Bonus bij aflevering 4 (TESS).
Tess heeft de Jehova’s Getuigen verlaten. En ontdekt wat er gebeurt als je oude zekerheden – en je familie – loslaat.
Credits
Regie: Arjen Barel en Lotteke Boogert
Montage: Lotteke Boogert
Editor-at-large, kwaliteit: Annegriet Wietsma, Valentine van der Lande
Muziek, sounddesign en fine edit: Rik Rensen en Jos Jansen (Big Orange)
Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!
Je kunt me Tess noemen. Graag zelfs. Ik heb deze naam een jaar of twee geleden zelf gekozen. Ik ben best wel heel trots op waar ik nu ben. Maar mijn ouders zullen nooit trots op mij zijn. Dit is mijn verhaal.
Ik ben het middelste kind. Ik ben behoorlijk onderzoekend. Ik wil altijd weten waarom. En het levert mij al heel snel de bijnaam ‘het-waarom-meisje’ op. Mijn vader noemde mij vroeger altijd ‘het-waarom-meisje’. Mijn vader is denk ik net zo’n vrije geest als dat ik ben. Hij houdt van mooie muziek, hij is fotograaf, hij maakt echt de prachtigste foto’s. Hij houdt van fikkie stoken, van kamperen, wil elke James Bond film zien. Het is eigenlijk een ontzettend leuke man en we lijken ontzettend op elkaar. Niet alleen vanbinnen, maar ook vanbuiten. En ik denk dat aan de buitenkant wij best een leuk gezin zijn. We wonen in een mooi huis met z’n allen, met mijn zussen, mijn ouders, onze vele diertjes. Er komt van alles bij ons voorbij. Op een gegeven moment hebben we zes honden, schildpadden en zelfs een klein tortelduifje die Nathalie heet.
Maar eigenlijk is mijn verhaal begonnen nog lang voordat ik geboren werd. Mijn vader is ooit opgegroeid als Jehova’s getuige en op een gegeven moment is er iets gebeurd en ik weet niet zo goed wat, want er werd niet over gesproken, waardoor dat hele gezin besloot daarmee te stoppen. Mijn vader moet toen begin twintig zijn geweest en die kreeg een baan in een best wel beruchte bar toen in Den Haag, in Westwood. Daar stond hij achter de bar en op een avond danste er een meisje op die bar. Dat was mijn moeder. En zo ontmoetten die twee elkaar en die werden verliefd op elkaar.
En ergens in die periode zijn er Jehova’s getuigen bij mijn moeder aan de deur gekomen. En die had op dat moment geen idee dat mijn vader daar vandaan kwam. Ze raakte geïnteresseerd, ging met ze de Bijbel studeren en uiteindelijk werd ze uitgenodigd om naar een vergadering in de koninkrijkzaal te gaan. Mijn vader ging mee en uiteindelijk kwam zij er dus achter dat hij ook echt zo was opgevoed en dat hij zelfs een gedoopte getuige was. Dus ja, dat was voor haar een reden om zich ook te laten dopen. En ik heb het altijd raar gevonden dat mijn moeder niet wist dat mijn vader daar vandaan gekomen is. Maar dit is het enige verhaal wat bij mij bekend is.
Je kent de Getuigen zelf waarschijnlijk vooral van mensen die langs de deur gaan. En voor mij is dat niets raars Dat is iets wat mij echt vanaf kind af aan is bijgebracht. Misschien zelfs toen ik in de buik van mijn moeder zat, ging ik wel mee. Maar eigenlijk zodra een kind mee naar buiten mag, mag je ook mee prediken in de kinderwagen langs de deuren. Dus al voordat je naar school gaat, is je brein gevuld met verhalen over hoe de wereld eruitziet. En die is heel erg gescheiden. Dus jij leeft in de waarheid, zoals de organisatie genoemd wordt. En alles wat zich daarbuiten bevindt dat is de wereld.
Ik ga voor het eerst naar de basisschool en op dat moment ontdek ik dat er ook nog een andere wereld is dan alleen de waarheid. Ik kom terecht in een wereld met andere mensen, andere kinderen, andere ideeën, andere gebruiken, feesten. Het is heel interessant, maar tegelijkertijd maakt het het ook voor mij als klein meisje best lastig. Ik zie hoe de kindjes verjaardagen vieren, hoe ze kerst vieren, hoe ze Pasen vieren. En ik moet eigenlijk altijd zeggen dat ik daar niet aan mee mag doen. En daardoor voelt het ook wel heel erg alsof ik ze afwijs. En ik weet ook wel dat ik ze moet afwijzen… want mij is geleerd dat vriendschap met de wereld vijandschap met God is. Dus ik mag deze kinderen nooit mijn vrienden noemen. Want als je bevriend wordt met ze… en Armageddon komt straks, dan zullen ze gedood worden…
Armageddon is de dag die Jehovah kiest om de hele aarde te reinigen van alles wat geen Jehova’s getuige is. Van kind af aan heb ik daar ook plaatjes van gezien en dan moet je je voorstellen dat op bepaalde plekken de aarde open splijt en je ziet daar mensen in de aarde vallen, kinderen zelfs, de hemel opent zich en vuurballen komen naar de aarde… en ik was heel gevoelig voor dit soort plaatjes, ik nam ze ook echt mee naar bed, ik kon het ook echt voor me zien en in mijn hoofd kregen die getekende mensen de gezichten van de kindjes in de klas… of van mijn favoriete juffrouw. Het was echt heel moeilijk om daar mee om te gaan. En daar stond natuurlijk ook wel wat tegenover. Want het is én Armageddon, maar het is ook de hoop op een paradijs. Dus dat werd ook wel afgewisseld met hele mooie plaatjes waar je naar keek. Plaatjes van een kind wat een panda knuffelt. Ik bedoel…dat is paradijs voor een kind en dat wilde ik natuurlijk ook ontzettend graag. En omdat ik deze kinderen eigenlijk heel leuk vind, wil ik ze ook zo graag meenemen naar het paradijs. En daardoor ga ik ze heel veel vertellen over het paradijs en dat zij ook met panda’s mogen knuffelen en voor altijd gezond kunnen blijven. Maar omdat ik ze dat steeds vertel, vinden ze me eigenlijk heel erg raar.
Als ik eenmaal naar school ga en dus ook een beetje begin te merken… van hé, we zijn toch wel een beetje anders… dan ga je het op een gegeven moment ook thuis merken. Ik kom thuis met grote vragen in mijn hoofd en ik stel ze allemaal… En ook bij alle dingen die ze mij proberen bij te brengen over de organisatie, denk ik steeds: maar waarom is dat dan zo? En waarom wil Jehova dit dan zo?
De organisatie leert dat als je kind niet luistert of opstandig is, dat je de roede niet mag sparen. Dus dat je je kind mag slaan. Sterker nog, misschien wel moet slaan. Om te zorgen dat het kind in het gareel blijft en dus veilig blijft.
Ik kom uit school en ik voel dat er spanning in de lucht hangt. En ik zie het ook aan mijn vader, zoals ik het eigenlijk altijd wel zie. En ik heb een beetje een grote mond tegen mijn vader. En dan draait hij zich om en dan zie ik het vuur in zijn ogen. En dan denk ik, oh, wat heb ik eigenlijk gedaan? Dus ik ga er vandoor. Dus ik ren de trap af naar beneden. Snel de berging in, waar een hele grote wasmand staat. En ik verstop me onder de was. En op dat moment vergeet ik even dat ik heel lang haar heb. En dat lange haar, dat golft over de rand van de wasmand, denk ik. Want even later… dan hoor ik zijn voetstappen op de trap, komt hij de berging in en dan voel ik die hand in mijn haar en trekt hij me aan mijn haren die wasmand uit. Dan sleept hij me naar mijn kamer waar hij me over zijn knieën gooit en gewoon een goed pak slaag heeft. En dan weet ik ook dat dat er weer even uit is.
Het is soms moeilijk je voor te stellen dat mijn vader… en ik zo’n goed team zijn. Het is vaak papa en ik tegen de wereld. En dat hij tegelijkertijd mij uitkiest op het moment dat hij agressief wordt. Ik denk juist omdat ik zoveel op mijn vader lijk. dat mijn vader mij zo graag Armageddon door wilde hebben. En zo graag wilde beschermen tegen mijzelf. En tegen mijn eigen nieuwsgierigheid. En ik denk dat daarom hij mij op deze wijze behandeld heeft.
Er komen steeds meer momenten van geweld. En uiteindelijk trekt mijn moeder aan de bel. Mijn moeder besluit dat ze de ouderlingen belt. En dan komt er een ouderling en een districtsopziener. En ik ben op dat moment tien jaar oud. We voeren dat gesprek met mijn moeder, mijn oudste zus en ik. En we willen heel graag vertellen wat er thuis allemaal gebeurt. En we willen daar heel graag hulp bij. Maar ik merk al snel dat mijn moeder en mijn oudste zus dat niet zo goed durven te vertellen. Dus dan besluit ik dat ik het vertel met mijn tien jaar. En ik hoop dan maar dat ze dat ook van mij aan willen nemen. De broeders schrikken ervan, die gaan met ons in gebed, die beloven dat ze voor ons zullen gaan zorgen. Maar dat gebeurt eigenlijk niet. Mijn vader moet wel zijn ambt zoals dat heet, hij had een voorrecht in de gemeente, hij was dienaar in de bediening. Die moest hij teruggeven, maar daarna gebeurt er helemaal niks meer. En op dat moment ontstaat het eerste barstje.
Ik ben twaalf jaar als ik naar de middelbare school ga. Mijn ouders kiezen voor mij het Dalton-syseem uit, met name omdat het een openbare school is. Jehova’s getuigen zullen nooit kiezen voor een christelijke school, omdat ze een totaal eigen wijze hebben van hoe zij de Bijbel uitleggen. En daarnaast moest het passend zijn bij het advies dat ik had gekregen Want ik heb een VWO-advies gekregen en dit is eigenlijk de enige school die daarbij aansluit. Een Dalton-systeem is heel vrij, geeft je heel veel eigen verantwoordelijkheid, maar ook heel veel ruimte om je tijd zelf in te delen. En dat is natuurlijk een goed verhaal thuis, want ik begin op dat moment ook wel wat dingen erbij te verzinnen. Dus als mijn ouders denken dat ik op school bezig ben met de verplichte vakken, dan ben ik hele andere dingen aan het doen. Ik ga basketballen, ik ben veel bezig met de make-up en de kleding voor de toneelstukken die we doen. En ik maak voor het eerst ook echt vrienden. Ik weet dat het eigenlijk niet mag, maar het gaat ook gewoon vanzelf. Deze mensen die passen gewoon bij mij, misschien pas ik wel bij hun. En ik merk op dat moment dat dit de wereld is die ik eigenlijk heel graag zou willen.
Ik voel steeds meer spanning, angst zelfs ook wel, want er wordt aan mij getrokken. De wereld van Satan trekt aan mij en ik zou me eigenlijk zo graag willen laten meetrekken. Het geeft zo’n ruis in je hoofd als je aan de ene kant op een soort blije bubbelige ontdekkingstocht bent en aan de andere kant alleen maar zwart ziet. En je kan het je misschien niet voorstellen, maar ik kan dit echt met niemand delen. Ik kan het niet delen met iemand op school, die gewoon niet begrijpt hoe dit werkt, hoe zo’n organisatie werkt, hoe het is om daar in zo’n gemeenschap op te groeien. En ik kan het zeker niet delen met mensen in de gemeenschap. Want los van het feit dat die het misschien ook niet zullen begrijpen. Als zij doorhebben hoe ik nu… kijk naar de wereld en hoe die aan mij trekt, dan zullen ze dat melden bij de ouderlingen. En dan zal er nog meer gebeden worden, nog meer gestudeerd. En ze zullen zeker proberen me nog meer te isoleren van de wereld.
Maar er is mij altijd geleerd dat als ik dit soort twijfelgedachten verborgen hou… dus dat ik ze alleen maar denk en niet uitspreek, Jehova ze al lang gezien heeft… En als ik mijn ouders niet vertel dat ik eigenlijk stiekem met andere dingen bezig ben, dan heeft hij het al lang gezien. En het gevolg zou kunnen zijn dat hij dan besluit om zijn zegen van de hele gemeenschap af te halen. Dus dat het met onze gemeente niet goed zal gaan of met ons gezin niet goed zal gaan. Als teken dat er iemand in hun midden iets geheim aan het houden is. Dus ik heb constant storing in mijn hoofd. En ik merk ook dat ik heel moeilijk kan eten en… De spanning zit letterlijk in mijn keel. En ik begin op dat moment ook veel af te vallen. En op een gegeven moment trekt school aan de bel. En die gaat met mijn ouders in gesprek. Nou ja uiteindelijk denken ze dat ik depressief ben. Dus ik krijg ook antidepressiva voorgeschreven. En ik laat me echt een beetje meevoeren in deze oplossing. Omdat ik heel erg bezig ben met niet vertellen wat er echt dwars zit.
Ik zit op een vrijdagavond achter mijn bureau. Ik ben met economie bezig want na het weekend heb ik een toets. Maar ik kan me totaal niet focussen. Ik heb zo’n onrust in mijn lijf. Want ik voel dat ik dit niet vol ga houden Er moet een keuze komen. En kies ik dan voor de wereld, met alle gevolgen? Of kies ik voor de veiligheid van de organisatie? En als we gaan eten komt mijn jongere zusje. Die is op dat moment 13. En ik ben dan 16. Die meldt even bij het avondeten ineens dat ze zich wil laten dopen. Want Jehova’s getuigen die doen dus niet aan kinderdoop. Je bent eigenlijk pas echt een Jehova’s getuige als je daar zelf voor kiest. En ik zie het als een teken van Jehova. Van hey, misschien moet je wat doen. Alsof hij me bijna letterlijk een duwtje geeft. Maar ik wil me ook niet laten kennen natuurlijk. Ik wil natuurlijk ook niet… alsof dat komt omdat zíj dat nu wil. Dus ik zeg heel stoer van nou, heel toevallig heb ik hetzelfde nieuwtje: ik heb ook mij in gebed aan Jehova opgedragen en ik ben ook van plan om dit aan de ouderlingen te melden. Dus ja, en dan zijn ze zo ontzettend trots. Twee dochters tegelijk die de juiste keuze maken en kiezen voor de doop. En ik denk dat er een last van hun schouders afgaat en dat ze denken, ja, oké, nu zijn ze veilig. Het is natuurlijk een prachtige avond.
Maar ik had natuurlijk ook nog het stukje school… waar ik me zorgen over moest maken. Want ik had een keuze gemaakt. Dus die maandagochtend ben ik niet mijn economietoets aan het doen, maar dan ben ik aan het prediken. Maar ik was ook heel erg bezig met… het afronden natuurlijk van een schoolperiode die je niet afrondt met een examen maar met van de ene of de andere dag niet meer komen. En dus ook je vrienden loslaten, je vriendinnen loslaten en een hele andere richting opgaan.
Er zijn wel vrienden die proberen me op andere gedachten te brengen of die mij gewoon missen. Er is een hele lieve vriendin van mij die op een gegeven moment belt en vraagt of ik nog eens met haar wil afspreken en dat wil ik heel graag. Dus ik besluit dat we elkaar gaan zien in het stadcentrum en dat we daar wat gaan drinken. Op een gegeven moment komt mijn moeder mijn kamer binnen en die zegt, ze heeft net gebeld maar jij was er niet. Maar ze heeft afgezegd want ze wil eigenlijk helemaal niet meer met jou omgaan als jij niet meer naar school komt. En misschien is het ook wel beter voor jou dat dit nu stopt. Dus ga er ook maar niet meer achteraan. Ja, daar ben ik natuurlijk ontzettend verdrietig over. Het is pas na jaren dat ik erachter kom dat het andersom is. Dat mijn moeder haar gebeld heeft. En haar gezegd heeft dat ik haar niet meer wil zien. Omdat zij een slechte omgang voor mij is.
Nadat ik de keuze heb gemaakt om van school te gaan en me te laten dopen, merk ik ook dat het thuis wat rustiger wordt. Tussen mij en mijn ouders ontstaat wat meer rust. En ik heb ergens ook op een gegeven moment het besluit genomen dat wat er ook gebeurt… en dat staat dan even helemaal los van geloofszaken en dat soort dingen, dat ik nooit meer zal huilen als mijn vader mij slaat. En…. ik laat hem ook op die manier niet meer heel erg toe. En ik merk dat het daarmee het ook minder wordt. Dus uiteindelijk als ik dan een jaar of zestien ben, dan wordt het allemaal wat makkelijker. Ik loop in de pas. Ik hoef niet meer zo heel nodig in het gareel gehouden te worden, want dat gaat eigenlijk best vanzelf. Dus ik dompel mezelf echt volledig onder in deze organisatie naar mijn doop. Ik ga prediken, 90 uur in de maand. Dus langs de deuren, mensen vertellen over de Bijbel en over de hoop die je hebt op een paradijs. Tenminste: ik leer vrouwen over de Bijbel, want ik mag als vrouw een man niks leren. En ik vind het prediken vaak heel fijn, omdat ik het echt doe uit een overtuiging dat ik mensen kom redden Ik geloof op dat moment nog steeds heel erg in Armageddon en het paradijs wat daarna komt. Maar mensen zien dat natuurlijk niet zo. Komt er weer zo’n kind voor je deur met een bijbel in de hand enzovoort. En misschien begrijp ik ze ook wel. Maar op dat moment voelde dat vooral heel onaardig
Naast de vergaderingen die wij elke week hebben, de drie vergaderingen door de week, hebben we ook regelmatig grotere vergaderingen. Dat zijn de dagvergaderingen, de kringvergaderingen en de congressen Op een zo’n grotere vergadering in Bennekom ontmoet ik op mijn negentiende een hele mooie man. Ik zag hem ook wel steeds wat kijken van de andere kant van de ruimte. Na het middagprogramma kwam hij zich aan mij voorstellen. En toen zijn wij in februari een keertje samen gaan prediken en in de middag samen gaan schaatsen. Tenminste… ‘samen’: altijd in het zicht van anderen, zodat je je vooral heel netjes gedraagt. In maart heeft hij mij ten huwelijk gevraagd. In april gingen we in ondertrouw. En in oktober zijn we getrouwd. Dus dat ging als een sneltreinvaart. En als ik twintig ben, ben ik voor de eerste keer zwanger. En uiteindelijk krijgen wij vier kinderen samen. Twee dochters, twee zonen. Ik werkte op dat moment in een hotel in de house-keeping en dan leer je op je werk ineens andere mensen kennen en je laat ze ineens een beetje meer toe en zo ontmoette ik uiteindelijk Mark.
Mark werkte bij ons op de receptie. Hij had een stage gelopen in Amerika en kon daar ontzettend mooi over vertellen. Ik vond hem gewoon heel erg leuk. Dus er ontstond een soort werkvriendschap. En uiteindelijk ging ik een keertje uit en ik kan me eigenlijk niet zo goed herinneren hoe dat proces is gegaan, want uitgaan is ook niet iets wat je doet als Jehova’s getuige of wat ik ooit gedaan had. Maar op de een of andere manier heb ik ooit besloten dat ik met een collegaatje naar de Haagse Koninginnennacht zou gaan. En die collega was ik ineens kwijt. Ik denk dat ze er met een leuke man daar vandoor is gegaan ofzo. En ik stond ineens in mijn eentje op het plein in Den Haag. Tegenover Mark. En ik sta daar dus nu, op dat plein. Het is een magisch moment bijna. En hij neemt me echt mee de stad in. En uiteindelijk belanden we in een kleine kroeg. En de sfeer is gewoon geweldig. Het zijn zulke leuke mensen. En iedereen is druk met elkaar. En raakt elkaar ook aan. En lacht met elkaar. En dan zegt Mark ineens… Weet jij wel waar je bent? Ik zei… Ik heb geen idee. Dus hij zegt, je bent in een homobar. Nou, op dat moment gebeurde er heel veel tegelijk Want in de organisatie wordt homoseksualiteit niet geaccepteerd. En ik weet ook niet beter dan dat. En daar sta ik dan ineens met al die leuke mensen. En ineens de reflex van, oh, dit is echt de wereld van Satan. Ik zit in het hol van de leeuw nu. En bijna een halve seconde later denk je, ja, maar dit is gaaf. Dit is fijn. Dit zijn mijn mensen. En… En het was een fantastische, fantastische nacht uiteindelijk.
Mijn vriendschap met Mark wordt uiteindelijk een hele hechte, een warme vriendschap. Mark vindt het allemaal maar onzin, dat gedoe in de organisatie. En we doen allemaal veel te moeilijk. En die neemt mij echt aan de hand mee de wereld in. En dat is voor mijn echtgenoot niet altijd leuk. Want die ziet dat natuurlijk ook gebeuren. En de tijd dat ik met Mark op pad ben, ben ik natuurlijk niet thuis met de kinderen. En dat leidt ook wel tot wat spanningen, terecht. Maar tegelijkertijd… is dit ook iets waar ik in meega. En ik denk dat hij ook dat proces op zijn eigen manier is aangegaan, waardoor we uiteindelijk tot de conclusie kwamen: ja maar wij passen eigenlijk helemaal niet bij elkaar en ook eigenlijk daarin in alle rust besloten hebben dat het tijd was om er een punt achter te zetten. Scheiden mag niet, hoewel, scheiden mag als er sprake is van overspel of als er iemand doodgaat. Nou, dat vonden we allebei een beetje rigoureus, dus we dachten: dit moeten we toch op een andere manier met elkaar oplossen. Maar dan moet je een exit-strategie gaan bedenken. Ga je volledig open zijn over je scheiding en over dat je niet meer verder wil en word je daardoor uitgesloten, dan betekent dat op dat moment gelijk dat je alles en iedereen kwijt bent. Dus je ouders, je zussen, maar ook al je vrienden en vriendinnen. Eigenlijk alles wat je tot dan toe kent. Dat vond ik een heel eng idee want je komt toch voor het eerst alleen te staan, met vier kinderen ook, dus dat vond ik heel eng en ik heb daar niet voor gekozen. Ik heb ervoor gekozen om inactief te worden. Dat is een soort tussenwereld waar je dan in terecht komt waarin je eigenlijk heel langzaam je steeds meer terugtrekt uit de organisatie, zonder dat echt kenbaar te maken of zonder je uit te spreken tegen de organisatie. En zolang je je in dat niemandsland bevindt, mag er nog contact zijn met je familie. Op dat moment word je wel aangemerkt als slechte omgang. Dus je merkt dat vrienden, vriendinnen en zo uit de organisatie echt wel wat afstand nemen. En ook het contact met mijn zussen veranderde op dat moment en met mijn ouders. En dat iedereen zich een beetje van mij terugtrekt… heb ik niet direct zo door. Omdat ik tegelijkertijd natuurlijk ook een hele nieuwe wereld aan het ontdekken ben… en dat gewoon heel gaaf vind. En je gaat je leven inrichten in een leven na je scheiding… Pas als de eerste spannende periode zeg maar erop zit, dan gaat het opvallen dat je elkaar echt minder ziet, minder spreekt, maar vooral ook hoe je weer constant op je hoede moet zijn en dat je dus weer in een spanningsveld terechtkomt. Want ja, verjaardagen van je kinderen vieren, maar dat mogen ze eigenlijk niet tegen opa en oma zeggen. Als mijn ouders langskwamen, snel de kamer scannen van: ligt er niks wat aanstootgevend kan zijn. Boeddhabeeldjes snel in de kast proppen en zo, want dat is echt een rechtstreeks overtreding. En dan zouden zij dat moeten melden bij de ouderlingen. En daarnaast kan je ook zomaar betrapt worden, want iemand anders kan het ook gewoon zien, een andere getuige, en die kan jou dan ook aangeven bij de ouderlingen.
En dan in 2014 voel ik me niet zo lekker. Ik ben inmiddels een aantal keren bij een dokter geweest of op de eerste hulp geweest. En elke keer word je naar huis gestuurd. Totdat ik wakker word en mijn hele linkerbeen niet meer voel. En op dat moment weet je gewoon, er is hier iets heel erg mis. Dus ik heb toen eigenlijk midden in de nacht al naar het ziekenhuis gebeld. En die zeiden van kom morgenochtend maar naar de Tia Poli En ik woonde tegenover het ziekenhuis. Dus ik ben gewoon lopend de volgende dag zelf nog naar het ziekenhuis gegaan. Met dat been een beetje slepend achter me aan. En uiteindelijk blijkt later die dag inderdaad dat ik een aantal tia’s en een herseninfarct heb gehad. Door een klein scheurtje in mijn halsslagader. Dus binnen no time lig ik in een bed aan allerlei apparaten en gaat er van alles aan paniek door me heen. Van ja, wat als dit niet goed afloopt en wie gaat er voor mijn kinderen zorgen? En uiteraard bel ik ook mijn ouders.
Ja, ze zijn er nog dezelfde dag en ineens valt eigenlijk alles weg. Alles wat gaat over geloof of over andere onenigheid, op dat moment zijn ze gewoon mijn vader en mijn moeder, mijn papa en mijn mama, die daar aan mijn bed staan en voor mij komen zorgen. En mijn zusje komt ook gelijk die kant op. En dat voelt op dat moment zo warm en zo kloppend, want dit is hoe het moet zijn toch? Dat je ouders daar gewoon zijn voor jou. En ook de dagen erna, als ik in het ziekenhuis lig, dan komt mijn moeder met een pannetje stamppot. Mijn moeder die kan gewoon heel goed andijviestamppot maken. En dat deed ze dan in zo’n pannetje met zo’n theedoek eromheen geknoopt. En die hele afdeling die rook naar haar stamppot. En ik voelde me voor het eerst sinds jaren gewoon weer een kind waar even voor gezorgd werd.
Ik denk dan ineens, misschien moet ik toch wel terug. Maar dat duurt niet lang. Want al snel… stuurt mijn zus mij een brief waarin ze schrijft… dat ze het heel vervelend vindt dat dit gebeurd is. Maar ook denkt dat het goed is dat dit mij overkomt. Omdat ik misschien dan nu een keer na ga denken over de rest van mijn leven. En dat maakt mij zo boos. Want inmiddels heb ik genoeg ruimte in mijn hoofd om te bedenken… dat ik niets, maar dan ook niets heb gedaan om dit te verdienen. En ik geef haar niet eens antwoord op haar brief. Maar eigenlijk geeft zij mij wel een antwoord op dat moment. Dat ik echt nooit meer terugga.
Na mijn revalidatie pak ik het leven eigenlijk weer op. Ik ben nog steeds inactief. Ik moet nog steeds heel voorzichtig zijn in wat ik wel of niet deel met mijn ouders… En het blijft nog steeds heel erg lastig om dat vol te houden, zeker met de kinderen. Maar op dat moment ontmoet ik David. En David zet mijn hele wereld opnieuw op z’n kop. Ik word ontzettend gek op deze man. En net als ik komt hij uit de organisatie. Ik ken hem daar ook van. Ik heb hem eigenlijk al leren kennen toen hij nog een heel klein jongetje in een heel groot pak was. En hij heeft een dochter. Een heel leuk jong kind dat eigenlijk nu al met haar… wat is ze op dat moment, een jaar of vijf, zich in een onmogelijke situatie bevindt, met haar vader aan de ene kant en haar moeder aan de andere kant die haar opvoedt als Jehova’s getuige. En ik vind het heel fijn om dit kind af en toe gewoon een fijne plek bij mij thuis te bieden op momenten dat David dat zelf niet kan. En uiteindelijk besluit ik ook dat zij mee mag op vakantie. Want wij gaan elk jaar naar Slagharen. Eigenlijk vooral ook omdat dat heel dicht bij mijn ouders is. Die wonen daar op zo’n twintig minuutjes vandaan. Dus dit is altijd het moment in het jaar dat we opa en oma kunnen zien. Dus ik heb mijn moeder aan de telefoon en ik vertel haar… dat ik de dochter van David dit keer mee zal nemen. En dan blijkt dat ze daar niet zo heel goed op reageert. En dat zij stelt dat zij het kind van een uitgeslotene niet in haar huis wil hebben. Het voelt zo onredelijk, maar er komt ook zoveel frustratie tegelijk uit op dat moment, dat ik haar toebijt van ja, maar dit kind bidt voor haar eten, hoor. Ja, en daarmee heb ik wel een beetje de toon van het gesprek gezet en we gaan even hart tegen hart. En uiteindelijk zonder daar verder over na te denken, roep ik ineens ja, maar ik houd van deze man. En dat, ja, dan valt het hele gesprek stil. Ja, na een stilte zegt mijn moeder van ja, maar dan schaar jij je naast een uitgeslotene en dan zullen wij jou ook als een uitgeslotene moeten behandelen. Ja dan zegt zij: voor jou ga ik mijn eeuwig leven niet op het spel zetten en dan hangt ze op. En dit is de laatste keer dat ik mijn moeder hoor.
Ik kan er gewoon niet bij dat ze dit echt gezegd heeft. En ik blijf het ook ‘s nachts herhalen in m’n hoofd. Maar op dat moment begrijp ik dat de liefde van mijn moeder voorwaardelijk is. En afhangt van of ik wel of niet in pas loop met de organisatie. En wat mij in die dagen het meest… verbaast, is dat mijn vader niks doet. Elk moment verwacht ik dat mijn telefoon gaat. Die telefoon gaat niet. Hij neemt geen contact op. Het is stil.
Dan ga je langzaam naar de kerst. Mijn kinderen wilden zo graag al jarenlang ook een kerstboom. Maar ik heb elk jaar gezegd: dat kunnen we niet maken, dat kunnen we niet doen. Opa en oma kunnen ook langskomen en dat is net een stap te ver. En nu, daar is niks meer te verliezen. Alles is al verloren, er is alleen nog maar te winnen. Dus ik besluit ineens: ja, we gaan dit doen. En we stappen met z’n vieren in mijn dan heel kleine autootje, of met z’n vijven, met de vier kindjes. En we rijden naar de Intratuin. En ik koop mijn eerste kerstboom. En ik geef ze allemaal een mandje in hun hand. En ik zeg jongens, kies iets moois wat je in de boom wil hangen. En ik merk dat ik heel onhandig ben. Want ik weet eigenlijk niet eens wat voor een boom je dan moet kopen. En moet dat echt of moet dat nep? En wat is het voordeel? En wat moet er eigenlijk allemaal in? Dus heel onhandig vraag ik maar gewoon aan een willekeurige meneer: wat hangt u allemaal in uw boom? Ja, die meneer staat me een beetje aan te kijken met, wat is dit voor vraag? Maar uiteindelijk lopen we met hele gevulde mandjes naar de kassa. En een boom. Vrij klein, maar we hadden een boom. En nou ja, daar slaat dan ineens de stemming om. Want als ik bij de kassa sta, dan besef ik ineens wat ik aan het doen ben. En dat ik echt op het punt sta om een kerstboom te kopen. En ik voel een enorme paniek opkomen en mijn hart gaat tekeer en mijn handen gaan zweten. En ja, ik moet mezelf echt eventjes in de gaten houden dat ik niet gewoon onderuit ga hier. Het moment gaat ook weer voorbij en ik laad het hele handeltje in mijn auto en ik zet heel hard kerstmuziek aan en we rijden naar huis. En ja, daar hebben we die kerstboom, die tuigen we daar op met z’n vijven. Kerstmuziekje aan en ja, uiteindelijk wordt dat een magische avond.
En hoewel ik door mijn familie inmiddels al maanden word uitgesloten… ben ik zelf nog steeds niet uitgesloten. En dus besluit ik zelf de regie te houden en mezelf te laten uitsluiten.
Het is 11 mei 2018 en mijn besluit staat vast… Ik heb twee brieven geschreven: één brief aan de gemeente waar ik het laatst toe behoorde en één brief aan het hoofdkantoor in Emmen. En om precies 14 uur 37 laat ik die vallen in een grote rode brievenbus en daarmee ben ik officieel uitgesloten.