S01 - Episode 01 | AART JAN

De man die zijn verleden inslikte

Over deze aflevering

Het begint klein, bijna onschuldig, maar stap voor stap glijdt Aart Jan verder af.

Vijfentwintig jaar zwijgt hij over wat hij heeft gedaan, tot het geheim hem langzaam maar zeker begint te verstikken.

“Ik heb nu besloten dat ik het niet langer geheim wil houden voor de mensen die belangrijk voor me zijn.”

Waarschuwing: Aart Jan deelt in zijn persoonlijke verhaal ervaringen die je als heftig kunt ervaren, zoals middelengebruik en psychiatrische thematiek.

Credits
Montage en verhaalbewerking: Valentine van der Lande
Editor-at-large en kwaliteit: Annegriet Wietsma
Fine edit, sounddesign en muziek: Rik Rensen en Jos Jansen (Big Orange)

Wil je ons helpen groeien?

Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!

Spotify
Klik op de drie puntjes bij Verhaal onbekend en selecteer “Show beoordelen”
Apple Podcasts
Scroll naar onderen en klik op aantal sterren bij ‘Beoordelingen en recensies’
Podimo
Klik een aflevering aan om te luisteren en klik op het hartje

Transcript

Ik zou Aart-Jan kunnen heten, maar het maakt niet uit hoe ik heet. Ik heb al heel lang een groot geheim. Ik heb in mijn verleden iets nogal strafbaars gedaan. Ik ben nooit gepakt. Bijna niemand weet van mijn geheim. Ik heb het 25 jaar lang voor me gehouden. Je zou het ook niet achter me zoeken als je me ziet. De laatste jaren drukt het steeds meer op me. Ik heb nu besloten dat ik het niet langer geheim wil houden voor de mensen die belangrijk voor me zijn. Ik ga het over een paar dagen aan mijn moeder vertellen. Ik ben 57 jaar, maar ik ben nog altijd bang voor haar reactie. Wanneer jij dit luistert, weet ze het. En dan weet ik hoe ze reageerde, of ze me nog wil zien. Maar ik zal eerst bij het begin beginnen. Dit is mijn verhaal.

Ik ben Aart-Jan, 57 jaar oud. Ik heb tot mijn zesde bij mijn oma gewoond met mijn moeder samen. Feitelijk ben ik vaderloos opgegroeid. Mijn vader was er nooit. Die heb ik denk ik tien keer gezien in mijn hele leven. Ik heb vele vaderfiguren gekend en ik was er ook altijd naar op zoek. Op mijn zestiende kreeg ik een zusje, een halfzusje. En op mijn negentiende nog één, van twee verschillende vaders. …andere vaders dan mijn eigen vader. Momenteel ben ik zelf vader van een zoon. Ik ben getrouwd en ik heb gewoon een baan. Maar ik zit er al heel lang mee dat ik dit geheim wereldkundig wil maken. Daar worstel ik mee. Omdat ik er enorm tegenop zie om het mijn moeder te vertellen…en mijn tante en mijn zoon en iedereen eigenlijk die me lief is. Ik ben bang dat ze me afwijzen, dat ze me veroordelen en dat ze me niet meer willen zien. Dat is eigenlijk mijn ergste angst. Maar ook het moment van vertellen, van: wanneer vertel je het en hoe. Hoe begin je? Al die dingen komen samen in die enorme….er tegenop zien. Maar ik heb nu eindelijk het moment gevonden om het te vertellen.

Ik kwam op een gegeven moment terecht in een bar en ik had ook een vriendinnetje en die zei van, nou dit is niks voor jou, ik weet wel een leuke opleiding voor je, een audiovisuele opleiding, dat kun je vast, zei ze. Dus ik ben dat gaan doen en het ging ook een tijdje goed. Maar ik reed in die tijd altijd met twee jongens samen. Onderweg was het altijd heel gezellig, we hadden het over het leven, ja alles, over…drugs gebruiken. Hij gebruikte al tien jaar lang coke. En ik zei, ik ben ook heel nieuwsgierig naar die coke. En op een avond had hij dat bij zich. Kom je bij mij thuis, had hij een pakje bij zich. En hij vroeg: heb je ammoniak in huis? Ik zei, ja dat heb ik. Hij zei, we gaan niet snuiven dat is kinderspel. We gaan het roken. En intussen had hij een pijpje gefabriceerd waarmee we dat spul uiteindelijk gingen roken. Ja, dan is het crack. Hij had er crack-cocaïne van gemaakt, crackcocaïne. Base-coke eigenlijk heet dat. Dat pakje is die avond opgegaan. Maar de eerste keer dat ik zo’n pof nam, dat heet ‘pof’, voelde ik niks, heel gek genoeg. Maar de tweede keer, toen kwam het pas binnen. Dat was alsof ik opsteeg met een vliegtuig. En het was niet alsof ik opsteeg, maar ik was gewoon het vliegtuig. Je gaat sky high en je wil eigenlijk dat gevoel steeds opnieuw beleven. Je wil opnieuw een hit. Opnieuw, opnieuw, opnieuw. Tot het hele pakje op is. En hij, die Frank, die jongen van die opleiding… die liep steeds naar het raam om te kijken of er auto’s aankwamen. Hij was heel paranoia. Want coke maakt ook paranoia. Dus dat is best wel creepy. En ik bleef heel rustig Ik zat gewoon aan mijn stoel…en ik dacht de hele tijd, waarom loopt hij nou naar het raam steeds, weet je wel? Nou, het slapen ging niet. Hij had pillen bij zich om te kunnen slapen. Oxazepam, die had hij een stripje bij zich. Die hadden we genomen en toen konden we een beetje slapen. En de volgende ochtend ben je gewoon blanco, alsof je helemaal leeg bent. Alsof je weer opnieuw gevormd moet worden. Je bent helemaal blank. Bizarre ervaring.

Maar goed, toen gingen we dus gewoon naar school, naar die opleiding. En een week later had hij weer een pakje bij zich. En toen moest ik wel meebetalen, want de eerste keer hoefde ik niet te betalen. En toen deden we niet met een pijpje, maar toen had hij zilverfolie. En met een rietje gingen we dat oproken. Maar dat had ook nauwelijks effect bij mij. Dus ik zei van, kunnen we niet weer met pijpje doen? En toen heeft hij een pijpje voor me klaargemaakt. Met echt een megaberg coke-korrels erop. En toen ik dat oprookte, ik weet niet wat er precies in mijn hoofd gebeurde… maar later begreep ik dat het een psychose was. Want ik dacht dat ik God zag, maar het was gewoon mijn hoofd… die overload van dat spul binnenkreeg. En ik werd gewoon super paranoia. Ik dacht, hier kom ik nooit meer uit. Ik weet niet meer wat ik toen heb gedaan. Ik heb toen niet geslapen. Mijn hele adressenboekje heb ik afgebeld van mensen die ik kende… of ze me konden helpen. Maar op een gegeven moment toen… Toen heb ik een hele goede vriend gebeld. Die woonde toen in de buurt en toen heeft hij me de volgende dag opgehaald. En ik was zo gek als een deur. Er was geen land met mij te bezeilen. En ik ben toen ook met hem mee naar zijn huis gegaan. Proberen te slapen, maar ik… Dat ging helemaal niet. Maar die maandagochtend heeft hij me naar het GGZ gebracht. Daar ben ik opgenomen. Dat was mijn eerste psychose.

Na mijn opname ben ik gewoon doorgegaan met gebruiken. En ik raakte weer psychotisch en ik ben met mijn moeder in de achtertuin en ik probeer daar iets te bouwen met materiaal wat ik daar in die tuin vind. Hout, steen, een ton, een regenton. Achteraf denk ik dat ik heb geprobeerd om de toren van Babel te bouwen, dat had ik in mijn hoofd. Waarom? Omdat ik zoveel talen spreek. En mijn moeder besluit me naar het GGZ te brengen in mijn geboorteplaats. Zij vindt het niet goed gaan, want ik heb me ook opgemaakt met haar make-up. Maar …. ja, ik wil niet opgesloten worden. Ik wil gewoon vrij zijn. Mijn moeder zegt, je bent een junk. Maar dat is niet zo, want ik gebruik recreatief. Daar bij die GGZ voelt het alsof ik in een hele gekke ruimte ben. De ruimte is heel maf. De wanden lopen schuin af en die psychiater heeft een heel raar hoofd. Echt een bizarre verschijning. Een soort kameleon of zoiets. Ik heb gekke hallucinaties en ik weet nog dat ik probeer te vluchten. Ik wil daar weg. Ik vlucht de parkeerplaats op waar allemaal auto’s staan. Ik verberg me achter die auto’s en ik breek ruitenwissers in stukken. Ik buig ze om. Mijn moeder zegt op dat moment tegen me… ‘Doe dat nou niet, jongen.’ Ik zeg, het is handig als wapen, man. Ja, waarom weet ik niet. Maar ik wil een wapen hebben om me te kunnen verweren. Ik denk op dat moment dat de politie van het Vaticaan achter me aan zit. Maar het is niet zo, want er komt een hele troepenmacht van de politie uitgerukt. En ja, ik probeer nog te ontkomen. Ze vangen me en ik word geboeid. Achterin een politieauto gegooid. Ik heb een avond in een cel doorgebracht. Een oom komt dan ook nog langs. En in hem zie ik ook een soort duivel, omdat hij rood en zwart draagt. Na die cel word ik afgevoerd met gillende ambulances naar een GGZ-instelling in de buurt. Daar kom ik in de isoleer. En ze spuiten me ook vol met antipsychoticum of een kalmerende drugs. Maar de volgende dag ben ik eigenlijk weer mezelf. En dan maak ik kennis met mijn medepatiënten die daar rondlopen. Allemaal mensen bij wie ik zie van ja, daar is wel iets mee mis. Bijvoorbeeld één vrouw die zit heel de tijd met haar hand over haar hart te strijken. Maar ik kan het heel goed met haar vinden. Er is ook een jongen en die zegt: ik ben mijn proefschrift aan het schrijven. En later als ik bij hem thuiskom, dan laat hij me dat proefschrift zien. Het is gewoon een… Een wirwar aan papiervellen, een verhaal waar geen touw vast te knopen is. Echt een soort van potjes Latijn of gibberish. Ik weet niet hoe je dat moet noemen. En van hem krijg ik een fluorescerende rozenkrans. Die ik later om de achteruitkijkspiegel van mijn auto hang. En later hoor ik dat die jongen zich verhangen heeft. En als ik dan in mijn auto zit… En naar die rozenkans kijk denk ik altijd, ik wil niet eindigen zoals hij. Dat heb ik altijd gedacht.

Ik bleef al die tijd gebruiken, ook na mijn tweede psychose. En ik ben dan op dat moment 31. Op een gegeven moment heb ik een soort mix gemaakt van heroïne en cocaïne. Dan ben ik met spuiten in de weer op mijn kamer en mijn appartement…mijn appartement is een beetje viezig. Het is niet echt super clean, want ik ben niet een goede schoonmaker. Maar goed, op dat moment ben ik alleen dus. En ik weet nog dat ik bij mezelf dacht… het zou me niet uitmaken als ik niet wakker word. En de volgende dag ben ik jarig. En mijn moeder komt langs. En dit heb ik allemaal achteraf gehoord…. Ik deed niet open. Ze wist dat ik thuis was, maar ze… Ik lag daar, ik lig op bed in mijn poep en kots en de politie forceert de deur en vindt mij en al heel snel komt de ambulance erbij. Die ambulancebroeder zegt van, ja dit heeft geen zin meer want hij ademt heel zwak en hij is er bijna geweest. En mijn moeder zegt van, breng hem toch maar naar het ziekenhuis. Ja en vanaf mijn verjaardag tot eerste kerstdag, wanneer ik voor het eerst wakker word, zit twee maanden tussen. Dus zo lang heb ik in coma gelegen. En dan word ik wakker en dan begint een hele lange periode van revalidatie. Ik moet opnieuw leren lopen. Ik heb doorligplekken aan mijn ellebogen. Ik kan niet meer normaal mijn benen kruisen, want dat is verkleefd allemaal bij mijn benen. Dat duurt een half jaar, die revalidatie. Mijn moeder komt …praktisch elke week langs. En neemt boeken voor me mee. Ik heb het hele werk van Voskuil gelezen. Ook al in het ziekenhuis en op de revalidatie. En na die revalidatie is het eerste wat ik doe……mijn dealer bellen. Dus ik begin gewoon weer. Want….vraag me niet waarom maar ik deed het gewoon. Ik was er nog niet klaar mee.

Maar ja goed, het is een dure hobby… Coke is niet goedkoop, ik heb een flinke schuld en die moet ik aflossen. En ik denk bij mezelf van: hoe kan ik nou geld maken? Ja, ik bespreek dat met mijn dealer en die zegt van ja, er zijn twee opties. Of trouwen met een Surinaamse of bolletjes slikken. Trouwen met een Surinaamse, daar zou een zekere geldsom tegenover staan, eenmalig. En dan zou je getrouwd zijn. En achteraf ging dat niet door. Goddank. Ik zou vastgezeten hebben aan een of andere dame die ik niet ken. Blijft over: het bolletjesslikken. Dus dat ga ik oefenen. Ik krijg nepbolletjes te slikken. Nepbolletjes zijn bolletjes met meel erin. Die ik thuis in mijn vlakspoel-wc terugvind de volgende dag. Dus dat gaat goed. Dus ik kan op reis. Ik heb dan met een bevriende dealer al afgesproken dat ik vakantiefoto’s ga maken. Met hem erbij, want ik vertel aan mijn moeder dat ik op vakantie ga naar Suriname met hem. En ik maak dus wat foto’s bij hem thuis tegen zijn witte wand, om het idee te geven van ik ben op vakantie.

Nou ja, ik vlieg naar Suriname. Ik zit hartstikke lang in Paramaribo. In het appartement waar ik zit, een beetje een shabby toestand, kom ik mensen tegen die ook smokkelen, maar dan op een andere manier. En de baas van die orga, dat is Surinaams voor organisatie. Zij stellen me voor van: we nemen jouw smokkeldeal over. En je gaat voor ons smokkelen. Maar ik blijf loyaal aan die dealer met wie ik een afspraak heb om die bolletjes te slikken. En ondertussen wordt het allemaal heel gezellig met die jongens met wie ik optrek. En we klikken en het is allemaal heel leuk, zo gezellig dat de orga voor wie ik bolletjes ga slikken, besluit om me te verplaatsen, ergens alleen in een appartement. Ik weet ook niet waar, ergens in Paramaribo. En ik zit daar maar, gebruik daar ook. Het gekke is, ik kom dat appartement ook helemaal niet uit eigenlijk. Ik ga geen wandelingetjes maken. Het is een soort simpel appartement als ieder ander. Er staat een ventilator die ik stuk maak. En het is eigenlijk een eenzame bedoening. Want ja, ik zit daar maar een beetje te niksen eigenlijk. En op een gegeven moment heeft hij twee gezelschapsdames voor me geregeld. En met één van hen ga ik naar bed. En ja, het gaat allemaal heel onbeholpen en heel onnatuurlijk of… heel gek. Maar op een gegeven moment komt het moment van vertrek. Hebben ze dan toch een terugreis geboekt.

En dan komt de avond van het slikken van die bolletjes. Ik begin ‘s avonds met slikken. En ja, dat duurt gewoon wel enige tijd voordat je ze allemaal weg hebt gewerkt. Maar je moet ook nog slapen en die vlucht gaat in de ochtend. Ja, dat slikken dat gaat heel traag. Die man had er flink wat meegenomen, veel meer dan ik weg zou kunnen krijgen. En het formaat van die bolletjes, dat is ongeveer… dat kun je vergelijken met een augurk. En die moet je dus in zijn geheel doorslikken en dat is niet niks. Want dat is een flink ding wat je door je keelgat moet laten verdwijnen. Vraag me niet hoe, maar ik heb er 86 weg weten te werken. Met veel moeite, met veel tussenposes tussen de bolletjes. En het duurde een hele nacht. Maar meteen al die ochtend komt er één uit. Dus die heb ik dan toch maar weer afgespoeld en ook doorgeslikt… om toch maar datzelfde aantal te houden. Ik heb een hele snelle stofwisseling. Alles wat ik ‘s avonds eet komt er de volgende ochtend uit… Bij wijze van spreken. Wat ik wel eens gelezen had, dat je als slikker een middel krijgt om je stofwisseling te remmen, af te remmen, zodat je niet gelijk alles weer uitpoept. Maar volgens mij heb ik dat nooit gekregen, of één pilletje of zo, maar het werkte dus niet goed. Nou ja, dan is het tijd om dat vliegtuig in te gaan. Terwijl ik me ongelooflijk verrot voel want ik voel me een soort opgeblazen ballon. Ik realiseer me op dat moment niet dat ik gevaar loop. Dat er eentje kan knappen in mijn buik en dan ben je er geweest en dat komt misschien door de coke. De coke geeft je moed. Ik ben gewoon overmoedig van de coke. Voor vertrek mocht ik niet gebruiken, een aantal dagen. En moest ik al mijn kleren wassen omdat de drugshonden op Schiphol anders iets zou ik kunnen ruiken. En dan zou ik er dus uitgepikt worden en nou ja…Dan zou ik opgepakt worden. Zanderij is ook een klein vliegveldje. En dat weet ik allemaal niet meer precies, maar op het moment dat ik in het vliegtuig zit, ben ik niet zenuwachtig. Dan moet je je voorstellen, ik zit in een vliegtuig met 86 bolletjes in mijn lijf. En om niet op te vallen moest ik dus gewoon normaal eten en drinken. Stewardessen pikken bolletjesslikkers tussen normale passagiers uit. Ik denk dat ik niet kan eten maar ik doe het toch. Ik eet gewoon de maaltijden die ze me voorschotelen. Terwijl ik zit tjokvol met die bolletjes en ik kan eigenlijk niks eten. Maar als ik dat dan toch ga doen, moet ik naar de wc en komt er dus weer één uit. Nou ja die laat ik gewoon gaan en ik spoel door. Want ik dacht echt van dat ga ik niet weer doorslikken. Dus… ik voelde me echt hondsberoerd eigenlijk. En ik voel alsof ik op knappen sta. Ik wil zo snel mogelijk van die lading af. Maar ja zo’n vlucht duurt acht uur of tien uur of hoelang het ook duurt. Best lang.

Ik kom aan op Schiphol met die lading in mijn buik. En op een zeker moment lopen langs alle passagiers… lopen drugshonden en ze lopen echt rakelings langs mijn benen. Dus op dat moment ben ik wel even bang. Dat ze me er tussenuit pikken. Maar ze ruiken niks want die bolletjes zitten in mijn lijf. Ik zou alleen bang moeten zijn om door de scanner te moeten. Maar dat hoef ik als witte Nederlander niet. Gelukkig word ik meteen afgehaald door mijn dealer en een vriend van hem. Ik zeg nog tegen hem, nou, rij maar zo hard mogelijk, want ik moet iets kwijt. Dus we komen in zijn huis. Waar ik in zijn badkamer het grootste gedeelte uitpoep op een emmer. En ze ook nog zelf mag schoonmaken met een speciaal middeltje. En die wastafel, die zit vol met water. Dat spoelt ook niet goed weg en het is één teringbende. En ondertussen staat die vriendin van die dealer… die moet naar de wc, dus die zegt van duurt die jongen nog lang? Laat hem opschieten, zegt ze tegen haar vriend, de dealer. Ik zei: ja, ik kan wel even een pauze nemen maar er zit nog meer want ze zijn er nog niet allemaal uit. En op de bank zit een van die gasten die bolletjes al open te snijden en het poeder te verzamelen in een zakje. En dan, ja, ik ben ook echt voor mijn gevoel een eeuwigheid bij hem. Voordat het laatste bolletje mijn lichaam verlaten heeft. En ik wil ook slapen en ik ben moe. En ik voel me nog steeds ellendig en brak. Van het slechte slapen de avond ervoor. En ik wil ook weer liefst een pofje nemen. En… ik wil weer gebruiken. Dus ik kan niet wachten tot ik weer echt thuis ben. Maar dan is er nog de kwestie van het geld. Ik weet niet eens hoeveel ik betaald zou krijgen, maar… Het is sowieso veel te weinig wat ik krijg. Ik reken op een paar duizend euro, maar het is echt veel minder. Ja, dat is toch wel enige teleurstelling, want het heeft dus niet opgebracht wat ik denk dat het me zal opleveren. Maar goed, dan komt de smokkel twee. Want ik word al snel gebeld door die man van die andere orga, van de koffersmokkel.
Dus ik reis af met de trein naar Schiphol om vast vooraf te kunnen inspecteren wat me te doen staat tegen de tijd dat ik daar met een echte koffer vol coke de ruil doe. Met de douanier die mij dan een lege koffer gaat geven om om te wisselen. Dus ik reis in eigenlijk hetzelfde jaar al heel snel af, weer naar Suriname. Voor die tweede keer dat ik naar Suriname afreis zeg ik tegen mijn moeder… dat ik een vriendinnetje daar heb en dat ik haar weer ga bezoeken. Dat gelooft ze en ik ga op reis. En in tegenstelling tot de eerste keer dat ik smokkel, bel ik vlak nadat ik geland ben. ‘Ja, ik ben er’. Veilig met de telefoon van een van mijn medesmokkelaars. Want zij heeft op dat moment een mobiele telefoon.

En ja, het is echt een bizar gezelschap waarin ik vertoef. Het is een samengeraapt zooitje. Samen met vier mensen ben ik afgereisd naar Suriname. Er was een Duitser bij en een vrouw van middelbare leeftijd… waarvan je ook niet verwacht dat ze dat gaan doen wat ze gaan doen. We zitten allemaal in een hotel. En het is ook vaak heel gezellig met die mensen. Gewoon iets te gezellig misschien wel. Dus op een gegeven moment besluit de orga van… we laten die mensen niet meer in een restaurant eten… want wie weet horen mensen dingen of… Het moet niet al te gezellig worden, dus vanaf dat moment blijven we meer in het hotel. Het is heel onwerkelijk en ook tegelijkertijd heel spannend, want zal alles goed gaan straks bij de douane? Want een van die gasten, een wat oudere heer die is gepakt op Zanderij. Die heeft toen een tijd moeten zitten in de Surinaamse cel. Een vrouw is zonder lading gegaan Zij mag niks meenemen, omdat ze te zenuwachtig is. En die Duitser en die middelbare vrouw, hen is het wel gelukt. Zij hebben gewoon de routine met de koffer gedaan. En ik ook. En het ging allemaal goed.

Als ik dan weer terug ben in Nederland, dan los ik binnen no time mijn schuld af. Die schuld die elke maand een hele hap uit mijn inkomen nam. Dat geld kreeg ik vrijwel direct na de smokkel contant overhandigd bij mij thuis. En dat heb ik zo snel mogelijk op de bank gezet, in porties …en daarmee de schuld bij de ING afgelost. En dat voelde als een bevrijding destijds. Want ik kreeg… …voor die hele smokkel kreeg ik 19.000 gulden.
En bij een familiefeest vertel ik dat meteen aan mijn moeder. Met de woorden… …ik heb de loterij gewonnen… en ik heb die schuld afgelost bij de ING. Niemand vraagt naar die foto’s die ik eerst gemaakt heb. En op zich ben ik daar best blij om, want ja, het zijn stomme foto’s. Ja, wat valt er te zien? Het zijn geen doorsnee vakantiekiekjes. Het zijn gewoon foto’s van twee mensen van mij en die dealer binnen. Dus dat slaat dan nergens op en ik heb ze ook nooit laten zien. Niemand vraagt ook naar die vakantie want ja, waarom weet ik eigenlijk niet. Het is nota bene heel gek dat iemand die gebruikt op vakantie gaat, En die eigenlijk helemaal geen geld heeft. Maar goed, in mijn familie wordt wel meer dingen onder het tapijt geschoven. Dus het is ook weer niet zo gek dat niemand iets vraagt.

Dan is het inmiddels juni van dat jaar… en dan kom ik op een bruiloft van een gezamenlijke collega… kom ik mijn huidige vrouw tegen. En eigenlijk hielden we gelijk van elkaar. We sloegen de fase van verliefdheid over. En ik vertel haar eigenlijk al heel snel alles. Dus ook van de smokkel en van mijn gebruik. Mijn vriendin vraagt wel een vriendin om raad. Moet ik dat wel doen met die jongen? Want hij gebruikt. En is hij wel betrouwbaar? Kan ik dit wel aangaan met hem? En die vriendin zegt van: doe wat je hart je ingeeft. Na een week of twee woonde ik al bij haar in, maar ik had nog wel mijn appartement aangehouden en daar gebruik ik af en toe. Maar eigenlijk denkt ze dat ik al gestopt ben en als ik gebruik heb ik de gewoonte om alle stekkers uit de telefoon te trekken en dus niet bereikbaar te zijn. Mijn vrouw is dan heel erg ongerust. Ja, we zijn gewoon altijd bereikbaar voor elkaar en ik denk bij mezelf, dit gaat niet samen. Ik voel dat ik op dat moment de keuze moet maken tussen langzaamaan doodgaan aan drugs, of de liefde. Ik kan niet blijven gebruiken en haar blijven zien. En ik kies voor de liefde. Mijn vrouw is eigenlijk mijn reddende engel.

We zitten in de auto en op een zeker moment gaat die rozenkrans stuk. Het touwtje is al zo oud dat het knapt en dan op dat moment denk ik van het is goed dat ik hem niet meer heb. Want ik ben nu klaar met alles, ik kan een nieuw leven beginnen. Met haar, met mijn vriendin, we trouwen al heel snel, na twee jaar en er is ook een kleine op komst en dan heb ik een lange tijd een dodelijk saaie baan en dan besluit ik dat geheim een geheim houden Eigenlijk dacht ik dit altijd bij me te houden, misschien mee in mijn graf in. Ik heb het er met niemand over en dan begint het te kriebelen en dan denk ik, wat wil ik nou eigenlijk met mijn leven? Het liefste zou ik willen schrijven, dus ik ga het opschrijven. Het is een soort dualiteit in mij. Aan de ene kant wil ik het geheim houden omdat… dat lijkt me toch het beste voor iedereen. Om niet te vertellen wat ik gedaan heb. Omdat het mij in een kwaad daglicht stelt. En toch moet het eruit. Ik wil heel graag hier een roman over schrijven. En wachten tot mijn moeder overleden is, dat is gewoon laf. En ik moet het nu wel aan mijn naasten vertellen. Ik wil niet meer dat het dat geheim is wat ik al die jaren met me meezeul. Op zich zie ik er niet zo tegenop om het mijn zoon te vertellen. Omdat ik denk dat wat ik gedaan heb, heeft ergens ook iets heroïsch. En je zou kunnen denken, ‘cool dat mijn vader dat gedaan heeft’. Kijk ook mijn moeder, een deel van de mannen met wie mijn moeder omging, waren enigszins van criminele inslag. Dus ergens zet ik die lijn een beetje door. Maar ik hoop niet dat mijn zoon het zal doorzetten of zolang iets geheim zal houden zoals ik. Of zoiets gaat doen wat ik gedaan heb. Als ik hem dit nu vertel binnenkort, is er minder kans dat hij dit gaat doen. Is er minder kans dat hij dit onbewust gaat doen.
Ik ga dit verhaal binnenkort ook aan mijn moeder vertellen. Over een paar dagen. En daar zie ik enorm tegenop. Maar het kan niet anders dan dat ik het nu haar vertel. Omdat ik het nu in de podcast vertel. Er is geen weg terug. Tegen de tijd dat deze podcast online staat, zal ik het haar verteld hebben. Dus mam, nu weet je het hele verhaal.

 

Nog geen reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

S01 - Episode 01 | AART JAN
De man die zijn verleden inslikte
0:00 / 0:00