S1 - Episode 4 | FRANK

Tussen de oren

Over deze aflevering

Frank gaat op zoek naar zijn roots.
Maar onderweg ontdekt hij vooral hoe een verhaal in je hoofd sterker kan zijn dan de waarheid die je zoekt.

“Dus ik loop naar mijn moeder toe en zeg: zij zeggen dat ik je kind niet ben. Maar dat is toch wel zo?”

Credits
Regie: Annegriet Wietsma
Montage: Loes de Groen
Eindredactie: Annegriet Wietsma, Valentine van der Lande
Fine edit, sounddesign en muziek: Rik Rensen, Jos Jansen (Big Orange)

Wil je ons helpen groeien?

Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!

Spotify
Klik op de drie puntjes bij Verhaal onbekend en selecteer “Show beoordelen”
Apple Podcasts
Scroll naar onderen en klik op aantal sterren bij ‘Beoordelingen en recensies’
Podimo
Klik een aflevering aan om te luisteren en klik op het hartje

Transcript

Mijn naam zou Frank kunnen zijn. Meer dan dertig jaar geleden ben ik op zoek gegaan naar mijn roots. Ik wilde weten wie ik ben en waar ik vandaan kom. Maar ik ben tot de ontdekking gekomen dat dingen soms heel anders zijn dan ze lijken. En dat identiteit eigenlijk vooral tussen je oren zit. Dit is mijn verhaal.

In het dagelijks leven maak ik muziek voor het theater, dat is mijn hoofdbezigheid. En daarnaast geef ik zanglessen ook.

Als kind was ik echt een ontzettende dromer. Af en toe denk ik dat mensen zich afgevraagd hebben, zit hij wel hier in de wereld, zeg maar. Ik had een hele rijke fantasie. Eigenlijk wat wij het leukst vonden om mee te spelen was gewoon een oude kartonnen doos en wat blokken. En daarmee bouwden we gewoon alles en dat waren je werelden.

Ik was niet helemaal in de realiteit en soms is dat prima en soms is het gewoon onhandig ook.

 

Het gezin dat ik uitkom, dat is vader moeder, een broer… Vrij bescheiden, sober, gereformeerd in die tijd nog. Best degelijk gereformeerd ook…. politiek gezien degelijk CDA-stemmend, zoiets. En mijn ouders deden ook allebei heel veel voor de kerk. Dus de kerk speelde echt een belangrijke rol. Ik heb altijd mijn vraagtekens erbij gehad. Terwijl ik wel blij ben dat ik deze hele christelijke opvoeding heb gehad.

 

Ik ben in 1969 geboren en ik ben de eerste paar jaar opgegroeid in iets dat officieel een stad heet. Maar toen was ik nog heel jong dus de wereld was niet groter dan de straat die ik in en uit liep, zeg maar. En toen verhuisd naar een dorp. Dat was dan wel officieel een van de zeven grootste dorpen van Nederland. Maar dat was toch echt wel een dorp, ja.

 

Ik denk dat ik een jaar vijf was of zo, vijf, zes, toen ik met vrienden aan het spelen was. En die zeiden, jij kunt niet het kind van je ouders zijn, want jij hebt zwart kroeshaar en zij hebben blond haar. En ik had zoiets van, nou dit zijn gewoon mijn ouders, wat lul je. En ze zeiden, nee wedden van niet, wedden van niet. Dus ik dacht, nou, dat ga ik even bewijzen. Dus ik liep naar mijn moeder toe en ik zeg, zij zeggen dat ik je kind niet ben. Maar dat is toch wel zo. Mijn moeder die haalde net één seconde te lang adem. Want die dacht ook, ehhhh wat zeg ik hier nu op? En toen dacht ik, oh, het is dus zo. En dat was eigenlijk het moment dat het goed tot me doordrong wat dat dan inhield of hoe mensen daar naar kunnen kijken. Dat je niet iemand’s echte tussen aanhalingstekens ‘kind’ bent. Ik kan het moment nog zo voor de geest halen dat ik daar stond en dat ik dacht, oké, you’re on your own now. En dat niet ten nadele van die vriendjes of van mijn moeder, maar ik merkte wel, ja, je moet het dus zelf doen, want je hoort kennelijk nergens bij.

 

Dat die kleur een ding was, weet ik dus al van de eerste klas basisschool. Ik was ook een van de weinigen en ja, daar werd ik gewoon op gewezen, van: die bruine met dat kroeshaar, die moeten we hier niet. Dat was een beetje de boodschap. Ik vond het ook echt vet irritant. Dat ik dacht, hoezo, wat is hier nu aan de hand? En in de context van het gezin was het dan in die zin minder een probleem omdat mensen dan dachten, nou ja, hij hoort daarbij, dus het zal wel goed zijn. Maar het wordt wel constant bevraagd.

 

Wat gewoon heel erg speelde doordat ik een kleur had in dat gezin… was dat ik ook rond mijn zestiende, toen daarover gesproken werd… toch wilde weten: wie is dan verantwoordelijk daarvoor of zo. Of waar komt dat dan vandaan, zeg maar. In het dorp waar ik woonde… was het enige wat mensen eigenlijk kenden, echt kenden aan buitenlands, dat was Chinees. Dat had te maken denk ik met het Chinese restaurant in het dorp. Geen idee. In ieder geval alle negatieve bewoordingen die je hebt in combinatie met Chinees, die werden op mij toegepast. En ik denk dat dat gewoon is omdat mensen weinig referentie hadden. Dat verbaasde mij altijd. Ik keek in de spiegel en ik dacht, nou nee, dat zie ik niet. Dus ik dacht ook vaak, ja, dat gaat niet over mij, want ik heb geen Chinese achtergrond. D’r is wel verteld van, nou, het is een Nederlandse moeder en het is een buitenlandse vader. En als we zo naar jou kijken, en dat is ook een beetje hoe het in die tijd ging, dan zal het wel Marokkaans zijn, daar zit wel een overeenkomst in.

 

Ik dacht altijd, dit is genoeg, ik hoef hier niet zoveel mee. Maar op een gegeven moment heb ik toch aan mezelf toegegeven: nou je wilt er wel wat mee. Al is het maar om iets meer duidelijkheid te krijgen over waarom je eruitziet zoals je eruitziet. Waar komt dat zwarte kroeshaar vandaan in een totale witte omgeving.

 

Ik had een vriendin die Marokkaans is en die had mij ook al geïntroduceerd in Marokkaanse feesten hier in Utrecht waar ik inmiddels weer woonde. En ja, dat was gewoon heel tof allemaal. En toen dacht ik, maar dan moet ik ook gewoon, dat eens echt even onderzoeken in het moederland. Dus toen heb ik een reis gemaakt door Marokko om mijn roots te onderzoeken. Ik was met drie vriendinnen en ik ben daar echt voor gegaan. En ik weet nog, je stapt daar dan uit het vliegtuig…. Die enorme hitte die overviel mij om te beginnen. En ik dacht meteen, ja, ten eerste moet ik dit aankunnen wànt ik ben Marokkaans. En ten tweede ik hou ook heel erg van die hitte. En nou ja, bagage gehaald. Ik stap uit een bus: ‘Hé, je bent Marokkaans, je komt je land bezoeken.’ Tenminste, dat hoorde ik. Dan…. laten we dat zo zeggen. Er werd iets tegen mij gezegd, en ik dacht, ja, zie je wel, het klopt gewoon helemaal.

 

Dus vanaf dat moment zat ik erin. En ik werd daar ook wel herkend als Marokkaans, dus redelijk makkelijk had ik contact. Dus ik dronk ook veel theetjes overal en had veel gesprekken en dan legde ik het ook een klein beetje uit waarom ik daar was. Toen ging ik het Atlasgebergte door in het zuiden. We kampeerden gewoon buiten. Ik lag gewoon met mijn matje buiten aan een of ander meertje. En daar… ‘s nachts was het ontzettend gaan waaien en we hadden natuurlijk ook allerlei verschijningen gezien en… nou ja, het klopte helemaal.

In ieder geval, de voorouders waren er en ik voelde me er ook heel erg thuis. Het was echt heel tof om daar rond te lopen. Ook het gevoel… ik was tot dan toe in de stad waar ik woonde, een van de weinigen met een kleur tussen heel veel witte mensen. Ik zat niet echt in een gemeenschap, dus ik stond daar altijd…  buiten of in ieder geval het viel op en dan loop je daar in Marokko en dan ga je gewoon op in de massa en je hoort er gewoon bij en niemand kijkt ook gewoon op.

 

Op een gegeven moment was er een aanrijding met ons busje, er was een auto tegenaan gereden, nou, de politie kwam daarbij en in eerste instantie merkte je echt, oké zij gaan nu…  die toeristen willen ze iets aan doen. Dat was ook het moment dat we erachter kwamen dat ik een van de weinigen in de groep was die Frans sprak. Dus toen ben ik, nou ik heb ook in de garage me bemoeid met het repareren van die wagen, alsof ik daar verstand van heb. Op een gegeven moment moesten we ook op het politiebureau komen en was er een heel gesprek over wie het ongeluk veroorzaakt had. Dat was vrij duidelijk. Er zat aan de linkerkant van de bus een hele lange streep van een auto die van links erin was gereden. Maar ‘wíj’ hadden het veroorzaakt en die agent had dat ook duidelijk gemaakt: ik werk al twintig jaar voor de politie dus ik zal gelijk hebben dat je het even weet.

En toen ineens vroeg hij: maar, hoe zit het eigenlijk met jou? En toen zei ik: nou ik ben geadopteerd en ik heb Marokkaanse roots en daarom ben ik hier aan het reizen. Toen was het ook helemaal oké, boete niet meer aan de hand. We hadden een heel leuk gesprek.

Op zo’n reis, je gaat ook altijd naar de rand van die woestijn daar en daar hebben we dan een zonsopgang gezien en ik dacht echt, ja, dit is het gewoon helemaal, hier hoor ik thuis.

 

We vlogen terug en ik weet dat ik in het vliegtuig zat en ik had echt, het was echt emotioneel en ik dacht ook, ik ga hier snel weer terugkomen, ik moet hier gewoon heen, ik heb hier echt iets gevonden. En dat had ik ook. Ik weet nog dat ik thuiskwam en mijn moeder zei ook, nou, heb je iets gevonden of heb je iets herkend? En ik had zoiets van, ja, absoluut gewoon. En het heeft me echt ergens gebracht.

 

Rond mijn achtentwintigste ben ik dat verder gaan onderzoeken hoe het zat. Ik ben in eerste instantie bij het FIOM terechtgekomen, bij een groep geadopteerden, gewoon ervaringen uitwisselen. Dat was niet op therapeutische basis, dat ging puur om uitwisselen. En dat was heel tof. Het heeft me ook geholpen met: wat zou je eigenlijk willen als je naar biologische ouders op zoek gaat? Dat was natuurlijk een vraag die ook speelde. Ik denk dat we dat allemaal hadden. Ergens is het gewoon belangrijk om toch meer te weten over je bloedlijn, over je biologische afkomst.

 

Toen heb ik ook mijn geboorteakte gezien en daar stond een andere naam op. Ik ben geboren als Erwin en dat vonden mijn ouders geen mooie naam. Dus die is meteen veranderd naar Frank. Zodra ik bij hun kwam, vanaf dat het Frank is, kom ik in geschiedenis. Mijn ouders hebben nog even overwogen om me Maarten te noemen. Ik denk dat ik dat wel heel erg had gevonden. Maar ik vind mezelf wel echt Frank. Ik heb wel tijden periodetjes dat ik Erwin soms weer even erachter zet. Toen ik daar net achter kwam heb ik het consequent met een streepje achter mijn naam gezet, omdat ik dat er echt even bij wilde hebben. En dan op een gegeven moment wordt het weer minder belangrijk.

 

Ik was met name ook benieuwd naar mijn biologische moeder. Dat is allemaal ook via het FIOM gegaan. Daar stapte ik echt in, van ja, dus ik wil meer over mijn moeder weten en als ik daar meer over te weten kom of als ik haar misschien kan ontmoeten, dan wil ik toch ook vragen hoe het zit met die Marokkaanse vader.

Na wat onderzoek is zij inderdaad gevonden en is zij ook benaderd en zij stond ook open om mij te ontmoeten. En ik weet nog dat ik bij het FIOM kwam voor dan een gesprek en degene die mij begeleidde zei: nou we hebben je moeder gesproken en misschien moet je even gaan zitten, want ze had toch wel iets interessants te zeggen over je vader. Dus ik dacht ‘oké’. ‘Ja ja, het is niet Marokkaans, het is Papua’. Ik dacht zo van ‘oh wauw’. En ja toen was het dus Papua, West-Papua, aan de andere kant van de wereld. Dat is ook nog steeds genuine mijn reactie, dat ik echt dacht, wauw, wat? Dat is een soort van zorgvuldig gecreëerde identiteit en ja, het is maar net wat je ervan maakt kennelijk. Het was dus iets heel anders en toen heb ik het ook echt, ik denk zeker twee, drie jaar gewoon maar zo gelaten. Ik dacht: zo, weet je, het zal wel. Dit zit dus allemaal tussen mijn oren en ik kan heel hard doen en geloven en weten dat ik een Marokkaanse achtergrond heb en het is gewoon niet zo.

 

Als ik daarop terugkijk dan denk ik ook, er is gezegd ooit tegen mij dat het waarschijnlijk Marokkaans zou zijn. Dat is een heel leven gaan leiden. Ik heb dat zelf helemaal ingelijfd, mij eigen gemaakt, de vakantie…. En dan ben je dat helemaal gaan leven. Dus ik heb daar wel zelf een vrij belangrijke rol gespeeld in die identiteit creëren. In hoe ik eruitzie merk ik dat er meer overeenkomsten zijn met Papoea’s. Ik moet dan ook denken aan… op de middelbare school had een docent wel eens gezegd: Weet je zeker dat het Marokkaans is? Zij zei: ik zie iets in je ogen en de vorm van je ogen wat ik veel meer zou plaatsen in Indonesië. Meer mensen vonden dat. Alleen ja, ik was zo overtuigd dat ik Marokkaans was dat dat gewoon niet gold. Dat zei ik dan ook. Ik zeg nee, dat kan niet, want ik ben half Marokkaans. En dan zeiden zij ook, oké, nou ja, ik dacht je toch misschien een beetje iets te zien. Ik zeg nee, maar dat is niet zo. Ik ben helemaal daarop vastgegaan dat ik Marokkaanse roots zou hebben. Dat heb ik echt meegenomen vanaf mijn 15e, 16e tot dat moment daar toen ik 28 was. Dat iemand zei, maar het is dus niet zo. Ik heb echt even een schakelperiode nodig gehad om dat te verwerken.

 

Ik heb mijn moeder uiteindelijk ontmoet na wat interactie via FIOM. En toen wist ik dus inderdaad inmiddels van de Papoea-vader. Mijn biologische moeder kon…ja…. in bedekte termen wel een beetje vertellen waarom ze mij heeft afgestaan. Iedereen heeft zijn overlevingsverhaal. In het geval van mijn biologische moeder was het met name dat het niet kon. Dat het geen prettige ervaring was geweest ook met die man. Dat het waarschijnlijk zeer summier was dat ze elkaar kenden, maar dat er wel een zwangerschap uit voort was gekomen die niet gewenst was. En zij wilden het ook absoluut niet. Deze jonge vrouw is gedwongen door een nogal mannelijk kerkelijk instituut… om een kind te krijgen, wat ze absoluut niet wilde. En dan ook nog, dat kind mag dan niet bestaan. Dus zij moet het dan ergens in het geheim krijgen. En ik word… Dat was ik dus. En ik word dan ergens door een zijdeur afgevoerd. En mag dan niet bestaan.

En eigenlijk, wat zij toen ook zei was… Als je op zoek zou gaan naar je biologische vader wil je dan wachten tot mijn ouders dood zijn vanwege het schandaal. Ik weet nog dat ik toen heb gezegd: nou sorry, maar daar heb ik dus echt niks mee te maken. Het is mooi dat je voor je ouders opkomt en dat je hun… Dit wil sparen, maar dit is toch echt iets wat zij gedaan hebben en iets waar ik fucking niks mee te maken heb. En dat begreep ze trouwens heel goed.

 

Maar ik was meer benieuwd naar haar, dus ik ben ook nooit echt op zoek gegaan naar die biologische vader. Maar drie jaar later werkte ik in Amerika. En ik was in Philadelphia op dat moment en ik zat achter mijn laptopje en een vriendin van mij had me een mailtje gestuurd en ze zei: ja, misschien word je heel boos dat ik je dit stuur. Maar wil je toch even kijken. En ik klikte iets aan en dat was alleen maar een linkje naar een tv-programma waarin Nederlanders werden geïnterviewd, Nederlanders met een buitenlandse roots. En daar stond een fotootje bij van een man en ik keek naar dat fotootje en mijn eerste gedachte was: oh, dat is mijn vader. Maar ik keek ook een beetje naar mezelf. Ik dacht echt, hé, dat is hem. Maar ook zo gewoon. Toen dacht ik, wat is dit voor een rare gedachte om dat zomaar te denken. Maar ik weet dat ik eigenlijk die hele nacht niet heb kunnen slapen en alleen maar naar die foto heb zitten kijken. En er stond een klein stukje bij waar het programma over ging. En die vriendin had het programma gezien en die had ernaar zitten kijken. En die dacht ook, wow, Frank lijkt best wel op die man, zeg maar.

Deze man kwam uit Papua en hij vertelde over zijn leven. En een aantal dingen matchten. En toen heb ik dat vervolgens weer losgelaten.

 

Ik was aan het werk in Amerika en kwam een jaar later weer naar Nederland. En toen dacht ik toch, ja, moet ik hier niet wat mee? Ik wist vanuit het tv-programma waar hij werkte. En dat was in een museum. Ja, dus ik dacht, laat ik gewoon naar dat museum gaan dan. Ik mag toch gewoon naar een museum gaan als ik dat wil? En ja, ik weet dat dus nog goed. Ik kom daar binnen met een vriendin en beneden in de garderobe hang ik mijn jas op en daar is een lift. Het is zo’n glazen lift en die lift die komt naar beneden en ik kijk omhoog. En daar staat dus die man gewoon in de lift, die vermoedelijk mijn vader is. Dus ik sis echt tegen die vriendin van mij tussen mijn tanden door: Oké doe natuurlijk, hij staat in de lift, ga het museum in en laat niks merken. Ik loop de trappen op en ik ga naar de afdeling Oceanië die daar is. En ik ga gewoon heel casual, ben ik aan het kijken naar dingen uit Oceanië, Papua en hij is meteen achter me aangekomen en hij staat daar en hij zegt: ben jij Papua?

 

En ik dacht zelf ergens, ja, het is een woensdagmiddag, dit is wel heel intens om gelijk alles op tafel te gooien, dus ik ga me nog een beetje van de domme houden. En ik zeg, nou ja, ik heb net, ja, toch gehoord dat ik wel Papua-roots heb, ja. En dus ik dacht ik kom in ieder geval even naar een museum om wat meer over mijn roots te leren.

 

En hij zei, ja, nou, ik ga het je laten zien. Dus hij ging mij gelijk alles uitleggen van die expositie. En hij is steeds aan het vissen. Hij zegt dan, ja, ik had een vriendin en ja, er is een gerucht dat er mogelijk een kind is en ik kijk echt naar hem en ik denk, mmm mmmm ohh mmmm oké. Ik reageer gewoon heel casual. Oh, oké, oh, ja. Goh nou. Ja. Tjee. Ja, ik ben er zelf ook nog maar net mee bezig. Dus ik ben het nog wat aan het onderzoeken. Die vriendin die staat ernaast, die ontploft intussen ongeveer. Die maakt allerlei geluiden. Ook echt zo van: mmm… mmmmm!  En… Ik sta daar, ik kijk haar echt zo aan. Nee, ik ga nu echt niks zeggen, sorry. Ik ben theatraal en dramatisch, maar dit gaat me te ver.

Ik sta daar en ik denk, wat doe ik nu? Ga ik het nu zeggen of zeg ik niks? Ik weet het gewoon niet. En ik denk….nou, ik ga gewoon niks zeggen. Ik laat het even hierbij. Dus ik heb heel kalm en heel casual gezegd: nou, dit is wel heel interessant wat u allemaal vertelt en ja, ik ga hier absoluut nog meer mee doen. En dan kom ik hier misschien nog wel een keer. En dan ga ik nu weer weg. Dag! En buiten, die vriendin die staat daar en die zegt echt: hoe kan je nou niks zeggen? Ik zeg nee, dat gaat toch niet? Dit kan ik echt niet. Dit is too much. En ik heb tegelijkertijd ook een gevoel…. Ik denk, moet ik dit wel kenbaar maken? In het gesprek met mijn moeder voelde ik meer overeenkomsten. En hier was iets waarvan ik dacht, mmm….. Ik wacht echt een paar weken. Dan bel ik het FIOM weer en ik zeg, nou, ik denk dat ik mijn biologische vader ben tegengekomen, maar ik wil het toch even officieel via jullie laten lopen. Kunnen jullie de connectie leggen. En die hebben hem toen benaderd en daaruit is dan een eerste ontmoeting voortgekomen.

 

Ja, ik dan inderdaad zelf net wetend, oké het is dus Papua. En ik wist – shame on me – maar echt van de geschiedenis van Papua helemaal niks af. Daar begon ik dus een beetje in te komen en dat is ook echt elke bladzijde die je omslaat dan denk je, what the fuck, wat nou weer?

En ik kwam er vrij snel inderdaad achter van, wacht, hij is ook best activistisch. En je kind moet meteen in die positie gezet worden ook. Dat vond hij. Hij zit daar middenin en het is zijn leven. En ik leer daar net over. En daar werden echt wel wat stappen over geslagen

 

Ik kan nog steeds met enige jaloezie kijken naar mensen die vanzelfsprekend in het leven staan en zo vanzelfsprekend weten waar ze vandaan komen, zeg maar. En dat ervaar ik niet. Voor mij dan, dit gaat echt over mijzelf, zie ik die identiteit als iets dat tussen mijn oren zit. Ja, waarom ik dat nog vaak zeg, heeft er echt mee te maken dat ik zo lang, nou dus toch zeker iets meer dan tien jaar, bezig was met Marokkaanse identiteit en Marokkaans zijn. En wat me ook heel erg beviel. En dat er dan gewoon iemand zegt, oh ja, maar het is trouwens niet zo. En dat ik dacht, zo, misschien helpt het dat ik een sterke fantasie heb of een sterk creatievermogen. Maar dat ik wel dacht, wow, dit heb ik gewoon allemaal in mijn hoofd gecreëerd en het is dus niet zo.

Het is echt pas sinds een jaar of twee dat ik Papua meer in mijn identiteit zie.

 

Nederland heeft in de opslag van het Wereldmuseum heel veel Papoea-voorwerpen liggen. Er liggen iets van 50.000 voorwerpen uit West-Papoea opgeslagen, gewoon in depots. Dat is ooit meegekomen, gejat, whatever. En via een project was ik uitgenodigd om met mensen uit de Papua-gemeenschap naar zo’n depot te gaan. En wij gingen een gang in en daar wordt een deur opengetrokken en daar liggen honderden voorwerpen op rekken, op planken, op… van alles. Daar kwam zo’n golf, zo’n gevoel… er was iets wat echt meteen connecte. En ik liep daar doorheen en ik stond op een gegeven moment stil voor een voorwerp en de curator die kwam erbij staan en die zei, oh ja, dat komt uit dat gebied en dat is dus het gebied waar mijn vader vandaan komt.

Toen zei zij dat en toen dacht ik, ja, het is niet gek dat ik hiervoor stilsta, maar het was echt dat ik dacht, oké hier is echt iets… Hier is echt iets voor mij. En dan niet dat je dat wil of opzoekt of bedenkt, maar… ik wist helemaal niet wat mij te wachten stond. Die deur ging open en het was echt of ik onder stroom stond. Dat was gigantisch Dat is een paar jaar geleden nu. Dat heeft echt heel veel gedaan. Dat heeft echt heel veel verandering teweeggebracht over hoe Papua ik mij voel.

 

Ik merk toch bij mezelf dat ik de Papoea-identiteit meer omarmd heb. Maar op een andere manier dan dat ik… inging op die Marokkaanse identiteit.

Dat was ik heel erg aan het zoeken. En hier heb ik eerst echt heel erg van de buitenkant afgekeken. Mijn eerste reactie was ook, moet ik daar weer heen op vakantie! Dat heb ik dus ook gewoon niet gedaan. Ik ben er nog nooit geweest. En af en toe leeft dat op, dan denk ik, ja, ik moet het doen en dan denk ik weer, ja voor wie eigenlijk? En ik voel nog niet helemaal dat het voor mezelf is, maar dat zit er wel aan te komen, dus dat zou een hele grote stap zijn, maar dat ik ook voel dat ik oprecht daarheen ga en niet omdat ik van alles probeer te vinden, maar dat het gewoon een noodzakelijke stap is

Reacties (1)

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

S1 - Episode 4 | FRANK
Tussen de oren
0:00 / 0:00