Liesbeth staat aan de top van haar carrière. Als ze een schokkend geheim over haar man ontdekt, is dat te groot om er meteen iets mee te doen. Dus zegt ze niets.
Credits
Regie: Annegriet Wietsma
Montage: Milou van Hirtum
Eindredactie: Valentine van der Lande
Fine edit, sounddesign en muziek: Jonathan Steetskamp, Jos Jansen (Big Orange)
Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!
Mijn naam zou Liesbeth kunnen zijn. Meer dan tien jaar lang leidde ik een leven dat niet bleek te zijn dat ik dacht dat het was. Ik heb een topcarrière, reis de wereld over, zet me altijd en overal in voor de positie van vrouwen op de werkvloer. Maar binnenskamers speelden zich dingen af die ik nooit voor mogelijk heb gehouden. Dit is mijn verhaal.
Ik kom gewoon uit de buurt van Eindhoven, een klein boerendorp. En meisjes werd vooral geleerd van, ja, je gaat niet studeren… want je gaat kinderen krijgen en dan ben je gewoon thuis. Dus als je wilt werken, dan kies je iets waar je misschien… parttime als de kinderen vijf zes zijn, dan ga je parttime. Dus je zit laag in en je hoofd vooral niet boven het maaiveld uitsteken. Maar ik heb voor een groot Scandinavisch bedrijf mogen werken en toen die eigenlijk met Europese expansie bezig waren, zij stelden me voor van: ga mee. En uiteindelijk zou ik voor de Nederlandse tak, met wat Scandinavische bedrijven, zou ik de eerste vrouwelijke CEO worden, wat op dat moment redelijk uitzonderlijk was. Die eerste jaren dat ik werd uitgenodigd aan tafel… want ik zei steeds ‘dat kan ik niet’. En dan was het antwoord van die Scandinaviërs: nóg niet. Zij duwden me continu uit mijn comfortzone in mijn groeizone en altijd: ‘dat kan ik nóg niet’. En dat is eigenlijk daarna een soort van mantra geworden. Vallen, opstaan, ‘je kan het nóg niet’.
Op een gegeven moment, toen ben ik denk ik net veertig, word ik knalverliefd op iemand op het werk. En als ik dan het verhaal versnel, dan gaan we op een gegeven moment samenwonen. Mark woont in Breda, ik woon in Brussel. En ik denk van ja, ik moet een nieuw nest neerzetten voor mijn dochter en deze nieuwe liefde. Eerst komt hij bij me inwonen in een huurhuis wat ik had, na mijn eerste scheiding. Na een tijdje vinden ze een klik, mijn nieuwe liefde en mijn dochter. En daar ontstaat een soort bruisende dynamiek van humor, van… Ja, levenslust, gulzigheid, naar ‘ontdekken’. En na een tijdje hebben we gelukkig zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk daar ook bij kunnen krijgen.
Na een tijdje werd ook dat huurhuis te klein. En val ik op een oud pand, een jaren zestig… Ja, zo van die groene schrootjes. We worden helemaal verliefd. En Mark had echt zin om met mij iets nieuws op te bouwen. Ik zeg, nou oké dan koop ik dat huis. Op dat moment droeg ik alles financieel zelf, omdat hij met zijn financiën nog voor zijn ex-vrouw zorgde. Dus 15 december teken ik voor mijn huis. Ik bel mama in Nederland. Ze had zich altijd zorgen over me gemaakt. Van god, die Liesbeth een gescheiden vrouw met een dochter van zes De hele wereld over, maar je hebt geen thuis. En ik bel die mama en ik zeg, mam, ik heb mijn – twee weken voor kerst: ‘Mam, ik heb mijn handtekening gezet onder een huis. En in het groen! Je zal het niet echt mooi vinden. Het ziet er niet uit. Maar er zitten hertjes aan de overkant van het huis. En bos. En mijn nieuwe liefde en ik gaan het helemaal opknappen En ik ben stikgelukkig’.
Ik vind dat ik een droomkoppel heb. We halen het beste in elkaar boven. Ik heb enorm veel vrijheid en vertrouwen. Dus wilde ik internationaal taken opnemen bij dat Scandinavische bedrijf dan kon dat. Wilde hij nieuwe dingen, hij was architect… Dingen doen, hup, dan ga je dat doen. Altijd dat stimuleren van elkaar.
Na een tijdje zie ik dat bij mij de vleugels steeds verder uitgaan. Ik word steeds vaker uitgenodigd op internationale podia… maar ook voor mijn werk op hele leuke plekken. Dus mijn werkwereld vergroot. En wat er gebeurt, is dat ik zie dat Mark stagneert. En ik snap niet wat er gebeurt. Hij heeft één of twee werksituaties waar het niet goed loopt. Waar hij eigenlijk elegant gestopt wordt. Zo van, ja, je contract wordt niet verlengd. Ik zie dat mijn man op dat moment, dan zijn we getrouwd… Stiller wordt, wat meer geremd… minder open naar mij, zich afsluit. En hij werd stiller en stiller. En ik heb een tuin aan mogelijkheden, maar bij mijn man wordt het niet een tuin maar een klein terrasje. Het wordt steeds kleiner. Bij mijn man gaat langzaam het licht uit. Dus ik dacht, oei, ik word hier zo’n carrière-dame… Maar dat mag nooit ten koste gaan van mijn gezin en van mijn kinderen. Of kinderen: mijn dochter en dan de bonuskinderen.
En ik probeer op allerlei manieren gewoon mijn man te stimuleren om mee te gaan in dat mantra wat ik had van ‘je kan het nog niet, wat kan dan wel?’. En ik ontdek dat het fout gaat met mijn man. Naar de buitenwereld altijd uiterst verzorgd, heel sterk op zijn uiterlijk. Charismatisch, leuk, sportief, fris, scherp, humor. Leuke man, leuke frisse vent. En thuis was het net alsof hij die buitenwereldjas uitdeed en… Alsof die pijn die hij had, dat hij die gewoon thuis mocht neerleggen en dat hij mocht zijn wie hij was. En dat was niet een blije man. Hij isoleert zich, hij vereenzaamt. Hij gaat steeds meer achter zijn computerscherm. En wat ik zag was een man in pijn. Een man die twee gezichten had.
Wat ik doe, zonder dat ik het besefte, dat sluipt er heel langzaam in: ik ging mijn succesverhalen een beetje afscherpen, of de glans eraf halen. Ik ga niet zo uitgebreid vertellen over de leuke mensen die ik tegenkwam. Dan zit ik met ministers of slimme koppen, ik zit met boeiende mensen aan tafel. Maar dat dimde ik om thuis maar niet te veel het succesvrouwtje te zijn. Een beetje dimmen, zodat hij niet in de schaduw komt.
Langzaam ontdek ik dat er rare dingen zijn. Dat ik denk van, wat is dat hier? Dan loop ik de garage in en daar staat zo’n rek met wijn. We hadden veel wijn voor etentjes en zo in huis. Maar er waren de laatste jaren eigenlijk weinig etentjes meer. Want hij had geen behoefte meer aan mensen om zich heen. En ik open een pak van bij de wijnboer, waar hij die altijd haalt. En ik pak zo’n doos zo’n zespak, maak ik open. En ik zie dat daar twee lege flessen in zitten. En ik ben zo heerlijk naïef, dat ik een paar dagen later tegen hem zeg: ‘Mark, je moet echt eens met die wijnboer spreken, want hij is ripping you. Hij verkoopt dozen van zes maar er zitten twee lege in. En ik heb dat al een paar keer ontdekt. Dus je wordt opgelicht door die wijnhandelaar. Er zitten lege flessen in de dozen van zes.’ En ik ben overtuigd dat die wijnhandelaar ons oplicht. En waarom ben ik zo overtuigd? Omdat Mark zo eerlijk en zuiver is.
Zonder dat ik het wist was mijn man al jarenlang aan het verstoppen dat hij een zwaar alcoholprobleem had. Al die jaren dat ik denk dat hij tonic drinkt met citroentje en ijs was het gintonic vanaf 11 uur of 1 uur ‘s middags. En ik had dat niet door. Mijn Mark voldoet niet aan het beeld van wat ik had van een alcoholist. Dit was mijn niet zo frisse man als vroeger maar ik vond hem nog heel mooi… Hij ging nog steeds sporten, niet meer in groep maar alleen. En ik denk dat dat het gevaar is van wat we hebben met die stereotypjes. We hebben zo’n beeld van zo’n man die in de goot zit, maar dat was het helemaal niet. Nee, hij was afgestompt, geen gevoelens meer, geen empathie, geen inlevingsvermogen, sloot zich af van zijn kinderen, van de buitenwereld. Hij kwam zonder werk te zitten. Dat begon bij mij die alarmbellen doen afrinkelen.
Ik breng het een paar keer met hem op, dat kwam niet binnen. Er kwam een woede in mijn man dat ik dacht: ‘ohhh… ik herken mijn man niet meer’. Bijna letterlijk het gebaar van die hand, weet je, dat je zo’n hand in je gezicht krijgt van: stop. Ik mocht daar niet over spreken, dan werd hij kwaad. Ik werd plotseling bang.
Niemand van de kinderen of familie weet dat hij geen baan had, alleen mijn dochter wist het. En ik dacht, dit kan ik niet, dus ik moet hulp zoeken. Ik ging naar de Stichting Coke van Jou in Maastricht. Dat was voor partners, die hadden ochtenden waar je hulp kon krijgen als familie van verslaafden. Dus ik heel dapper vanuit Brussel naar Maastricht. En daar werd ik enorm geholpen. En daar probeerde ik kleine handvaten te krijgen: hoe ga je om met een partner die stikverslaafd is. En het antwoord was: Liesbeth, dit is veel zwaarder dan wat jij ziet. Het is een trap naar beneden. Eerst verliest hij zijn baan Dat is al gebeurd bij jou. Dan verliest hij zijn vrouw. Jij staat op het kantelpunt want hij trekt je mee naar beneden.
En drie, dan verliest hij zijn huis en dan komt hij in de goot en dan is meestal het punt dat hij hulp wil zoeken. Maar nu ben jij aan het redden en neem jij er verantwoordelijkheid over en jij buffert en je camoufleert. Ik zit in een soort verhaal waar zijn verslaving mijn verslaving wordt. Zijn schaamte wordt mijn schaamte. Zijn isolatie is mijn isolatie. Ik nodig niemand meer uit. Ik schaam me. Ik voel me verantwoordelijk. It takes two to tango was een uitspraak van Mark. En ik dacht gewoon, hup Liesbeth, kilo’s liefde erover. En dan gaat dat lukken. Ik kreeg binnen het werk altijd dat sterke vrouwenhoedje. Ik kreeg promoties omdat ik bij problemen niet bleef hangen maar altijd ging oplossen.
Ik doe er alles aan om mijn man aan het werk te krijgen en dat lukt. Je zou denken van: God, hij beseft dat dat alcoholprobleem hem echt richting afgrond had gestuiterd. Maar er was nooit een of ander besef dat alcohol zo’n probleem was. Als ik met hem over alcohol sprak, kreeg ik altijd weer die hand in mijn gezicht. En die woede van: hoe durf je aan me te twijfelen? Dus dat was zo’n onderwerp van: dat is het verleden, ik heb het onder controle, Liesbeth, ik wil het er niet meer over hebben.
Wat ik niet wist was dat hij was blijven drinken.
Via een klant vind ik een baan voor hem, drie dagen per week. Nog voordat hij begon, moest er een appartement gevonden worden. En hij vond een appartement in Antwerpen. En dat ging razendsnel allemaal. En ik snapte het niet. Ik zeg, dat is weer 35 minuten van je werk af of een uur file. Maar je hebt maar drie dagen een baan Het is misschien voor zes maanden of een jaar. Dus waarom moet je nou een appartement? Alles in me zei me, dit klopt niet. Jij hebt twee jaar op de bank gezeten. En het eerste wat je doet, is een jaarcontract tekenen van een appartement in Antwerpen-Zuid. Je zit echt met een mooi uitzicht op maatgemaakte kasten. Echt zo, dat ik dacht, zo! Mooi! Mooier dan thuis bijna.
Dus ik vraag hem: ‘is er iets wat jij mij moet vertellen? Want dit klopt niet. Je werkt niet, je brengt niks binnen. Je hebt je eerste salaris nog niet binnen.’ Hup weer die hand in mijn gezicht Hoe durf je aan me te twijfelen? Direct daarna: love bombing. Dus die sterke vrouw in de buitenwereld gaat ongemerkt altijd…nog een beetje de grens verlagen, nog een beetje, en altijd met de mantel der liefde bedekken.
Iedereen in de buitenwereld zag hoe gek wij op elkaar waren, dus de buitenwereld twijfelde nooit aan ons. En ik twijfelde ook nooit aan mijn man, want weet je, hij was toch zo zuiver, hij is zo zuiver, hij is zo eerlijk. Dus ik dacht, die alcoholverslaving, die hebben we achter de rug. Ik heb mijn oude Mark weer terug. Alleen dat appartement dat zat, dat klopte gewoon niet. Een paar maanden later, ik zit aan mijn werktafel en mijn koffertje is gepakt. Ik ga naar Noorwegen de volgende dag voor iets van het werk. Ik ben niet zo fris, ik ben moe, want iets voelt in me, er klopt iets niet. Ik kijk, ik luister, maar ik zie niks. Ik zie geen alcohol en toch klopt het niet. Ik krijg te horen dat ik de vrouw van zijn leven ben en hoe blij dat hij is met het vertrouwen wat ik hem geef en dat ik voor hem door het vuur ga en dat we het samen weer op pad hebben gekregen. Dus ik zit daar, aan de ene kant weer van ja, ik heb hem aan het werk, maar aan de andere kant denk ik, er klopt iets niet.
Een klant ‘s ochtends zei me van: ‘Liesbeth, je bent een paar kilo afgevallen. Wat is er?’ Ik zeg, ja, er is iets privé. Ik weet het niet. Oh, maar als je je man niet vertrouwt, dan moet je gewoon in zijn telefoon kijken. En daar gaat ze weer, die brave Liesbeth: ‘nee hoor, nee, dat doe ik nooit’. ‘Oké’ zegt ze, ‘jullie hebben toch een Telenet abonnement?’ ‘Ja’. ’Daar kan je gewoon online jullie telefoonrekeningen in kijken.’ Omdat ik die werkreizen heb, moet ik ook onkostenrekeningen maken voor het bedrijfsleven. Dus ik maak een onkostenrekening voor al mijn reiskosten voor Noorwegen klaar. En dan toch klik ik wat verder in die Telenetrekeningen. En ik kijk niet naar de rekeningen van de vorige maanden, maar ik kijk naar de rekeningen nu. En wat zie ik? Dat mijn man belt met bepaalde nummers en je ziet steeds: twee cent, drie cen,t ophangen. Ik snap er niks van. Ik word opgezogen door een zoekdrang van: nu moet je doorbijten, Liesbeth. Als je nu wegkijkt dan gaat er iets echt mis met je, want ik was al aardig aan het afzwakken. Ik was verzwakt. Dat zeg ik nu zo rustig, maar ik was gewoon een half lijk, als ik nu terug zou kijken.
Ik kopieer een van die telefoonnummers En ik google. En ik pak nog een slokje thee. Ik slik. En ik doe…. Tik. En ik zie daar een meisje van 22, half bloot, 275 euro per uur. En ik denk, hè? Mijn man? Ik kopieer nog een nummer. Ik denk, ik heb misschien één cijfertje fout. En ik google al die nummers in. En iedere keer val ik op een sekswerker, jonge meisjes… Allemaal hetzelfde type. Lang, zwart, strak, recht haar. Zo’n Latijns-Amerikaanse. Opgeblazen borsten. En ik… Ik ga kapot. En ik sta op en ik rol mijn werkstoel naar achteren… mijn bureaustoel naar achteren en ren naar het toilet. En ik begin te braken totdat ik niet meer kan.
Op dit moment is Mark niet in het huis, want hij zit in Antwerpen. Hij is de sekswerker voor die avond aan het boeken. Dus ik wist precies, dit is het meisje waarmee hij morgenavond in dat appartement wat zo nodig gehuurd moest worden, anderhalf of twee uur aan de gang gaat. Ik klap in elkaar, ik kan niet stoppen met overgeven. En ik kijk in de spiegel en ik zie een lijkbleek gezicht met spookogen en ik kijk mezelf aan en denk, Liesbeth, wie ben jij? Wie ben jij als vrouw? Wat heb je gemist? En ik denk, oh, mijn koffer is gepakt, ik moet inchecken. Ik moet morgen naar Noorwegen, ik vlieg naar Oslo. Je moet aan het werk, je hebt mensen die op je rekenen. Je gaat inchecken en je gaat naar Noorwegen en dat helpt misschien wel. Dan heb je wat afstand, dan is het niet dit huis, dit bed, ons huis, Antwerpen zo dichtbij. Je moet weg. Want ik wilde eigenlijk weg. Weg, weg weg, dacht ik.
En nadat ik me had ingecheckt voor Noorwegen is… ik ben onder de douche gaan staan en ik heb mijn intieme delen met Dettol – maar gewoon de huis-, tuin- en keuken-Dettol gewassen. En dat was niet slim, want dat brandde. Ik heb mijn lichaam, mijn hele lichaam, mijn huid, alles, mijn borsten, ook helemaal… wrijven, wrijven, wrijven met die Dettol. Mijn ziel ging kapot. Mijn vrouw-zijn ging kapot. Ben ik dan niet genoeg? Hoe kan dat nou? We hebben gewoon… we zijn gewoon intiem. Dus je moet gewoon wat beter je best doen, Liesbeth.
Ik kom thuis uit Noorwegen met mijn koffertje. De deur gaat open. En hij kijkt me aan en hij pakt me vast en zoent me op de mond. En ik denk, oh, die mond heeft overal opgezeten. Ik weet niet, op honderden dames. En ik krijg de stem te horen zoals altijd: ‘dag mooie vrouw van me’. En ik verstijf en hij drukt zijn onderlijf tegen me aan alsof hij zin in seks had. En ik dacht, hoe moet ik dit nou doen? Hoe goed hij kon liegen, manipuleren… Hij was fantastisch. Maar hij wist niet dat ik het wist.
Bij mijn terugkomst van Noorwegen ga je denken, de volgende dag staan zijn koffers klaar of je smijt hem buiten. Dat heb ik niet gedaan. Ik heb een paar maanden gebruikt om al mijn bewijsmateriaal te verzamelen zodat die scheiding in orde zou komen. Ik kwam er intussen achter dat het tarief van de meisjes op de Avenue Louise in Brussel was tussen de 50 en 70 euro. Maar de dames bij wie hij aan huis ging of zij bij hem thuis in Antwerpen kwamen… of bij mij thuis in de rand van Brussel… die… 250, 275, dat waren de wat duurdere dames.
De eerste vijf jaar dat we samenwoonden, nam ik ongeveer 100% van de financiën… omdat hij zijn ex nog afbetaalde met alimentatie. Dus die eerste vijf jaar werden die vrouwen uit onze huishoudpot betaald. En dan heeft hij daar twee jaar dronken op de bank gelegen. Dus… Dan ging ik bijvoorbeeld naar Londen met de vroegste Eurostar en dan kwam ik thuis en vond ik achteraf dat ik op de trein heen weer met de Eurostar naar Londen zat, maar dat hij van het huishoudpotje een luxe dame had gehad van 280 euro.
Hoe heb ik het zover kunnen laten komen? Je beoordelingsvermogen is compleet beschadigd. Dus mijn radar… Van: wat is echt, wat is juist, wie is er zuiver, wie is er niet zuiver? Die is compleet kapot. Ik zou een spoedscheiding krijgen, met die hele dikke map die ik had vol bewijzen, kreeg ik in België een flits-scheiding. Twee weken zou ik nodig hebben om gescheiden te zijn, in plaats van zes maanden.
‘Dit heeft niks met jou te maken, Liesbeth’, was het eerste wat hij zei toen ik hem confronteerde. ‘Ik doe alles voor je, ik zal je nooit meer pijn doen, het spijt me.’ Het patroon herhaalt zich. Weer net als naar Maastricht, zocht ík hulp voor die seksverslaving, niet híj. Ik kom in Engeland terecht omdat op dat moment in België en Nederland seksverslavingen nog niet zo bekend waren. Een week lang zit ik daar met vrouwen. Je moet je maar voorstellen, zes à acht vrouwen zitten daar denk ik. En onze ogen gaan open, want de dingen die we van onszelf dachten van, ja ik zal wel gek zijn, het zal aan mij liggen, ik ben niet genoeg…. Alles werd daar… alles was daar één brok herkenning
Ik ging naar huis, naar Mark. Ik kreeg een Mark te zien dat ik dacht, oh, daar is hij weer. Die integrale glazen helm, die is afgevallen. Mijn echte man is er weer. Dus ik ben níet bij hem weggegaan, zoals ik me had voorgenomen Ik heb de advocaat teruggebeld. En mijn vriendinnen die stapelgek van me werden: ze gaat weg, ze gaat niet weg, ze gaat weg… En ik ben gebleven omdat ik mijn verantwoordelijkheid wilde nemen van… ‘We’ moesten dat oplossen. Ik sprak in ‘we’. Ik wilde niet slachtofferen. Ik wilde weer terug naar die levenslust en dat sterke van dat koppel. En ik wilde geloven in het potentieel wat wij hadden als koppel, en ik wilde geloven dat het iedereen kan overkomen en ook mijn man.
Wanneer je in die situatie zit zoals ik zit… Zelfs al is het in het small of in het medium en niet in een XXL-versie zoals ik. Die schaamte verlamt. Ik was bang. Hoe ga ik respectvol met mijn man om? Hij met zijn krassen en zijn beschadigingen en ik met mijn krassen en beschadigingen. Hoe pellen we dat laagje, dat misschien allemaal zo glamour en zo leuk, mooi leek… hoe komen we in die pijn en in die echtheid dichter bij elkaar? En hoe hou ik vooral mijn familie bij elkaar? Alcoholverslaving heb ik niet gedeeld. Ik heb het vanaf 2016, toen de seksverslaving naar boven is gekomen, dan heb ik het aan mijn hartsvriendinnen gedeeld en hij heeft het gedeeld aan zijn kinderen. En dan zijn we het langzaam gaan delen. Maar ik ben bij hem gebleven.
En iedereen steeds van: hoe kan je nou, hoe kan nou een vrouw die op het podium staat, in , die spreekt over respect voor vrouwen, hoe kan die met een man samenleven die alles, maar dan ook alles bewezen heeft om haar te gebruiken, misbruiken, te liegen, lovebombing, manipuleren, haar als gek te bestempelen? Maar dat is omdat ik steeds die goede persoon wilde zien.
Ik bleef mezelf wijsmaken dat wij iets speciaals hadden. Hij bleef mij zeggen: ‘Liesbeth, dit heeft niks met jou te maken. Jij bent de vrouw van mijn leven. Mijn grootste angst is dat jij me in de steek laat.’
Als ik alles zou delen, dan zou ik in elkaar storten. Aan de andere kant wilde ik hem niet zwart maken naar familie en vrienden. Ik vond dat hij een tweede kans moest krijgen. Dus dan ga je niet alles vertellen hoe erg het wel niet is geweest. Want we werden al uitgesloten door vrienden. Vrienden zeiden: we willen hem niet meer zien. Familie zei, hij mag niet meer komen. Dus we waren in die zoektocht naar ‘weer op te krabbelen’ werden we sociaal geïsoleerd. Ik was overal welkom. Dus ik ging met kerst naar mijn familie in Nederland, naar vrienden, Nieuwjaar en dergelijke. Maar hij werd niet uitgenodigd. Ik kreeg een dubbelleven. Ik zit helemaal in de knoop met mezelf van: wacht, wacht even! Ik sta op podia, in Europa, op congressen als inspiring role model. Ik werk al vanaf 2001 voor het geven van een stem en respect aan vrouwen. Maar als er iets niet gerespecteerd is, dan was ik het wel. En dan denk ik, ja, maar je bent een fraud. Dit is fraude, dit is niet echt. Welk recht van spreken heb ik nog? Waarom heb jij het zo lang stilgehouden? Schaamte, ja.
Als ik heel, heel diep naar binnen kijk was het weer om hem te beschermen Ik heb willen geloven dat er nog een kans was dat wij erdoor kwamen. Dat hele subtiele mechanisme, angst, schaamte, de grens nog een beetje verlagen. ‘Ah, maar ik ben er bijna. Dus nog even doorzetten’. Een angstbrein neemt meer over. En als je een angstbrein hebt, ga je niet naar je logische denken. Weggaan wordt onoverkomelijk. ‘Ik ben toch niks meer zonder hem. Hij is zo belangrijk en hij is zo sterk. En moet je zien hoe goed dat hij het doet. En ik ben eigenlijk… Ja, wat ben ik eigenlijk nog waard?’
Ik ben een paar jaar geleden bij hem weggegaan. Ik ben gescheiden. Ik ben heel ver gegaan in mijn liefde. Ik vind nog steeds dat love rules. Dus voor mij is dit een liefdesverhaal. Het is alleen in het begin helemaal fout gelopen. Met te veel liefde voor hem en te weinig voor mezelf. En nu eindig ik met veel meer kilo’s liefde voor mezelf.
Ik vroeg me af, was ik te sterk, te krachtig? Was ik soms te zacht, te aardig, te meegaand? Ik denk dat ik gewoon moet stoppen met me die vraag stellen. Ik ben gewoon Liesbeth, met blauwe plekken, maar nog steeds met heel veel lippenstift.
Een van de dingen waardoor ik er ben uitgekomen en verder ben gekomen, is de kracht van mijn vriendinnennetwerk. Ze bleven altijd achter me staan. Ik laat me niet definiëren door wat me is overkomen. Ik laat me definiëren door hoe ik hiermee omga. Ik ben niet alléén maar die vrouw van Mark die zo beschadigd is. Ik ben meer. Ik ben een moeder. Ik ben een dochter. Ik ben een vriendin. Ik heb werk. Ik heb, hoop ik, een kleine steen, een heel klein steentje bij te dragen aan de maatschappij.
Ik ben gebroken geweest, kapot. Maar diep in mijn ziel, dat meisje, dat bruist, dat danst. Dat meisje heeft verschrikkelijk veel littekens. Maar hij krijgt haar niet kapot. Het boeiende is dat ik heb ontdekt dat ik zelfrespect niet van derden moet laten afhangen, maar bij mezelf moet gaan vinden. Ik heb magnifiek mooi van deze man gehouden. Wat hij ermee doet, dat is van hem. Maar wat ik in mijn hart heb, dat is van mij. En dat neemt hij me niet af.