, sounddesign en muziek: Rik Rensen, Jos Jansen (Big Orange)
Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!
Mijn naam zou Betty kunnen zijn. Het is Betty. Ik ben nooit iemand geweest die zomaar ergens instapte. Dat ik dat toch deed op mijn 66ste heeft mijn leven veranderd. Dit is mijn verhaal.
Ik kom uit Zuid-Limburg, een dorpje in de buurt van Sittard. Ik ben 69 en een half. Ik heb twee kinderen, een zoon van 35 en een dochter van 37. Ik ben dit jaar gescheiden. Het klinkt heel rot. Mijn man en ik zijn niet meer samen. Dat vind ik prettiger klinken. Ik woon alleen. En ik heb het goed.
Ik was in mijn jeugd vooral… ik denk, meer een jongensachtig meisje. Ik hield van stoere dingen. Ik wilde in verkeerspalen klimmen. Ik ging hutten bouwen. Er waren jongens in de buurt die sprongen van garagedaken af. Ja, dat soort dingen deed ik. Ik ben niet zo van de hele grote groepen. Ik heb ook altijd maar één vriendin gehad, één goede vriendin. Dat is zoals ik ben. Gewoon liever dingen in mijn eentje doen. Op de middelbare school heb ik wel in een handbalteam gezeten. Dat vond ik ook wel leuk. Maar daarnaast deed ik dan ook atletiek op de middelbare school. Hardlopen en hoogspringen en verspringen. En dat stond me veel beter aan. Dus ook weer in mijn eentje.
Eigenlijk wilde ik sportdocent worden. En toen zei een tante van me, maar heb je al eens nagedacht over fysiotherapie? Ik had er nog nooit van gehoord. Ik kon door fysiotherapeut te zijn van mijn sporten mijn werk maken. En ook van mijn passie een beetje gebruik maken door andere mensen te laten inzien dat bewegen belangrijk voor je is.
Ik zie wel hoe verlegen dat ik was en hoe belemmerend dat dat kon zijn. Ik zat in het eerste jaar fysiotherapie. Daar was een conversatiezaal waar iedereen bij elkaar kwam voordat de lessen begonnen. En daar kon ik niet in kijken, er waren geen ramen. Die muren waren dicht en de deuren waren dicht. En dan kwam ik er aan en dan hing ik mijn jas op aan de kapstok. En dan dacht ik, ‘oh mijn god, als er nou niemand is die ik ken, niemand van mijn groep, zelfs niemand van de parallelklas, dan sta ik daar en dan kijken ze me allemaal aan. Iedereen draait zich om en dan denken ze… wat is dat voor een rare meid die daar staat en wat komt die hier doen?’ Ik voelde me daar misplaatst, te verlegen. En wat ik dan deed was, dan bleef ik bij de kapstok staan. De hele tijd mijn jas ophangen, mijn jas ophangen, mijn zakken checken, mijn tas checken, mijn jas weer ophangen, de sjaal goed doen. Totdat ik iemand zag binnenkomen die uit mijn klas kwam of die ik kende en dan maakte ik de job af. Dan hing ik mijn jas op en dan hing die echt en dan liep ik met die persoon mee naar binnen en zo van, pfoe, er is tenminste iemand die ik ken en ik durf hier naar binnen te gaan.
Vorig jaar heb ik een autisme zelfdiagnosetest gedaan op advies van iemand in mijn omgeving. Doordat diegene vertelde over haar autisme-diagnose, herkende ik heel veel in mezelf. Dingen van mezelf waarvan ik dacht, oh ja, dat is misschien wel autistisch geweest. Ik ging die test afleggen en daaruit bleek inderdaad dat ik op het spectrum zit, of hoe je het zegt, autistisch ben. Ik vond het een bevrijding. Omdat ik zie, waar ik tegenaan ben gelopen, dat dat niet was omdat ik dom was of lastig of vervelend, maar dat… mijn hoofd werkt anders. Mijn brein is neurodivers en niet neurotypisch.
Ik had aan het einde van mijn loopbaan als fysiotherapeut heel veel fysieke klachten. Eerst kreeg ik vooral rugklachten met uitstraling in mijn been. Later bleek dat een dubbele hernia te zijn. Ik had heel veel last van hoofdpijnklachten en een stijve nek en pijn in mijn schouders en uitstraling naar mijn handen. En daar heb ik verschillende onderzoeken voor gehad en behandelingen maar dat ging niet over. Ik had ook ‘s nachts heel veel last van tintelingen in mijn handen, waardoor ik niet sliep. Ik sliep dan, maar na twee uur werd ik dan wakker van tinteling in mijn handen en dan moest ik even gaan zitten, omdraaien en dan sliep ik weer in voor een half uur en dan keek ik weer op de klok, ‘oh een half uur geslapen, lekker.’
En op een gegeven moment dacht ik, blijkbaar hoort dit bij mij, niet zeuren maar door. En blijf je doorgaan met werken. Maar op een gegeven moment ging dat niet meer. En in diezelfde periode heb ik ook een burn-out gehad, want dat kwam doordat in 2003 mijn vader overleed, in 2006 mijn zus overleed en in 2009 mijn moeder overleed.
Mijn zus heette Philly, Philomena. Ik heb eigenlijk altijd geweten dat ik voor haar zou zorgen. Mijn zus was de eerstgeborene, de oudste. Die was verstandelijk beperkt. Die heeft zuurstoftekort gehad tijdens de bevalling. Het was een thuisbevalling. Te laat in het ziekenhuis gekomen en toen was de schade al gebeurd. Ze heeft een hele tijd in een instituut gewoond. Ik had heel goed contact met haar, ze was een lieve meid. En ik ging af en toe met haar… maakten we uitstapjes, gingen we winkelen. Ik ging met haar naar Aken, kleren kopen voor haar, want dat vond ze leuk. En toen ontdekte ik dat ze een hele opgezette buik had. Toen bleek dat ze uitgezaaide borstkanker had. Ze heeft palliatieve zorg gehad, we hebben nog een heel goed jaar met haar gehad – dit is wel emotioneel – en toen is ze overleden. En toen had ik geen zus meer. Toen was ik dus vijftig, ja.
Toen mijn zus overleden was, had ik mijn moeder nog. Mijn moeder was dementerend. Die snapte niet zo goed dat mijn zus er niet meer was. En die woonde nog zelfstandig. En ik had mijn praktijk en mijn kinderen en mijn moeder die het niet zo snapte. En die begon te dwalen. Er kwam heel veel op mijn schouders. Ondertussen weet ik dat ook, dat als je mentaal belast wordt, dat je fysieke pijntjes en kwalen, die worden daar ook door beïnvloed. Dus dan heb je daar ook meer last van.
Ik zat op een denderende trein en die reed door. Tot ik… op een gegeven moment had ik vrienden op bezoek en op een gegeven moment kon ik alleen maar huilen. Ja, moet ik nou misschien weer huilen…? Het gevoel komt weer boven. Ik kon alleen maar huilen. Tot die vriendin tegen me zei, weet je wat jij moet doen? Je moet eens even stoppen met werken, want dit gaat zo niet langer. En toen dacht ik, ja inderdaad, als je alleen nog maar kunt huilen, blijkbaar kun je het niet meer aan mentaal.
Toen ben ik inderdaad gestopt met werken. Ik heb daar ook hulp bij gehad om dan weer bovenop te komen Toen ben ik bij mezelf te raden gegaan. Ik dacht, zo wil ik niet mijn carrière beëindigen. Dus toen ben ik weer opnieuw begonnen. Maar wel met in de gedachte van: ik ga niet tot mijn 65ste dit volhouden. Met name doordat ik ook dacht: ik doe mijn patiënten tekort. Want dan kwamen er mensen en die hadden natuurlijk last van iets. Maar dan dacht ik steeds: ‘goh, je moest mijn nek eens voelen. Je moest mijn rug eens voelen.’ En dat is niet eerlijk want die mensen hebben hun eigen klachten. Dus toen voelde het voor mij goed om dat af te sluiten
Toen ik al die klachten had en stopte met de praktijk, was ik wel bang dat ik niet meer zou kunnen doen wat ik graag wil doen. Dat is wel ook een gedachte die ik had: ik voelde me verraden door mijn lijf. Terwijl ik altijd zo sportief was, dat mijn lijf niet meer deed wat het wilde. En ik hoopte dat toen ik stopte met werken, dat dat beter zou worden. Dat ik dan minder mijn lijf zou voelen.
In het begin toen ik stopte met werken, voelde ik nog niet dat het beter ging. Miste ik ook de zingeving. Toen ben ik gelijk op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk. Heb ik voor het Rode Kruis gewerkt. Ik heb in de seniorenraad gezeten in het dorp. En dat was zingevend dat was heel fijn.
De klachten maakten wel dat als ik het met mijn vrienden over allerlei kwalen en pijntjes had, wat natuurlijk gebeurt, dat de mensen in mijn omgeving zeiden: ja, maar dat is als je ouder wordt. Eerst als je veertig plus bent, ja dan gaat het niet meer goed met je. Als je vijftig plus bent, nog erger. Zestig plus, moet je helemaal over ophouden. Dus het is een maatschappelijk geaccepteerd idee dat als je ouder wordt, dat je pijntjes krijgt, minder goed kunt gaan bewegen en dan dus minder kwaliteit van leven hebt. En ondertussen ben ik erachter dat dat niet zo hoeft te zijn.
In de tussentijd, in 2016, verstapte ik me bij het klussen in het huis van mijn zoon. Ik ga bij mijn zoon naar binnen. Ik heb met hem afgesproken dat ik de gordijnenrails ga ophangen. Ik zet mijn laddertje neer voor het raam. Ik heb al best wat dingetjes vastgeschroefd. En eigenlijk, de finishing touch wil ik nog doen. En toen denk ik, ik stap even op de vensterbank. Want dan ben ik wat dichter bij het raam en dan kom ik er wat beter aan. En ik stap op de vensterbank, behalve dat de vensterbank er niet is. En ik dus met één been op het laddertje blijf staan, en dat andere been stort naar beneden. En ik val keihard met mijn voet op de grond op mijn been. En ik voel gelijk dat het helemaal niet goed is. Ik heb gegild en dat ben ik helemaal niet gewend van mezelf, dus ik schaam me ook nog dat ik zo lig te gillen. En mijn echtgenoot en mijn zoon die zijn in huis. Die hoor ik de trap afbolderen en ik lig op de grond. En mijn zoon zegt, mam gaat het? Ik zeg nee, het gaat helemaal niet. Het is echt helemaal niet goed. En mijn zoon weet dat als ik dat zeg, dat er meestal wat ernstigs aan de hand is. Toen ging ik naar het ziekenhuis om foto’s te maken. Er wordt gezegd: ‘mevrouw ik denk dat het een ernstige kneuzing is. Het is niet gebroken, ga maar naar huis.’ Nou, dat zeggen ze dus tegen mij, en als ze tegen mij zoiets zeggen, dan denk ik: blijkbaar stel ik me aan. Maar als het niet gebroken is, dan is het gekneusd, dus dan kan ik gewoon dingen doen. Toen ben ik in het ziekenhuis krukken gaan halen en naar huis. Mijn dochter is gekomen, want ik kan niet zelf douchen. En de dag erna denk ik, ja kom, het is aanstellerij, pak je krukken en ga de hond maar uitlaten.
Zondag is het gebeurd, op vrijdag krijg ik een telefoontje van mijn huisarts. Die zegt zit je? Ik zeg, nee, ik zit niet, hoezo? Ja, ik weet hoe je bent, je bent een bikkel, ga maar even zitten. Dus ik ga zitten. En toen zegt ze, ja, ik heb de uitslag binnen van het ziekenhuis. Ik zeg, ja, maar die was toch goed? Het is toch niet gebroken? En toen zegt ze: nou, je bovenbeen is gebroken, je kruisband is door, er zit een los stukje in je knie en een gedeelte van je onderbeen, van je scheenbeen, is ook gescheurd. Dus er is zeker wel wat aan de hand. Dus ik zeg, ‘ja, maar en nu dan?’ ‘Ja, ja, wat doe je zelf?’ ‘Ik probeer te lopen met de hond en ik heb me aangemeld bij een fitnesscentrum waar ook een zwembad bij is.’ En ik weet dat normaal… zo’n ernstige blessure zou eigenlijk geïmmobiliseerd moeten worden. Maar ja, ze zegt, dat is nu te laat, dat heeft geen zin meer. Dus ja, goed bezig, ga maar lekker zo door. En dat heb ik gedaan. Dus ik ga door met trainen en uiteindelijk ben ik veel mobieler geworden, kan ik mijn knie weer goed belasten, heb ik heel veel beweeglijkheid… krijg ik terug. En denk daarbij ook nog ondertussen, als ik dit had geweten voorheen toen ik fysiotherapeut was, zou ik mijn patiënten anders benaderd hebben.
Het is in de periode geweest dat ik met die knie zat, dat mijn dochter tegen mij zei, mam, je moet gaan CrossFitten. Voordat ik de stap durfde te zetten om te gaan CrossFitten, dat heeft twee jaar geduurd. Ik verfde vroeger mijn haar, maar ondertussen was dat uitgegroeid. En ik was dus grijs. En ja, ik was 62. En ik denk, dat is iets voor jonge mensen. Dat zijn allemaal van die binkies en die kunnen van alles. En ik kan dat allemaal niet. Ik wil het wel, maar ik kan het niet. En daarbij ook nog eens een keer, mijn karakter… ik ben verlegen. Ik kan niet zoveel. Ik durf niet ergens op af te stappen Dus die stap om naar de CrossFit box te gaan was ook een kwestie van: doe het nou gewoon. Durf het maar. Is niet erg als ze je raar vinden. Vinden ze je maar raar.
De proefles CrossFit. Ik kom eraan. Het is in een kerk. Kerken in Limburg stromen leeg, dus krijgen een herbestemming. Vrij indrukwekkend vind ik het, want er staan vooral rekken en er liggen allerlei stangen en er liggen allerlei schijven, gewichten, dikke ballen waarvan ik nu weet dat het wall balls zijn. Er zijn mensen aan het sporten, die verplaatsen al dat ijzer. En de eigenaar van de box die staat daar, die ontvangt mij. En ik krijg eerst uitleg over hoe CrossFit ontstaan is, 26 jaar geleden, wat de filosofie is. CrossFit is eigenlijk op hoge intensiteit het herhalen van steeds variërende bewegingen. Mijn eerste vraag aan de coach is ook: houden jullie ook rekening met leeftijd? Ik ben 62. Nee, zei hij heel ferm. We houden geen rekening met leeftijd, we houden rekening met niveau. Oké, denk ik. Goed, we zullen zien waar dit schip strandt. Toen kregen we een proefles en we moeten met een wall ball lopen. De lichtste is drie kilo en de zwaarste is twaalf kilo. Ik denk dat ik er één meekrijg van vier kilo. Maar ik vond het een hele leuke les en ik heb me gelijk ingeschreven.
Bij CrossFit is het heel belangrijk dat je een sociale connectie hebt, dat je verbindingen hebt. Daarom noemen ze het ook een community. En ik was altijd heel wars van communities. En ik heb al eerder gezegd dat ik niet van groepen hield, maar dat ik individueel wilde sporten. Dus dat was ook een stukje… een drempel om naar een CrossFitbox te gaan, omdat ze daar zo hoog van opgeven. Van de community hier en de community daar. Maar ja, ik dacht, ik zie het wel. Het is ook sporten je eentje. Maar het is heel fijn om die community te hebben en te merken als iemand er een tijdje niet is: goh, ik heb die en die al lang niet meer gezien, wat is er mee aan de hand? En dan neem je contact op en vraag je: hoe gaat het ermee?
Mijn lijf is duidelijk veranderd door het CrossFitten. Ik heb altijd wel spieren gehad, maar ook het idee over dat als je zestig plus bent, dat je niet meer sterker kunt worden of dat je geen spieren kunt ontwikkelen. Ik ben het levende bewijs van dat het wel kan. Ik heb spieren die vroeger, ja, ik had ze wel, bicepsen, maar nu, als ik ze aanspan, denk je, wow, die heeft echt spieren. Of als ik aan het rek ga hangen voor pull-ups te doen en je kijkt naar mijn schouderbladspieren, ja, die zijn best wel indrukwekkend. Dus ik ben echt heel veel sterker geworden en ook zichtbaar is dat.
Ik merk wel dat er een taboe zit op spierontwikkeling, met name bij vrouwen. Voor mannen is het heel gewenst Dan maak je indruk als je spieren hebt. En voor heel veel vrouwen zit er een taboe op. Ze vinden dan dat je een stierennek krijgt of dat je lichaam er te mannelijk uitziet. En ik ben er zelf eigenlijk wel heel blij mee. Ik vind het mooi. Ik vind het ook bij jonge vrouwen mooi. Ik zie liever een gespierd bovenlijf en dan ook een leuke jurk aan. Je kunt beter sterk zijn. En als je dan ook nog mooi sterk kunt zijn, is meegenomen
Ik werd door mijn coach uitgenodigd om een cursus te gaan doen om CrossFit lessen te geven met hem in de box. En dat vond ik superleuk. Toen kwam ik iemand tegen van CrossFit Headquarters, die zei tegen mij: goh, ik ben echt versteld van wat je kunt. Heb je al eens meegedaan aan de Crossfit Games? Nee, ik wist helemaal niet wat dat was. Dus toen heb ik me daarvoor ingeschreven in 2022. De CrossFit Games zijn de wereldkampioenschappen CrossFit. En toen heb ik me gekwalificeerd voor de kwartfinale, semifinals. En toen werd ik elfde, net niet goed genoeg voor de CrossFit Games. Maar er viel iemand uit en toen mocht ik wel naar de wereldkampioenschappen CrossFit in Amerika.
Mijn dochter zegt, mam ik ga met je mee, waar ik heel blij mee ben, want ik ben nog nooit buiten Europa geweest. We gingen wel op vakantie met de auto en de vouwwagen en de tent. Maar buiten Europa vliegen in je eentje is natuurlijk wel een dingetje. Dus ik ben heel blij dat mijn dochter zegt, ik ga met je mee en mijn schoonzoon ook. En toen moest ik nog een heleboel regelen. Ik moet zorgen dat ik een hotelkamer heb, ik moet zorgen dat ik een vliegreis heb. Ik moet een heel boek doorlezen van wat er allemaal verlangd wordt, hoe je het moet doen.
De openingsceremonie hebben we gehad…. ik waande me alsof ik op de Olympische Spelen was. We zijn met vier Nederlanders. En Joke en ik zijn in de 65+ categorie. Iedereen moest hetzelfde aan. En dan loop je met je vlag, Nederland vertegenwoordigend, een enorm groot stadion binnen waar muziek gespeeld wordt, waar ik weet niet hoeveel atleten staan opgesteld, in de brandende zon. En op het moment dat we het stadion uitlopen, vliegen er twee straaljagers over. Dat was fenomenaal om dat mee te maken.
CrossFit filosofie is: je moet altijd voorbereid zijn op alles. Dus je hoort niet van tevoren: oh, morgen moet je pull-ups doen en je kunt je daar nog op voorbereiden… Nee, ‘s avonds toen we in het hotel waren, horen we dan: morgen is dat en dat staat op het programma: hardlopen, dumbbell snatches en rope climbs. En dat hoor je dus pas, terwijl je het niet meer kunt oefenen. Ik ga daar naartoe, ik krijg een enkelband om voor de tijd. En je begint. Mijn doel was om niet laatste te worden… En ik ben negende geworden van de tien, dus dat is gelukt. Daar was ik super trots op.
Voordat ik aan CrossFit begon, was ik verlegen, durfde ik niet makkelijk op nieuwe dingen af te stappen. Zei ik eerder ‘nee’ op uitnodigingen terwijl ik wel ‘ja’ bedoelde, graag wilde. Dat was… Ja, lastig omdat je dan een tweestrijd voelt in jezelf. Ik denk, mede dankzij de CrossFit, dat ik dapperder ben geworden. Het heeft me nog meer vrolijkheid gebracht. Meer contact in de CrossFitbox. Leden van onze CrossFitbox die gewoon zeggen: ik ben trots op jou. Dat is zo’n mooi gevoel. En dat raakt me nog steeds.
Ik ben dan in 2024, mocht ik weer gaan, had ik me weer gekwalificeerd. En dat ze nog even enthousiast blijven en zeggen: we staan achter jou.
Ik raak ontroerd omdat mensen het waardevol vinden om met mij in verbinding te staan. En dat is iets wat ik vroeger nooit gevoeld heb. En ik merk wel dat ik er zelf ook meer open voor sta. En dat ik vroeger meer een soort van… albasten toren om me heen had. En ik altijd tegen mezelf zei: ‘ik ben gewoon een eenling. En ik doe het allemaal alleen.’ Ik heb het ook allemaal alleen gedaan. Maar dat ik nu toe kan laten dat mensen dichterbij komen. Dat mensen verbinding met mij willen hebben om wie ik ben. En dat is een heel mooi gevoel.
Dat ik die autisme-diagnose heb, behalve dat ik met meer compassie naar mezelf kijk, is ook dat ik kan denken: ik kan me van hieruit weer ontwikkelen. Ik hoef niet degene te blijven die ik was, want diegene die ik was, was toch heel vaak met een masker op om te voldoen aan de maatschappelijk geaccepteerde situaties. Ik heb heel veel stappen gezet vanaf mijn 62ste, dankzij CrossFit en dankzij dat ik de diagnose heb en mezelf meer accepteer. Ik ben eigenlijk van plan om honderd te worden en om die jaren die in het verschiet liggen, alle nieuwe dingen die op mijn pad komen, om die te omarmen en te kijken wat ik ermee kan en wat het voor me doet, het plezier eruit te halen en zo te groeien.
En ik denk inderdaad, niet alleen fysiek kun je dus nog groeien na je zestigste, maar mentaal kun je ook heel erg groeien na je zestigste. Ik ben nu blijer met mezelf dan van tevoren. Omdat ik mezelf toesta, dingen te ervaren, emoties te laten vloeien. Niet bang te zijn gek gevonden te worden. En te denken: als ik gek gevonden word, dan is dat maar zo.
Eén reactie
Wat een mooi en krachtig verhaal Betty! Ik zou het leuk vinden om in contact met je te komen. Sinds 3,5 jaar ben ik ook een fervent CrossFitter en bemerk ook de vele voordelen ervan!
Ik ben 66 jaar en hoop nog steeds wat sterker te kunnen worden of in ieder geval sterk te blijven.
Ik kom ook van ver met een heel slechte rug met Stenose en artrose klachten. Maar wat helpt de CrossFit mij enorm! Buiten dat ik het ook ontzettend leuk vind, heb ik nauwelijks nog klachten.
Ik wens jou nog heel veel CrossFit plezier en wie weet spreek ik je een keer.
Hartelijke en sportieve groet,
Nicole