S01 - Episode 03 | LIZZY

Te groot voor een kind

Over deze aflevering

Het wordt Lizzy al vroeg duidelijk dat haar thuissituatie anders is dan die van haar vriendinnetjes.
Met de jaren groeit niet alleen zijzelf, maar ook de verantwoordelijkheid die op haar schouders ligt.

“Soms vraag ik me af of mijn ouders eigenlijk wel kinderen hadden mogen krijgen.”

Credits
Regie: Valentine van der Lande
Montage: Loes de Groen
Editor-at-large en kwaliteit: Annegriet Wietsma
Fine edit, sounddesign en muziek: Rik Rensen, Jos Jansen (Big Orange)

Wil je ons helpen groeien?

Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!

Spotify
Klik op de drie puntjes bij Verhaal Onbekend en kies ‘Show beoordelen’
Apple Podcasts
Scroll naar onderen en klik op aantal sterren bij ‘Beoordelingen en recensies’
Podimo
Klik een aflevering aan om te luisteren en klik op het hartje

Transcript

Mijn naam zou Lizzy kunnen zijn. Soms vraag ik me af of mijn ouders eigenlijk wel kinderen hadden mogen krijgen. Dat klinkt misschien hard, maar door mijn verhaal te vertellen hoop ik dat je beter begrijpt waarom ik dit zeg. Het is namelijk niet iets wat je vaak van een 23-jarige over haar ouders hoort. Dit is mijn verhaal.

Ik herken soms wel mezelf in mijn vader. Dat… als hij iets in zijn hoofd heeft. moet het eigenlijk het liefst meteen. En ook juist waar mijn moeder heel verlegen is, is hij wat gebekter. En ik ben wel blij dat ik dat ook ergens van hem heb gekregen. Mijn eigenwijsheid en toch ook wel, ja, sommige mensen zouden zeggen: een grote mond. Maar als het om emoties en zo gaat, is dat heel ingewikkeld voor hem. Ook je aankijken is al heel moeilijk.

Toen ik werd geboren was mijn moeder net 18 en mijn vader 16. Mijn moeder woonde samen met haar zus in het appartement waar zij heeft gewoond met haar ouders. Op het moment van mijn geboorte waren mijn ouders niet bij elkaar. Maar wat mijn moeder me vertelde is dat na een tijdje mijn vader toch wel heel erg nieuwsgierig naar mij werd. En toch wel ook benieuwd was hoe ik eruitzag. En toen kwam hij op een gegeven moment wat regelmatiger bij mijn moeder op bezoek. En uiteindelijk hebben ze toen een relatie met elkaar gekregen.

Toen ik naar de basisschool ging, toen kwam ik er wel achter dat mijn thuissituatie wel anders was dan die bij anderen. En met name toen ik bijvoorbeeld bij kindjes ging afspreken en er thuis kwam en je dan aan de keukentafel zit met een bekertje limonade en wat lekkers. En er wordt gevraagd ‘wat heb je vandaag gedaan op school?’ Terwijl als ik thuiskwam, er misschien wel wat klaar stond maar we geen gesprekken hadden over ‘hoe was school’? Of ‘wat heb je vandaag gedaan’?

Ik heb het nooit echt ontdekt, het is nooit echt tegen me verteld. Maar ik weet wel dat ik het heel jong al wist. Maar ik denk dat ik pas heel kort weet wat dat inhoudt. Het is ook heel moeilijk te omschrijven: wat is nou een lichtverstandelijke beperking? Al snel zeg je dan: een lager IQ. Maar er komt ook heel veel meer bij kijken. En sociaal-emotioneel: ze zijn eigenlijk, en niet…. onbedoeld heel egoïstisch ook. En dat was natuurlijk voor mij als kind ook heel erg ingewikkeld. Ikzelf zeg eigenlijk altijd, ze functioneren een beetje op een puberleeftijd. En ook op een bepaald gedrag wat ze wel eens laten zien. Ons huis werd wel schoongemaakt maar wat ook opviel en dat heb ik wel later ook gezien, dat mijn moeder het bijvoorbeeld alleen al lastig vindt: waar moet ik beginnen? En ik zie wel mijn moeder af en toe opruimen, maar toch bleef het altijd heel erg rommelig of het werd weer heel erg rommelig. En op een latere leeftijd begon ik me daar ook ontzettend voor te schamen. Dus voordat er mensen kwamen, ook voordat de hulpverlening kwam, ging ik het dus opruimen. Als we frictie kregen, en uiteindelijk was ik daar ontzettend verdrietig over en ik rende naar mijn kamertje, huilend, zijn ze nooit eens naar boven gekomen om te kijken hoe het met me ging en of ik me wel weer beter voelde.

Ik heb dus geen verstandelijke beperking, ondanks dat mijn ouders allebei een verstandelijke beperking hebben. De topografietoets vind ik altijd wel een goed voorbeeld, want dan krijg je zo’n velletje thuis met Nederland erop en al die nummertjes waar dan een stad bij zat en dan zei ik tegen moeder: ‘ik heb binnenkort een toets op school’ en dan pakten we dat blad en dan ging ik haar uitleggen bijvoorbeeld: ‘jij moet aan mij vragen wat nummer één is’ of ‘jij moet een eentje aanwijzen en dan heb jij het blad met de namen’ zodat ze me op die manier kon overhoren. Ik moest eigenlijk haar stap voor stap uitleggen hoe ze mij kon helpen met school.

Rond groep 7, 8 trekt op een gegeven moment meester Stefan aan de bel. Hoe dat precies is gegaan dat weet ik nog steeds niet. Maar hij nam contact op met een coach-counselor die bij ons op school werkte. En even later had ik mijn eerste afspraak bij haar. Ik heb nooit goed geweten wat de …aanleiding was voor het gesprekje. En ik weet wel dat meester Stefan bepaalde zorgen had. Wat die zorgen specifiek waren, ben ik nooit achter gekomen. Maar ik weet wel dat ik nog steeds tot op de dag van vandaag ontzettend dankbaar ben.

Vroeger was ik al een meisje die heel veel droomde. Al heel veel nadacht over wat ik wilde worden. En wat ik later zou doen. Ik was heel erg bezig met de toekomst. In groep 7 zei ik bijvoorbeeld al, ja als ik niet zo slim ben, dan word ik kraamverzorgster, en ben ik wat slimmer dan word ik verloskundige, maar als ik echt ontzettend slim ben, dan word ik gynaecoloog. Dus al ontzettend jong was ik heel erg bezig met ‘wat ga ik straks doen?’.

Op een gegeven moment ben ik een jaar of elf, twaalf en ik heb een tien-minuten-gesprek van groep acht. En ik weet dat ik met mijn moeder daar naartoe loop, zenuwachtig voor wat het advies zou gaan zijn. En ik zit daar, mijn moeder naast me en de docent tegenover me. En die begint het gesprek met een blaadje van de CITO-scores voor ons. En die vertelt wat het advies is. Ik had me heel erg ingesteld op HAVO-advies. Ik kreeg MAVO-advies. Ik keek nu ook naar mijn moeder. Die zei niks. Ik voerde uiteindelijk zelf het gesprek met de docent. En uitte dat ik heel graag naar de HAVO wilde. En toen zijn we tot MAVO-HAVO gekomen. Ik weet nog dat ik het jammer vond dat toen…mijn moeder niet voor mij opkwam op dat moment en ik eigenlijk dat gesprek helemaal zelf moest voeren. Ik was heel jong al bezig met: ik wil niet worden zoals mijn ouders. En dat was een van mijn grote motivaties om het op school heel goed te doen. Want dan werd ik niet zoals mijn ouders en daarom…. ik was ontzettend verdrietig toen ik MAVO-advies kreeg. Toen was Charlotte wel betrokken, die coachcounselor, en ik weet ook heel goed dat ze toen tegen me zei: maar nu al ga je niet meer worden wat je ouders zijn. Maar ik wilde nog meer en ik denk dat ik ook heel graag aan anderen toch onbewust wil laten zien van ‘ik ben hier opgegroeid, maar kijk ik kan het wel, ik heb geen verstandelijke beperking’. Ik had ook een wiskunde tentamen gemaakt en ik stond voor HAVO wiskunde 9,2 gemiddeld. Ik had een keer een lager cijfer gehaald, iets van een 6. Dus ik ging naar die docent en ik ging uitleggen waarom ik dit keer een lager cijfer had. En hij zat me aan te kijken. En toen zei hij ook… hij zat vol verbazing naar mij te kijken: Zit je nu echt je te verantwoorden? Terwijl jij zo goed ervoor staat.

Op een gegeven moment op de middelbare school… merk ik aan mezelf dat er wat van binnen begint te veranderen. Waar ik het eerst heel erg naar mijn zin had op de basisschool… voelde het nu allemaal anders… De afstand tussen mij en mijn ouders wordt ook steeds groter. Dat merk ik dus ook. Op een gegeven moment, op de basisschool zit je nog een beetje op hetzelfde niveau. Maar op de middelbare school, waar ik me steeds meer begin te ontwikkelen… is dat eigenlijk bij mijn ouders niet zo. Die blijven op het punt waar ze waren. Dus je krijgt ook veel meer inzicht in dat het thuis echt anders is. En dat je ook bepaalde dingen daarin heel erg mist.

Ja als ik aan mijn moeder denk, echt het eerste wat er wel naar me opkomt… is hoe een lieve vrouw ze eigenlijk wel is. Ja, echt een lieve vrouw, die ontzettend haar best doet… om wel alles bij te houden en alles te begrijpen. Maar die het eigenlijk niet lukt. Mijn moeder werkte ook op een plek waar mensen werkten met afstand tot de arbeidsmarkt. En ik was ook altijd juist wel met mijn moeder van: ook die mensen mogen gezien worden. Ik was ook wel ergens heel erg strijdlustig daarin. En heel erg willen dat dat genormaliseerd werd. En daarbij ook voor haar, van: het is niet erg als je minder goed kan leren. Alhoewel ik ook regelmatig in ruzies met haar – waar ik achteraf… wat me nu verdriet doet -, heb ik ook wel heel vaak dat tegen haar gebruikt: ‘Je snapt het toch niet. Je hebt een verstandelijke beperking. Je had nooit moeder mogen worden omdat je een verstandelijke beperking hebt.’ En achteraf vind ik dat eigenlijk heel erg. Maar dat was dat ik wist, dat was haar zwakke punt.

Ik was twee jaar ongeveer dat ze die zorgen uitten… naar de hulpverleners die toen betrokken waren. Maar ik was een jaar of vijf, zes, dat ze echt daadwerkelijk de test gingen doen. De test was om te onderzoeken of er seksueel misbruik had plaatsgevonden. Waarom ze het vermoeden hadden over seksueel misbruik… heb ik later in mijn dossier kunnen teruglezen. Er waren meerdere incidenten waardoor ze twijfelden. In eerste instantie kwam het kinderdagverblijf daarmee. Dat ze opmerkten dat ik niet wilde dat ze meegingen naar het toilet. Dat ik niet aangeraakt wilde worden Daar heel schrikachtig ook op reageerde. En mijn kennis over seks was al heel groot op een hele jonge leeftijd. Waarbij ik zou gezegd hebben tegen een vriendinnetje van, kom je bij mij thuis seksfilms kijken? Toen vroeg die moeder, nadat ik dat aan het kindje had gevraagd, vroeg die moeder: wat houdt dat in dan? En waar ik in geur en kleur wist te vertellen, ja dan kan krijgen vrouwen piemels in hun mond. En uiteindelijk hebben ze ook mij als jong meisje daarmee geconfronteerd. Dat ik dat had gezegd. Toen stond er ook heel duidelijk dat ik er niet over wilde praten. En dat ik heel boos werd. Alsof ik ergens wel wist dat het niet oké was. Maar ik werd thuis zoveel blootgesteld aan pornoblaadjes, pornografische teksten, liedjes, dat het voor mij eigenlijk ook wel weer normaal was.

Nou, in het begin, als ik daarmee, met de plaatjes of met de muziek werd geconfronteerd dan reageerde ik daar niet op. Maar op een gegeven moment later werd ik er heel erg boos over en vond ik dat echt niet leuk dat dat gebeurde. Zelfs nu, met mijn vriend…als we daar zijn, dan gaat mijn vader erover praten. Of dan laat hij weer plaatjes zien van een of andere vrouw die iets doet. Ja, dan schaam ik me ontzettend.

Mijn vader had ook een eigen kamer in ons huis. Groot computerscherm en daar was hij met van alles bezig. Dan weer muziek maken, dan weer van die dvd’s… illegaal downloaden, van die films. En op een gegeven moment kwam ik boven, want ik speelde ook wel eens spelletjes.nl. Had je toen nog. En toen zag ik Badu, Bado, Badoo openstaan. Ik zocht het op en toen kwam ik erachter dat dat een datingwebsite was. Ik deelde dat met mijn moeder, mijn moeder barstte in tranen uit en ging uiteindelijk gelijk naar boven en er ontstond wat onenigheid tussen mijn vader en mijn moeder en uiteindelijk heeft mijn moeder spullen gepakt en ook mijn spullen gepakt en zijn wij toen weggegaan en sindsdien zijn mijn ouders nooit meer bij elkaar gekomen En toen ontmoette ook mijn vader, of nou ja, die had hij misschien al, ontmoet een nieuwe vrouw. Ze hebben sindsdien ook nooit meer met elkaar gesproken. Ik vraag me soms wel eens af hoe het was geweest als ze weer bij elkaar zouden zijn gekomen. Was ik misschien dan toch het enige kind geweest?

Als ik vijftien ben, gebeurt er iets wat mijn leven op dat moment compleet op z’n kop zet. …wat uiteindelijk het heftigste of één van de grootste dieptepunten is geweest. Ik zit op de middelbare school. In jaar 3 inmiddels van de MAVO en ik kom thuis en mijn moeder vertelt me dat ze denkt dat ze zwanger is. Even later doet ze een test en ze blijkt ook zwanger te zijn. Ik raak meteen in paniek. Ik roep gelijk: je moet het laten weghalen, dit kan niet. Ik voel op dat moment zo’n sterke paniek omdat ik niet wil dat dit kindje overkomt wat mij is overkomen. Op dat moment wil ik het kindje dat in de buik van mijn moeder zit eigenlijk al beschermen.

Er zijn een paar dagen voorbij gegaan. Mijn moeder twijfelt of ze het kindje gaat houden of niet. Ze heeft een gesprek bij de huisarts waarin ze deelt dat ze zwanger is en erover twijfelt. Maar al gauw vertelt ze aan me dat ze het kindje toch wil houden. Op dat moment gaan alle alarmbellen bij me af en schiet ik gelijk in de regelmodus. We moeten een verloskundige, we moeten een kamertje regelen. Hoe gaan we dit doen? Ik neem contact op met de hulpverlening die betrokken is bij mijn moeder en ons gezin, om te bespreken hoe we dit gaan aanpakken. Inmiddels heeft m’n moeder haar eerste afspraak bij de verloskundige. We lopen daar samen heen. En eigenlijk ben ik op een gegeven moment zelfs meer aan het woord dan mijn eigen moeder. En mijn moeder blijft stil. Geeft soms zelf ook wel eens reactie op wat de verloskundige haar vraagt. Uiteindelijk moet er ook een kamertje klaargemaakt worden. Ik ga langzaam kijken welke kleuren mooi zullen zijn voor het kamertje. Waar in het huis het kamertje moet komen. Welk bedje. Uiteindelijk gaan we samen naar de Ikea en kopen we daar wat spullen voor het kindje wat nog ongeboren is. Ook ga ik regelmatig met haar mee naar de echo. Ik wist ook voor mijn gevoel dat het een meisje zou worden… En ik weet ook nog, die echo, waar ze dat vertelde. Ik zit met mijn moeder in de echo-ruimte. Er wordt gel op haar buik gedaan. Het echoapparaat komt erop en ze vertelt… het is een meisje, dus mijn gevoel klopte. Ik opper op een gegeven moment de naam. En mijn moeder was het eigenlijk direct daarmee eens. Ik noem de naam nu niet, ook om haar te beschermen… En ik niet weet of zij wel wil dat ze benoemd wordt. Ze is ook nog te jong eigenlijk om daar iets over te zeggen nu.

Op een gegeven moment is het tijd om op kamp te gaan. Mijn onderbuikgevoel zei al dat ik dit niet moest doen. Op dat moment kon mijn moeder namelijk elk moment bevallen. Ik deelde het met school. School geeft akkoord dat ik thuis bij mijn moeder mag blijven. De eerste dagen… gebeurt er niet zoveel, maar op de dag dat mijn klasgenoten terugkwamen van kamp, zei mijn moeder, ik voel wat krampen. Ik pak mijn telefoon erbij en ga beginnen met timen. Want de verloskundige had verteld, dat op het moment dat mijn moeder krampen voelt, ze moest gaan timen en na zoveel tijd mocht bellen. Uiteindelijk blijven de krampen komen, dus ik pak de telefoon en bel de verloskundige. Even later gaat de deurbel, ik doe de deur open en daar staat de verloskundige. We lopen uiteindelijk naar de slaapkamer van mijn moeder en ze gaat voelen hoe ver mijn moeder al is. Op dat moment heeft mijn moeder vijf centimeter ontsluiting en mogen we gelijk naar het ziekenhuis gaan. Mijn moeder belt de vader van het kind om te vertellen dat de bevalling is begonnen. We komen uiteindelijk aan bij het ziekenhuis. Er wordt ons een kamer toegewezen. Daar worden wat controles gedaan. Ze krijgt een band om haar buik om de weeën te bekijken en de hartslag van het kindje bij te houden. Uiteindelijk maakt ze wat kreungeluiden en de pijn begint steeds meer toe te nemen. Ik sta naast het bed, zeggen dat het goed komt, dat ze moet doorademen. Uiteindelijk worden de krampen zo erg dat mijn moeder op de knop drukt. En er komt van alle medisch personeel binnen. En dat is het moment dat ze echt gaat opvallen. Mijn moeder ligt daar op de rug. Ik aan de ene kant. De vader van het kindje aan de andere kant. En moeder begint te persen. En langzaam zie ik het hoofdje eruit komen. Totdat mijn zusje volledig geboren is. Ze wordt gelijk bij mijn moeder op de borst gelegd. Ik mocht uiteindelijk de navelstreng doorknippen. Ik kreeg de schaar in mijn hand en ik knip de navelstreng door. En terwijl ik dat doe, lopen tranen over mijn gezicht. Er gaan verschillende emoties door me heen. Ergens is het ontzettend mooi en zie ik daar een ontzettend mooi baby’tje liggen. Anderzijds… …weet ik ook waarin dit kindje gaat moeten opgroeien. Nog steeds hoor, dat is ergens de mooiste dag, en als ik het zo voor me zie ,en ergens de meest pijnlijke dag. Ik zie mijn zusje liggen op de borst van mijn moeder. En meteen hou ik van haar. En voel ik dat ik voor haar moet gaan zorgen.

Eenmaal thuis aangekomen ontdekt mijn moeder dat ze geen sigaretten meer heeft. En dan wil ze sigaretten halen en ik geef akkoord. Zij gaat samen met haar vriend sigaretten halen. En op dat moment ben ik thuis met een pasgeboren baby van een paar uur oud. En vervolgens gaat de bel. Ik doe de deur open en daar staat de huisarts. Die komt naar boven en die vraagt meteen: waar is je moeder? Waarop ik antwoord: die is sigaretten halen. Niet veel later daarna komt mijn moeder met de vader van mijn zusje binnen. Dit moment is eigenlijk een voorbode voor hoe de aankomende maanden eruit zouden zien. Wat regelmatig eigenlijk gebeurde was dat ik alleen thuis was met mijn zusje. En mijn moeder zei dat ze boodschappen ging doen. Uiteindelijk met hem afsprak en uren wegbleef. Waarbij ik uren alleen was met mijn zusje. Ook was het regelmatig zo dat mijn moeder me appte van… ik ben later uit werk, ik red het niet om mijn zusje op te halen. Waarbij ik dus insprong en haar weer ophaalde.

Eigenlijk altijd was ik een soort van de vader en de moeder voor het baby’tje… Ik probeerde heel erg ook een regelmaat erin te krijgen. Dus zo laat naar bed, zo laat eruit, zo laat voedingen, zo laat avondeten. Dus ik bemoeide eigenlijk echt met alles omtrent mijn zusje. En dat is voor mijn moeder natuurlijk ook wel lastig. Dat ze ook benoemd heeft hoor, van: jij bent niet de moeder, ik ben de moeder. Ook hulpverleners hebben weleens tegen mij gezegd van, jij bent niet de moeder… En het was een hele eenzame periode, want ik was dus veel thuis… omdat als ik uit school kwam het eerste wat ik wilde was naar huis, naar haar toe. Ik had wel die coach-counselor gelukkig om mee te praten. En het was op een gegeven moment zo zwaar om al die ballen hoog te houden, dat ik ook regelmatig gedachten kreeg hier niet meer te willen zijn. Maar ook in mijn achterhoofd wederom het idee: ik kan mijn zusje hier niet achterlaten en ik moet voor haar blijven. Ik moet het ook op school goed blijven doen, om haar te laten zien hoe het ook kan gaan en een voorbeeld voor haar te kunnen zijn.

Uiteindelijk ben ik op mijn negentiende uit huis gegaan en… op kamers waar jonge mantelzorgers konden wonen… Dat was zo’n soort pilot. En ik kwam daar te wonen. En het was ook heel lastig om thuis achter te laten. Maar ik wist wel dat ik dit moest doen. En in die periode moest ik eigenlijk alles zelf ontdekken. En hoe werkte het met huur, afvalstofheffing. Allemaal dingen waar ik niks van af wist. En ineens had ik ook zoveel ruimte en tijd, dat ik toen ook eindelijk het feestleven begon te ontdekken. En eigenlijk opnieuw even echt jong kon zijn. Op een gegeven moment zo dermate groot feestleven dat ik moest stoppen met school. Ik kon niet meer daarnaast leren. Ik was eigenlijk continu brak. En aan de ene kant was dat een vlucht van huis. En niet hoeven denken, niet hoeven te voelen. En anderzijds was het ook gewoon inhalen wat ik, toen ik eigenlijk voor mijn zusje zorgde, niet kon doen terwijl andere jongeren dat wel aan het doen waren. Eigenlijk op het moment dat ik zorgde voor mijn zusje… was mijn moeder vaak op pad met haar vriend. Dus zij had op dat moment het leven… wat ik  hoorde te hebben. En die heb ik in die periode toen ik voor het eerst op mezelf ging… wel ontzettend ingehaald. Dus tijdens het uitgaan ontmoette ik ook regelmatig jongens, en die nam ik dan mee naar huis of ik ging mee naar huis. En waar ik eerst altijd heel erg bevestiging zocht in schoolresultaten… ging ik op een gegeven moment bij hun dus die bevestiging zoeken. En dat ik dus wel leuk was en wel leuk werd gevonden en wel aantrekkelijk en knap was.

Het feestleven werd ook zo uitbundig dat ik op een gegeven moment zoveel had gedronken en naar huis moest fietsen. En terwijl ik naar huis fietste ben ik vol tegen een huis aangebotst, frontaal. Waarbij het zo erg was dat ik… ik kan me er niks van herinneren. Er moest een ambulance bij komen, er moest een hersenscan gemaakt worden. Ik weet ook nog heel goed een moment dat ik op een gegeven moment wakker werd in de ziekenhuiskamer, volledig in paniek: waar ben ik? Op dat moment vroegen ook artsen of ze mijn ouders moesten bellen, waarop ik gelijk antwoordde: nee dat hoeft niet. Toen dacht ik, oké, dit moet anders. En toen ben ik weer gaan kijken voor studies en toen terecht gekomen bij pedagogische wetenschappen. Het duurde ook heel lang voordat ik zelf geloofde dat ik naar de universiteit kon. Ik heb ook eerst het hbo gedaan en ik haalde daar ontzettend makkelijk hoge cijfers. En ik dacht: ga ik dan weer naar de universiteit? Kan ik dat wel? Ik weet ook nog het moment dat uiteindelijk de eerste dag was van school. Ik vond het doodeng. Ik dacht, hoor ik hier ook wel thuis? En ik moest mezelf echt in mijn arm knijpen van, ben ik hier echt? En toen ging ik studeren voor het eerste tentamen. Daar heb ik ontzettend mijn best voor gedaan. Echt heel hard gestudeerd. En toen hoorde ik in zo’n groepsapp: de resultaten zijn binnen. Dus doodzenuwachtig, heb ik het wel gehaald? Is het gelukt? En ik opende die app en er stond gewoon een 10. Ja, toen, ik weet nog, meteen tranen, huilen. En ‘ik heb een 10, ik heb een 10’. En dat was de bevestiging die ik misschien nodig had. En toen dacht ik, zie je, ik hoor hier thuis, ik kan dit.

Na mijn zusje is mijn moeder nog drie keer zwanger geraakt. Dus inmiddels heeft zij met mij erbij vijf kinderen. Elke zwangerschap die daar na mijn zusje kwam… was steeds weer een schok. En dat ik ook dacht hoe had dit kunnen gebeuren? En met name de laatste heeft echt iets bij mij losgemaakt… waardoor ik dacht, hier is de grens. En heb ik uiteindelijk contact opgenomen met Veilig Thuis. Wat ik voornamelijk nu zie als ik bij mijn moeder ben… is dat ze op de bank zit… Met een sigaret en haar telefoon. Het huis één chaos, daar ligt een luier. Daar is het goor. De kinderen die maar hun eigen weg gaan in het huis. Waar totaal geen orde is, grenzen worden gegeven, structuur, regelmaat. Of dat de kinderen met elkaar op de vuist gaan. En dat ze van de bank af roept: ‘niet doen’. Maar dat ze eigenlijk blijven doorgaan. Dus hoe lief ze ook is en hoeveel liefde ze ook voor haar kinderen heeft, voel ik aan alles dat ze het eigenlijk niet meer aan kan. Het heeft heel lang geduurd voordat ik daadwerkelijk heb gebeld. Ook omdat het ergens heel bezwaard voelde om je eigen ouder in principe voor de bus te gooien. Dat is eigenlijk wat ik ervaarde.

In alle jaren, vanaf mijn geboorte tot aan nu… Was er dus hulpverlening betrokken. Al heb ik wel het idee dat ze heel weinig hebben gedaan… en de situatie niet veel verbeterd is geworden. Of dat ik terugkrijg: er is wel liefde voor de kinderen en dat zien we. Waarbij ik toch wel ben overtuigd dat er meer nodig is… om veilig en fijn op te groeien dan alleen liefde. Ik zie mijn zusje van acht best nog regelmatig vooral samen met mijn vriend. Wij proberen minstens één keer in de maand mijn zusje en haar broertje van vier op te halen en dat ze dan een weekend bij ons logeren.
Ja, het lastige wel is, haar ophalen is altijd superleuk. Je neemt haar mee en je kan haar uit de situatie halen. Maar er is ook altijd een einde. En elke keer haar terugbrengen is toch altijd heel erg ontzettend lastig. Ze vraagt altijd of ze mag blijven. Ze geeft ook zelf aan, ik wil niet naar huis, ik wil bij jou blijven.
Vaak merk ik ook zelf dat ik zelfs twee of soms drie dagen daarvan moet bijkomen, van het terugbrengen van haar. En ook een leegte ervaar in huis, dat ze er niet is. En ook… later misschien, als ik ooit zelf moeder mag en wil worden, zou ik minder snel mijn eigen moeder om advies vragen. Of vragen ‘hoe was dat voor jou?’
En dat maakt het denk ik soms ontzettend zwaar om op te groeien met verstandelijk beperkte ouders. Omdat het eigenlijk nooit ophoudt. Ik weet ergens nog niet of ik later zelf moeder wil worden. Ik heb nu natuurlijk van dichtbij mogen ervaren een beetje hoe dat is. Het zusje is natuurlijk niet mijn eigen kind, maar door zo nauw betrokken te zijn, heb ik gezien hoe mooi het is, maar ook hoe zwaar het is. En ook wel een onzekerheid, ergens, kan ik een goede moeder zijn als ik niet het juiste voorbeeld heb gehad? En anderzijds denk ik, ja, ik ben ook niet mijn ouder. Dus ik weet nog niet hoe dat gaat lopen.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

S01 - Episode 03 | LIZZY
Te groot voor een kind
0:00 / 0:00