Ray trouwt met het mooiste meisje dat hij ooit heeft gezien. Maar op een gegeven moment merkt hij dat de grenzen binnen zijn relatie vervagen, tot hij een grens overschrijdt die hij nooit had willen passeren.
Credits
Regie: Annegriet Wietsma
Montage: Milou van Hirtum
Eindredactie: Valentine van der Lande, Annegriet Wietsma
Techniek, sounddesign en muziek: Rik Rensen, Jos Jansen (Big Orange)
Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!
Ik zou Ray kunnen heten. Ik heb in het verleden dingen gedaan waar ik vreselijk veel spijt van heb. Ik kan dat tot mijn verdriet niet meer terugdraaien. Ik kan wel anderen waarschuwen niet zo ver te gaan als ik heb gedaan. Dit is mijn verhaal.
Mijn toekomstige vrouw die zat op de protestantse school en ik op de katholieke school, maar dat was echt 150 meter van elkaar verwijderd. Dus we kennen elkaar al best wel lang eigenlijk. We waren, ik schat een jaar of zeventien dat we echt verkering kregen, zeg maar. Dat we echt verliefde gevoelens uitten naar elkaar toe. Ik zeg altijd ‘het mooiste meisje van Breda’, maar zo voelde ik het ook. Zij had wat eerdere vriendjes gehad. En ik nauwelijks eigenlijk. Ik fladderde een beetje. Maar ik had niet echt een vriendinnetje of zo. Het was ook nog zo dat zij eigenlijk van haar vader – ze had een hele strenge vader – mocht ze niet met mij als stelletje zeg maar door het leven gaan. En ik was ook wel een beetje een vervelend mannetje in die periode. Heel veel rottigheid uitgehaald in de buurt. Ik niet alleen, we waren altijd met een groepje. Dus de buurt kende mij wel, zeg maar. Eerder berucht dan bekend, laat ik het zo zeggen. En ook haar ouders kenden mij. Vandaar dat de vader in ieder geval zei van: dat gaan we even niet doen. Hij wilde natuurlijk niet dat zijn dochter aan een of andere jeugdcrimineel of zo gebonden zou zijn.
Mijn ouders hebben zich heel vaak ook druk gemaakt over mij. Soms kwam ik gewoon een weekend niet thuis en toen was ik veertien, zeg maar. Dan ging ik vrijdagavond weg en dan kwam ik maandagochtend thuis. Destijds had je jeugdbendes. Dat waren allemaal jongens van een beetje dezelfde leeftijd als ik, die met dezelfde frustraties rondliepen.
We kwamen uit een gezin van zes. Vier kinderen dus. Mijn ouders zijn in 1960 naar Nederland gekomen, onafhankelijk van elkaar, vanuit Nederlands-Indië. Mijn ouders hebben elkaar ontmoet in Breda. Zij zaten in hetzelfde pension. Heel veel Indische Nederlanders werden destijds opgevangen in pensions. Daar werden dan de eerste jaren doorgebracht. Ze moesten echt knokken voor hun bestaan.
De geschiedenis waaruit ik voortkwam, die werd niet of nauwelijks besproken, niet thuis, maar ook niet op school. Geschiedenis was een van mijn lievelingsvakken, maar het ging heel vaak over nazi-Duitsland, of eigenlijk alleen maar over nazi-Duitsland. De Nederlandse-Indische geschiedenis werd vaak opzijgeschoven, ook door leerkrachten. En dat frustreerde niet alleen mij, maar ook mensen in mijn omgeving. Wij gingen ons steeds vaker afstoten van de Nederlandse samenleving. Het feit dat je niet gezien wordt, niet gehoord wordt… Ik voelde me niet vaak thuis in Nederland. Wij hebben ook heel vaak meegemaakt dat we gewoon niet binnenkwamen in een discotheek. Dat was gewoon: ‘een kleurtje? Blijf maar lekker buiten staan. Ga iets anders doen, maar hier niet.’ We werden Pinda genoemd of… En iedereen vond het leuk, ja, maar dat is natuurlijk op zich een hele vreemde… gewaarwording als je ineens een naam krijgt en denkt, waar komt dat nou weer vandaan?
Mijn toekomstige vrouw en ik… Het was heel duidelijk te zien dat we elkaar wel heel leuk vonden. Dus op een gegeven moment werd ik toch toegelaten tot het gezin. En dat kwam meer door haar moeder. En de vader van haar moeder, die had een kroeg in Breda. Nou, daar waren we elk weekend te vinden. En het was echt een hele mooie, hele mooie lieve meid. Ze heeft als model gewerkt, ook als mannequin. Grote shows meegemaakt destijds met de Dolly Dots, bruidsmodeshows. Het was ook echt een hele mooie meid.
Mijn toekomstige vrouw was zwanger van het eerste kindje. En… ik was 26, onze dochter was een paar maanden oud en toen gingen we trouwen. Hele grote bruiloft, echt familie, kennissen, vrienden, volgens mij rond de 800 man, met muziek, eten en we hadden echt een prachtige dag, echt een hele mooie bruiloft. Maar ik was eigenlijk nog te jong om én in het huwelijksbootje te stappen én vader te zijn. Het besef dat je verantwoordelijkheden hebt, zowel als partner, maar ook als vader. Ik was daar nog niet aan toe.
Wij woonden samen in Breda, in een bovenwoning. Een hele kleine woning, maar altijd gezellig. Heel vaak hadden we mensen op bezoek en was er muziek en we hadden veel vrienden om ons heen. We gingen vaak op stap, ook voor haar, met haar shows en dergelijke. We verhuizen naar een andere woning in Breda. En eigenlijk vanaf dat moment waren er heel veel momenten die meer vereisten, in die zin dat we gesprekken vaak uit de hand laten lopen en toen waren de eerste scheurtjes al merkbaar.
Gesprekken die liepen uit naar debatten en debatten werden discussies. En discussies waarbij heel veel stemverheffing was, waarbij we niet meer naar elkaar kunnen luisteren maar hoofdzakelijk vastzitten in eigen frustraties. We hadden geen kracht om zaken liefdevol uit te spreken, zeg maar. En dat werd steeds erger. Vaak ging het dan om kleine dingen. Hoe de vaartwasser wordt ingeruimd… Die discussies lopen vaak uit naar elkaar duwen. Het liep van kwaad tot erger. En dan valt er een eerste klap. In het begin was het één keer in de paar maanden of zo. En dat werd steeds frequenter. Ik denk echt dat je kan spreken over een keer in de twee weken, zeg maar, gemiddelde. Wat ik me kan herinneren is dat we waren bij Rue Periferique… Parijs was natuurlijk een ramp om naar het zuiden te reizen. Ik raakte de weg kwijt. Zij kon niet op de kaart lezen. Maar dat eiste ik wel, zeg maar. En op dat moment strek ik mijn hand en geef ik echt een klap in haar gezicht. Ja, dat is een explosie zeg maar, die in mij plaatsvond. Ik was dus echt soms buiten zinnen gewoon.
Wanneer ik besefte dat ik haar een klap had uitgedeeld… en dan had ik de volgende dag spijt en dan gingen we weer uit eten, en dan was er weer een bloemetje en dan was het weer naar de bioscoop bij wijze van spreken of een reisje plannen en dan was alles weer pais en vree. Tot het moment dat het weer fout ging. Dus voor haar was het, denk ik, ook lastig. Samen een kindje, we willen toch wel een soort modelgezinnetje zijn eigenlijk. Zo zagen heel veel mensen ons ook. Het werd ook heel vaak gezegd tegen ons: wat een mooi gezin. Ja, we wilden ook heel veel vasthouden aan die droom zeg maar. Aan het sprookje.
Het doet mij ook nog steeds pijn. Soms dan heb ik echt momenten waarop ik denk, hoe heb ik dat ooit kunnen doen? Zij gaf mij ook wel eens een klap maar ik was fysiek, of ik ben fysiek groter dan zij, fysiek sterker dan zij. Dat komt ook een stukje anders aan dan dat ik haar een klap zou geven. Maar zij was niet iemand die dat zomaar accepteerde.
Ik kan me niet voorstellen dat onze buren niets hebben gehoord. Dat kan ik me niet voorstellen. Er werd heel veel gescholden, geschreeuwd. Eén keer is er een melding gedaan. Door de buren waarschijnlijk. Toen is er ook politie aan de deur geweest. Maar het is niet zo dat we elkaar helemaal bont en blauw sloegen. En dat had er ook mee te maken…. Ergens achter in mijn hoofd zei een stemmetje van… sla niet in haar gezicht, want het kost haar geld. Het kost óns geld. Want ze werkte ook nog als model. Dus een blauwe plek die verberg je niet. Ik schopte dan tegen de schenen aan of tegen de bovenbenen. Ja, dat is gewoon pijnlijk. Een schop tegen je bovenbenen dat doet echt pijn. Dus dan was het ook nog min of meer bewust kijken van: waar geef ik dan die schop en doe ik dat niet te hard. Dus ergens was ik daar wel bewust of onbewust mee bezig. En wat er gebeurde was dat we, het was niet tot bloedens toe zeg maar, dat was niet zo. Maar wat wel gebeurde was dat ik een tunnel inging op dat moment, en dat kon echt een week duren voordat ik die tunnel weer uit was. Die was echt lang en die was echt donker. Ik was dan wel het getapte mannetje als we uitgingen of op het werk bijvoorbeeld. Maar thuis kon ik gerust een week lang mijn mond houden tegen mijn ex-partner.
Dat heeft lange tijd geduurd voordat ik besefte dat er iets mee moest gebeuren. En dat met míj dus iets moest gebeuren. We kregen steeds vaker ruzie ook. Tot op een gegeven moment, een moment waarop onze dochter naast me stond, en ik zag zoveel wanhoop en verdriet in haar ogen. Dat was een van de eerste momenten waarop ik dacht, dat moet echt anders. En als dat zou betekenen dat daarmee de relatie over zou gaan, ja, dan is dat zo. Dus we hebben eigenlijk vanaf het moment dat we zijn gaan trouwen tot onze dochter een jaar of vier, vijf was, zo lang hebben we dus geknokt met elkaar, letterlijk en figuurlijk.
Dat is een modus waarin ik op een gegeven moment terecht ben gekomen. En waarbij ook ik niet nadacht over hoe ik zaken anders op moet pakken. Mijn ouders wisten ook niet hoe je zaken liefdevol kon oplossen. En dan heeft dat ook te maken met het feit dat mijn grootouders KNIL’ers waren, bijvoorbeeld. Fysieke straffen, dat was aan de orde van de dag. Later begreep ik ook van mijn ooms dat ze regelmatig klappen kregen van mijn opa. Dus wij zijn ermee opgegroeid. Ja, ik niet alleen, maar ook heel veel vrienden van Indische en Molukse afkomst. We kregen een pak slaag met van alles. In het begin was het een pantoffel en op een gegeven moment werd het een tennisracket. En vaak werd er openlijk niet over gesproken, maar intern wisten we precies wat er aan de hand was. Mijn oma, mijn lievelingsoma zeg maar, een liefdevoller mens dan zij kan ik me niet voorstellen. Ook zij sloeg de kids wel eens. En meer in die zin, niet om te straffen, maar puur om te denken van: en nu is het opgelost. Zeker in de puberteit was geweld gewoon iets waar we dagelijks mee leefden, zeg maar. Dus een klap geven was niet zozeer een straf, maar meer zo van: een klap geven en nu is het opgelost.
Ik heb op een gegeven moment ook mijn diepste verontschuldigingen aangeboden. Om vergiffenis gevraagd. Daar heeft ze nooit op gereageerd. Behalve het feit dat ze zou gaan hertrouwen. En toen had ze aan mij gevraagd van, Ray, wil jij koken voor ons en onze gasten? Nou, dat wilde ik wel. Dus ik zie dat ook als een moment van vergeving naar elkaar toe. Vooral omdat ik niet kan koken eigenlijk.
Mijn tweede partner was een vriendin van een ex-collega. En die zei tegen me: ‘Ray, ik heb een vriendin. Zij is echt dé partner voor jou. Ja’, zegt ze zo. Dus ik was heel erg benieuwd. En het is echt een herhaling van zetten. Ook een prachtige meid. Werkte ook als model. Werkte ook als mannequin. Het was echt liefde op het eerste gezicht, zeg maar. Zelfbewust. Conservatorium gedaan. En ze had de pech om mij tegen te komen.
In de eerste jaren was het gewoon echt heel leuk. Gezellig enzovoorts. Ook daar ging het, ik geloof na een jaar of drie of zo, ging het ook mis. Maar eigenlijk iets later, bij de geboorte van onze zoon. En dan krijg je ook weer hetzelfde verhaal. Ook in die relatie was er dus huiselijk geweld, fysiek geweld. Voor mijn gevoel minder, als ik het vergelijk met mijn eerste relatie. Maar voor mijn tweede partner was dat geweld even hard en even onrechtvaardig. Ik zei haar bijvoorbeeld welke opdrachten ze wel of niet aan moest nemen. En dan was het niet zo van, ja maar dit vind ik leuker. Maar dan zei ik, ja, maar dat verdient niks dus dat ga je niet doen. Op een gegeven moment had ze bij Omroep Brabant had ze een dagelijks momentje, zeg maar. Ja, dat verdiende nauwelijks iets, maar zij vond het gewoon leuk om te doen. En ik had zoiets van, ‘ja, daar gaan we geen tijd aan verspillen jongedame. Het gaat zo zoals ik het wil. En we gaan niet bespreken hoe het dan anders moet, zeg maar. Want dat heeft helemaal geen zin. Dat is verloren tijd.’ Dat wordt dan een discussiepunt. Zodanig dat we ook dit niet op een liefde-manier kunnen oplossen. In eerste instantie is het dan een duw van mij. Hetzelfde verhaal eigenlijk als in de eerste relatie. Een duw totdat ik haar een keer echt stevig vastpakte, waardoor je echt de blauwe plekken kon zien op haar armen, zeg maar. Voor mijn gevoel was het van, ‘ik ben heel boos en gefrustreerd’, maar ik had ook zoiets van, ‘zie je niet wat er met mij gebeurt’? Door jóuw keuze raak ík gefrustreerd en mijn frustratie komt er op deze manier uit.
Ook dat werd gecompenseerd met een etentje of een bloemetje of ik noem maar wat. Ja, op die manier probeerde ik haar weer te veroveren zeg maar. Ook weer hetzelfde verhaal: was ik wel op dat moment iemand die bewust was van de relatie? En ook als vader, opnieuw als vader, ben ik me bewust van mijn verantwoordelijkheid als vader zijnde? Ik was al bezig in mijn proces, alleen dat ging niet zo snel als we wellicht hoopten. Maar er zaten te veel… pijnpunten bij mij zelf. Dus ongeacht wie er bij me was geweest, denk ik, was het nog vaak genoeg voorgekomen dat ik uit mijn voegen barstte. En zij was wel in staat om eerder te zeggen van: Ray, ik hou het voor gezien. Maar desondanks zijn we toch nog een jaar of vijf bij elkaar gebleven.
Zij heeft uiteindelijk de keuze gemaakt om uit elkaar te gaan. Binnen no time was het huis verkocht. Niet lang daarna heeft ze iemand anders ontmoet. En daar is ze mee getrouwd. En daar woont ze, zover ik weet, gelukkig mee samen. En we hebben geen contact met elkaar. Wat ook jammer is. Want ik denk dat ik nu wel in staat ben om in ieder geval te luisteren naar de ander. Waardoor we tot een iets fijnere… een fijnere band met elkaar kunnen creëren. Maar goed, tot op heden is dat niet gelukt. Er is geen sprake van. En dat vind ik wel jammer. Dat doet me wel pijn. Ja.
Ik heb verschillende sporten gedaan. Voetbal, tennis. Ik had overal mijn frustraties kunnen uiten. Ik had een boksbal kunnen kopen en daarop losslaan. En ondanks dat ik zoveel sportte en zoveel sporten ook waarin je je frustratie en je woede en zo kwijt kan, kwam het toch voor dat ik dan mijn pártner, waar ik het meest van hield, dat ik dat als doelwit gebruikte. Dat is een hele vreemde gewaarwording op het moment dat je dat beseft. Waarom doe ik eigenlijk datgene wat ik doe?
Het feit dat je je partner als doelwit neemt, heeft te maken, denk ik, omdat dat het zwakste punt is. Als ik boos was op de buschauffeur kan ik hem niet zomaar een klap geven zonder dat ik in de cel beland, zeg maar. Of als ik boos ben op een collega, dan denk ik ook van… ‘nou, ik had je wel een schop kunnen geven’, maar dat doe je niet. Want dan kost het je baan. Ik ga niet een of andere collega of zo flink uitschelden. Want dat heeft meteen consequenties. Consequenties die zich meteen ook terugbetalen, zeg maar. En dat het wellicht jouw relatie kost, dat kan. Maar dat… feitelijk is dat niet zo vast te pinnen. Van: als ik dit doe, dan verlies ik mijn relatie. Het hoeft niet per definitie zo te zijn dat je daarmee de relatie verbreekt. Vooral als je daarna nog eens poeslief gaat doen. Van: hier heb je dat boek wat je graag wilde hebben. Of jouw favoriete restaurant heb ik gereserveerd. Ik had dan de mogelijkheid om iets goed te willen maken, zeg maar. En die werd ook aangenomen.
En het is niet zo dat het oplucht. Helemaal niet, eigenlijk. Het is ook niet dat je tegen jezelf zegt van… oh, dat heb ik weer eens knap gedaan of zo. Dat je jezelf daarin een compliment geeft. Ik was echt te eigenwijs, narcistische neigingen had ik. Ik luisterde totaal niet, het ging echt hier erin en daar eruit. Ik leefde echt op een eilandje vaak. Ik hoorde heel vaak dingen níet gewoon, die mij gezegd werden. Dat hoorde ik gewoon niet. Ik was eigenlijk een gefrustreerd mannetje zeg maar. Dat was mijn makke eigenlijk. Maar toch, op een of andere manier, heb ik dat zo gedaan.
Het realiseren is iets wat relatief veel later kwam. In het begin was het niet zozeer van: ik doe het en dat is fout wat ik doe, maar meer uit gewoonte van: je hebt nu een tik gehad, dus nu moet je beseffen dat je fout bent geweest. Want de fout lag altijd bij de ander natuurlijk. Zeker in het begin was er niet zoiets van: wat ik doe is slecht, of zo. Ik werd er ook niet gelukkig van, maar ik zag het ook niet als slecht. En… ik denk dat dat ook te maken heeft met het feit dat fysiek geweld al eerder in de familie voorkwam. Het was gewoon normaal. Het is natuurlijk een voorbeeldgedrag wat je dan ziet en overneemt en er niet meteen bij nadenkt van is dat nou goed of niet goed. En ik wil dat niet als excuus naar voren brengen voor mijn gedrag, maar wel in mijn zoektocht naar oorzaken. En in mijn zoektocht naar oorzaken ben ik dus dit soort dingen tegengekomen. Het feit dat we ons niet gezien en gehoord voelden. Het feit dat als ik dan kijk bijvoorbeeld naar onze ouders, die hebben het echt niet makkelijk gehad.
Ik denk dat er best wel mensen zijn die destijds iets hebben gehoord van hen, van mijn ex-partners. Het komt nooit terug, zeg maar. Dan is het ook nog zo, er zelf niet over praten, betekent ook eigenlijk dat het er niet is, zeg maar. Als ze er niet over praten, dan is het er niet. Ja, en die ander heeft natuurlijk zoiets van, wat gebeurt hier? Ze was het ook niet gewend om tikken te krijgen, zeg maar. Beide partners niet. Voor hen was het natuurlijk een hele nieuwe ervaring van, wat gebeurt hier dan? En ook in mijn tweede relatie was het hetzelfde verhaal, het feit dat er na zo’n stuk geweld altijd een kusje en een bloemetje enzovoorts enzovoorts. Ik liet mezelf als de meest charmante man van half Nederland liet ik mezelf zien. En het werd ook zo aangenomen voor dat moment.
Wat er vooral gebeurde, is denk ik dat ze bang was. Ja. Ik denk dat het, dat zei ze wel eens, ik denk dat het te maken heeft met het feit… Ik heb iets donkere ogen, een beetje bruine ogen. En als die boos zijn, als die boos kijken, dan kan het heel… intimiderend overkomen. En soms kwam je zo over maar was ik het niet. Maar als ik boos was en ik kon inderdaad ook zo kijken… iemand doodkijken… nou, dan was ze gewoon al bang. En ook dat herinner ik me van mijn vader. Die kon echt zó kijken… Dan durfde je echt niet te bewegen. Geen millimeter naar links of naar rechts. Gewoon uit de blik alleen al. Dus dat… …herinner ik me wel. Dat ze vooral angstig was.
Mijn tweede partner, zij heeft heel veel pogingen gedaan om het geweld te bespreken. Of de manier waarop we met elkaar omgingen. Daar heeft ze echt moeite voor gedaan om dat op een volwassen manier te bespreken. Ook toen was ik te stellig. Overtuigd van mijn eigen gelijk, van míjn gelijk. Ze heeft echt pogingen ondernomen om met elkaar in gesprek te gaan. Ze dacht, misschien is relatietherapie…. Terwijl we elkaar net kenden, misschien twee, drie jaar of zo. Relatietherapie. Nou, ik ging wel even uitleggen aan die psycholoog hoe het nou echt zat. ‘Snapt ze dat niet?’ Want ze legde me dan iets uit. ‘Dan dacht ik, nou, je ziet het echt helemaal verkeerd hoor’. En ik ging het dan uitleggen. Dat was twee sessies. En die psycholoog dacht ook van: verloren strijd.
Keerpunten zijn voor mij… als er iemand kwam te overlijden. En als je de toespraken hoort van de mensen die dan aanwezig zijn… wat gaan ze over je vertellen? Gaan ze zeggen dat je een inspirerende man bent, een motiverende man? Of gaan ze zeggen, nou – ik zal het maar even netjes zeggen – die man had wat ons betreft iets eerder het hoekje om kunnen gaan. Dat soort momenten deed mij steeds meer beseffen van: de manier waarop ik me nu beweeg, waarop ik me nu gedraag, daar wordt niemand blij van. Ik zag gewoon te veel pijn en verdriet. Dus buiten de frustratie die ik voelde, buiten de onkunde om zaken liefdevol op te lossen, was het vooral ook het feit dat ik in een situatie zat waarin vooral ik mensen ongelukkig maakte. Ik heb echt vrienden verloren. Ik heb zoveel mensen die anders naar mij zijn gaan kijken. Collega’s die niet meer met mij praten.
Nou, ik geef inmiddels lezingen, workshops, trainingen. En ik geef graag mijn verhaal door, niet zozeer om mijn verhaal te willen vertellen – dat heeft ook wel geholpen in mijn eigen proces – maar het heeft ook te maken met het feit dat ik wil dat we ook naar de pleger kijken en niet alleen naar het slachtoffer. En daarmee bedoel ik te zeggen, het gedrag zal nooit goedgekeurd kunnen worden, door mij in ieder geval niet. Mijn gedrag, ook toen, is niet goed te praten. Gewoon niet goed te praten. Aan de andere kant, als we alleen het slachtoffer willen helpen en de pleger in de donkere hoek laten zitten, die er nooit uitkomt, dan slaan we echt de plank mis.
Als wij daar iets aan willen doen, ‘wij’ in het algemeen. Dan is dat wel hetgeen wat er moet gebeuren. Dat we daar gewoon openlijk wat meer over durven te praten. Het is heel lastig voor plegers om daarover te praten, want je moet heel veel van jezelf blootgeven. Je merkt zelf dat ik ook niet alles durf te zeggen, dat er toch nog te veel schaamte bij me zit. Dus het is wel een keuze die je moet durven maken, zeg maar.
Het feit dat ik nu iets doe met mijn geschiedenis met mijn ervaring, dat heeft een aantal oorzaken. De eerste oorzaak is, in 2020 heb ik een herseninfarct gehad. Weliswaar een lichte, maar ik heb echt een CVA gehad. Opgenomen in het ziekenhuis. Toen dacht ik van, als ik nu mag sterven, wat voor zinvolle invulling heb ik dan gegeven aan mijn leven? Dat is één ding. Het tweede is dat een dochter van een ex-collega is overleden… is vermoord. Femicide. In Den Bosch. Dat gebeurde ongeveer in dezelfde tijd als ik mijn herseninfarct heb gekregen. Dat was ook een aanleiding om er iets mee te doen, met mijn verhaal. Wat ook een rol speelt is het feit dat ik grootvader ben en hoe… wil ik en wat doe ik om ervoor te zorgen dat mijn kinderen in een liefdevolle omgeving kunnen opgroeien? Dus al die factoren zeg maar, op een stapeltje: wat doe ik met mijn geschiedenis, wat doe ik met mijn ervaring? En toen dacht ik van, ik ga er echt iets mee doen.
Of ik die man van vroeger kan begrijpen? Ik kan me daar voor mezelf niet meteen antwoord op geven. In zekere zin wel, als ik nadenk over wat ik persoonlijk heb meegemaakt en wat ook mijn familie heeft meegemaakt, maar in zekere zin ook niet. Het feit dat ik mensen pijn doe, maar ook fysiek pijn, zeg maar. Ja, af en toe dan schaam ik me zo diep, dan ga ik zelf in een hoekje zitten, bij wijze van spreken. Dat is denk ik ook de reden waarom ik bijvoorbeeld aan mijn ouders, ook aan mijn ex-partners vergeving heb ik gevraagd. Ik zie het wel degelijk als mijn verleden zeg maar. Ik kan het niet terugdraaien, maar ik heb het mezelf ook wel vergeven.