In aflevering 11 vertelde Sanne hoe ze dronken in de auto stapte en een vrouw aanreed. In deze speciale bonusaflevering hoor je de andere kant van het verhaal: Gerbrich vertelt wat er gebeurt vanaf het moment dat ze wakker wordt uit coma – en wat er daarna nooit meer verdween.
Credits
Regie: Annegriet Wietsma
Montage: Loes de Groen
Eindredactie: Annegriet Wietsma, Valentine van de Lande
Fine edit, sounddesign en muziek: Jos Jansen (Big Orange)
Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!
Ik herinner me wel het eerste moment dat ik wakker werd. Ik lag in een bed. Ik wist absoluut niet wat ik daar deed. En ik zag voor mij wel mensen bewegen in zo’n glazen hokje. Ik zag wel dat die allemaal witte jassen aan hadden. Maar ik wist totaal niet wat ik daar deed. Ik begreep er niets van. Ik voelde mij ergens schuldig over. Ik dacht dat ik iets verkeerd gedaan had. Maar mijn familie was wel snel bij mij. Maar daar hebben ze mij uiteraard heel snel gerustgesteld. Ik werd over alles echt wel heel goed ingelicht.
Ik weet niets meer van een week voor het ongeval. Maar uit verhalen van andere mensen weet ik dus dat ik die avond op mijn fiets ben gestapt. En het was drie uur in de nacht. En ja, ik was bijna thuis. En toen heeft Sanne mij aangereden. En iemand heeft mij gevonden. Dimitri. Die heeft toen mijn leven gered. Hij vertelde mij dat hij mij zag liggen op straat toen hij ‘s nachts naar zijn werk ging. En hij zag mij liggen en hij was zelf ook helemaal in paniek en heeft de hulpdienst gebeld. En hij is dan nog een tijdje bij mij gebleven en hij dacht dat het te laat was, want het bloed kwam uit mijn oren. En ja, in de film ben je dan dood. Hij zag wel iets verder in de straat een auto staan, maar het was dus donker en een regenachtige winterdag. Hij vermoedde dat dat wel misschien iets te maken kon hebben met het ongeval maar hij kon geen nummerplaat traceren of zo.
We weten echt niet hoe het komt dat Sanne is doorgereden. Zij had geen herinneringen, niemand heeft herinneringen aan. Maar zij is niet veroordeeld geweest voor vluchtmisdrijf. Zij is veroordeeld geweest voor ‘niet ter plaatse blijven’.
Toen ik binnenkwam op de spoed, hebben ze onmiddellijk gezien dat mijn hoofd heel fel geraakt was. Dus dan moeten ze de druk verminderen die in het hoofd is om bloedingen te voorkomen. En dan hebben ze dus een stuk van mijn schedel verwijderd. En hebben ze mij dus na die operatie een week in kunstmatige coma gehouden. En dan hebben ze mij dus laten ontwaken. Toen ik wakker werd, hebben ze ook gezegd dat ze die schedel hebben verwijderd. En ik zat letterlijk met een half hoofd in het ziekenhuis. Ik heb daar nog foto’s van, dat ik dus echt een deel van mijn hoofd niet heb. Dus dat vel was uiteraard dicht. Dat was toegenaaid, helemaal terug. Maar je kon wel voelen, het was zacht weefsel zoals je op je buik duwt eigenlijk. Dat was heel akelig, maar op dat moment vond ik dat eigenlijk niet erg. Een week nadat ik terug wakker was, hebben ze dat dan teruggeplaatst.
Er werd mij van alles verteld over de veroorzaker. Ik wist wel al dat het een jonge vrouw was, dat wist ik wel. Maar ik heb lang niet echt geweten wie ze was. Maar dat was ook wel beter zo. Ik wou dat ook nog niet onmiddellijk weten. Dat was iets voor later. Eerst moest ik zien zelf terug in orde te geraken. Want ik heb opnieuw moeten leren lopen en ik heb enorm veel testen opnieuw moeten doen. En ja, het was een revalidatie van in totaal acht maanden.
Ik denk dagelijks aan het ongeval eigenlijk wel, nog steeds. Ook omdat ik ook vlakbij het ongeval woon, dat is op een 200 meter van mijn voordeur. In het begin heb ik het heel erg moeilijk gehad om telkens voorbij die plaats te komen. En ik kon ook thuis moeilijk vertrekken omdat ik wist dat ik voorbij die plaats moest komen. Wat ik beseft heb met dat ongeval, is ook dat je lichaam heel veel dingen onthoudt dat je niet onder woorden kunt brengen of dat je niet beseft. Dat waar je ook geen concrete herinneringen aan hebt. Dus zoals ook na het ongeval, toen ik de eerste keer in de eerste dagen terug op straat was, kwam er plotseling een ziekenwagen langs met een hele luide sirene. Ik ben toen volkomen in paniek geslaan. En ik ben beginnen huilen en roepen en tieren Door die ziekenwagen die voorbijreed met een volle sirene, maar dus wel vlak naast mij. En dat heb ik nu nog altijd. Maar ik herinner mij niets meer van dat moment. Maar dat geluid van die ziekenwagen, dat triggert iets in mij, waardoor mijn lichaam in paniek slaat en ik begin te huilen en te roepen.
Het heeft invloed op… Alles van je leven, het heeft invloed op je gezinsleven, het heeft invloed op je werk, het heeft invloed op je inkomen uiteraard. Je kunt ze zo zot niet bedenken of het heeft er invloed op. Ik werk als grafisch vormgever voornamelijk en ook soms de fotografie. Ga ik nog mijn werk kunnen doen? Ik vroeg me echt af van wie ben ik nu nog? Wat kan ik nu nog?
En toen kreeg ik plotseling een kaartje van Sanne. En er stond een mooi verpleegstertje op, herinner ik mij. En daarop stond ook dat zij zich heel erg schuldig voelde. Het kaartje heeft heel veel betekend voor mij. En het was voor mij ook een hele geruststelling dat zij iemand is die… zich schuldig voelt.
En toen heeft ook Moderator mij gecontacteerd. En Moderator is dus een bemiddelingsdienst die dus dader en slachtoffer samenbrengen om gesprekken te voeren. En zij contacteerden mij en ze zeiden dat Sanne met hun contact had opgenomen en dat Sanne mij wou ontmoeten. En ja… Het heeft dan nog wel heel erg lang geduurd voordat we elkaar ontmoet hebben.
Toen ik in het ziekenhuis was, dus een paar dagen nadat ik ontwaakt was, kreeg ik mijn handtas terug. En daar zat een rood vogeltje in. Het was een fluitje en ik dacht een afgebroken sleutelhanger of zo. En ja waarschijnlijk had de politie dat gevonden op straat naast mij en dat in mijn handtas gestoken. En ik vond dat een heel leuk vogeltje. Dat was een beetje mijn talisman geworden op dat moment. En ik had dat gewoon in mijn handtas laten zitten. En achteraf heeft de mama van Sanne mij gebeld. En ja, zij vroeg mij of ik kwaad was op haar dochter. En ik zei van, nee, ik ben niet kwaad op haar. Omdat ik besefte dat zij op haar beurt het slachtoffer was van wat er in de maatschappij nog altijd getolereerd wordt. Van dronken achter het stuur te kruipen. En ik heb haar dan later ook ontmoet, die moeder. En ik vertelde haar dan over het rode vogeltje dat in mijn handtas zat. En ze keek mij aan en ze zei van… ‘Ja, dat is van mijn dochter.’ Dat was een heel vreemd moment, omdat ik toen besefte van, oh, ze is wel uitgestapt. Want zij had in het verslag ook verklaard dat ze niet was uitgestapt, dat ze gewoon was doorgereden. Dus dat was een heel eigenaardig moment. Toen is alles wel heel erg ingestort voor mij. En in die periode had ik ook halvelings met Sanne afgesproken via een bemiddelingsdienst voor slachtoffer en dader. Maar daar kon ik niet meer aan, omdat ik echt helemaal mijn kluts kwijt was van: ja, ze was tóch uitgestapt. Ja, ik dacht van, ze heeft mij dan toch echt achtergelaten voor dood.
Ik zie nog voor mij een foto van haar. Met haar blonde haren. Een mooi meisje met blonde haren. En vanaf toen had ik ook een panische schrik van blonde meisjes. Ik herinner me dat ik dan de tram nam. En dat ik echt, ja, daar zat dan een groepje blonde vriendinnetjes. En ik was niet gerust. Ik voelde mij niet gerust. Ja, ik was bang van haar tegen te komen. Dat is heel eigenaardig wat dat met je doet.
Sanne en ik, we hebben acht jaar lang geen contact gehad. Haar werd het ook verboden om met mij contact op te nemen. Haar advocaat had haar gezegd van nee, het was haar eigenlijk verboden. En mij hebben ze ook aangeraden te wachten tot alles wat juridisch verzekeringen enzovoort. ‘Wacht even af totdat dat allemaal in orde is.’ En ja, en dat duurt zo lang.
Die eerste ontmoeting. Ik herinner mij een zelfverzekerde vrouw die voor mij stond plotseling. Het gesprek dat wij dan hadden met Sanne en ik was… Je voelde echt een enorme opluchting dat we elkaar gevonden hadden. Ik heb aan den lijve ondervonden hoe belangrijk het is van te kunnen vertellen hoe je je voelt bij wat er gebeurd is. Maar ik had wel ook heel erg veel vragen voor haar, uiteraard. Ze zei dat ze het niet leuk vond dat ik in vorige interviews op radio en televisie had gezegd dat het vluchtmisdrijf was. En ze zei van, ik ben echt niet iemand die vluchtmisdrijf pleegt en mij dan pas achteraf zou gaan aangeven. En toen dacht ik van ja, ze weet het echt niet van het rode vogeltje. En toen heb ik haar gezegd, ja, ik ben er eigenlijk vrij zeker van dat je wel bent uitgestapt. Hoezo zegt ze, hoe kan dat nu? Ik zeg, ja, gij hebt iets bij mij achtergelaten. Wat heb ik bij u achtergelaten, vroeg ze. Ja, een rood vogeltje. En toen is zij in huilen uitgebarsten. Ze had zo’n roze trui aan en ze had bijna dezelfde kleur, haar gezicht als haar trui. En ze was aan het huilen en ze was helemaal in paniek geslagen. En heel gek, ik werd er helemaal rustig van, van haar zo te zien. En ze zei zelf van, onmiddellijk van… ‘Wat voor iemand ben ik nu eigenlijk’, zegt ze zo. Dus ergens moet er een besef zijn gekomen van… het verhaal waar ik zelf in geloofd heb, klopt niet helemaal. Maar toen hebben we eigenlijk zelf besloten niet meer te onderzoeken van hoe komt dat nu dat dat rood vogeltje in mijn handtas terechtgekomen is. Achteraf weten we ook niet waar het vogeltje eigenlijk gevonden is geweest. En we hebben het ook eigenlijk onderling een beetje afgesproken van: we gaan het daarbij laten. We weten het niet, wat er gebeurd is. We weten niet waar het vogeltje lag. Want mijn fiets lag ook veel verder dan dat ik zelf lag. Dus ik weet niet of zij mij gezien heeft of niet. En zij weet het zelf ook niet.
Maar ik heb Sanne ontmoet en daardoor gaat je fantasie ook niet meer met jou aan de haal. Ik weet dat zij een oprecht persoon is. Ja, dat is een enorme geruststelling van te weten dat Sanne echt wel een persoon is die verantwoordelijkheid neemt. En dat zij op dat moment de grootste fout van haar leven begaan is. En dat geloof ik honderd procent. En hetgeen wat zij nu dus doet… Zij geeft lezingen overal en ze vertelt echt heel eerlijk haar verhaal. Dat maakt het voor mij heel, heel veel draaglijker allemaal. Er zijn heel veel slachtoffers die lezingen gaan geven aan scholen of in bedrijven of zo. Maar zij is een van de enigen die als dader dat doet. En dat is echt heel erg mooi.
Ik heb er lang over nagedacht hoe het komt dat ik niet echt kwaad op haar ben, persoonlijk. En ik heb het ook lang voor mezelf heel vreemd gevonden dat ik dacht van: moet ik nu kwaad zijn? Of waarom vinden mensen het zo gek dat ik niet kwaad ben? Ik was op dat aspect van de maatschappij heel erg kwaad. Dat er nog altijd mensen dronken achter het stuur kruipen. Maar Sanne was toen een jonge vrouw van 23. Zij heeft het voorbeeld van iemand gevolgd.
Kwaad zijn doet iets met je. Als je altijd kwaad bent, dan gaat dat zich wreken op een of andere manier in je lichaam. En het is een manier om daar echt mee te kunnen omgaan om uit alles het beste te halen eigenlijk. Ook al overkomt je iets heel ergs. Het is nu deel van mijn leven en dat moet ik aanvaarden. Ik heb heel veel geluk gehad bij een ongeval. Maar als je je focust op de negativiteit, dan kom je geen stap verder en dan word je ziek. Ook mentaal en geestelijk wordt je echt…. je kan erin verdwalen en je kan er zo zot van worden als je zelf wil.
Achteraf kan ik wel zeggen dat ik er sterker ben uitgekomen. Eigenlijk heb ik mijn eigen begrafenis meegemaakt. Een week lang heeft iedereen in grote ongerustheid geleefd omdat ze dachten dat ik misschien er niet meer ging zijn. Dát achteraf horen doet ook heel erg veel met je. Weten dat mensen om je geven, dat mensen verdrietig zijn als je iets overkomt… ja, dat is iets dat heel erg ingrijpend is.
Ik heb echt een leven voor en een leven na, zeker en vast. Ik voelde mij eigenlijk als een kort gesnoeid struikje dat dan het volgende jaar knal in bloei staat. Ik ben toch af en toe wel boos. En dan denk ik, goh Sanne toch. En dat is vooral als ik mij buk. Want ik heb altijd hoofdpijn als ik mij buk. En dat komt wel degelijk door het ongeval. Dus als ik in de tuin werk en ik heb daarna barstende koppijn, dan zeg ik toch wel, godverdomme, Sanne. Maar ja. Het is een oefening om altijd door mijn knieën te gaan als ik me buk. En ik denk dat ik dat ergens wel geleerd heb om in alles het positieve te zien en om er uiteindelijk sterker uit te komen.