Felix groeit op met een vader voor wie hij altijd bang is. Tegelijk is dat ook degene van wie hij moet leren wie hij is.
Nieuw: Verhaal Onbekend Extra
Verhaal Onbekend Extra geeft je toegang tot bonusafleveringen, speciale Ask Me Anything-sessies en meer.
En je helpt ons er ook mee om Verhaal Onbekend met veel liefde te kunnen blijven maken 🧡
Credits
Regie: Valentine van der Lande
Montage: Milou van Hirtum
Eindredactie: Annegriet Wietsma
Fine edit, sounddesign en muziek: Rik Rensen (Big Orange)
Jouw rating op luisterplatforms helpt ons om meer luisteraars te bereiken. En meer luisteraars zorgt ervoor dat we meer afleveringen kunnen maken!
Ik zou Felix kunnen heten. En ik heb lange tijd gedacht dat het aan mij lag. Dat ik te gevoelig was. Dat ik me aanstelde. Dat ik een loser was. Dat ik gewoon een beetje beter mijn best moest doen. En het heeft echt jaren geduurd voordat ik begreep dat dat niet zo was. Dit is mijn verhaal.
Het grote verschil tussen het rationeel eigenlijk wel weten dat mijn vader een narcist is en het nooit mij op gelijke hoogte zal zetten, maar toch die emotionele wens blijven houden zeg maar. Dat is denk ik wel de grootste boodschap: dat ik dus nog steeds nu, met 46 jaar, nog steeds daarmee worstel
De allereerste herinnering die ik heb aan mijn vader en eigenlijk de allereerste herinnering die ik überhaupt heb aan mijn leven, is een situatie waarin mijn vader eigenlijk gewoon extreem gewelddadig heeft gereageerd. Ja, als kind zijnde doe je gewoon heel stomme dingen. Ik ben een jaar of drie. Mijn broertje is misschien nog net niet geboren. Ik ben in de woonkamer. Mijn vader houdt erg van mooie spulletjes. En wij hebben dus een stereotoren in de woonkamer staan en naast die stereotoren staat een platenspeler, een pick-up. En de pick-up is een mooie uitvoering waarbij je de plaat eigenlijk op de speelschijf legt en die heeft een hele hoge verchroomde opstaande rand. Dat was heel mooi destijds. En daar leg je dus de plaat op. Nou, dan leg je dus die naald op die plaat…En ik heb op dat moment een watervaste stift in mijn handen. Het is een rode watervaste stift. En ik zet die stift dus… Tegen die chromen rand aan van die platenspeler die aan het ronddraaien is. En je krijgt dus een hele mooie rode streep op dat chroom. En dat vind ik eigenlijk wel heel mooi en heel leuk. Dus ik besluit om die stift daaraan te houden zeg maar. En zo langzamerhand die hele verchroomde rand rood te kleuren.
Nou, mijn vader ziet dat. En als ik me goed herinner, dan zit ik in kleermakerszit voor die pick-up. En vervolgens kan ik me dus nog herinneren dat ik zo ongelooflijk hard word geslagen en zo ongelooflijk hard wordt geschopt dat ik eigenlijk gewoon niet zo heel erg goed weet wat er gebeurt.
Als mijn vader mij voor de eerste keer slaat of trapt, ja dan schreeuw ik het uit. En dat is ook de reden waarom mijn moeder uit de keuken komt. Om mij te beschermen. Om te zorgen dat het stopt. Mijn moeder die springt tussen ons in, maar wordt eigenlijk ook redelijk snel aan de kant gegooid zodat er toch nog een paar flinke tikken uitgedeeld worden. En ik krijg nog een flinke trap na. En dat is nog steeds wel een moeilijke herinnering.
Dit was niet de enige keer. Er zijn wel meerdere keren geweest. Van die eerste tien jaar heb ik eigenlijk weinig andere herinneringen dan alleen maar herinneringen die met mijn vader te maken hebben en die met geweld te maken hebben. Of die te maken hebben met niet kunnen omgaan met kinderen.
Bijvoorbeeld kan ik me nog herinneren dat er een situatie is waarin ik met mijn vader samen naar school wordt gebracht of we moesten samen naar de winkel, we moesten ergens heen lopen. En dat mijn vader zijn snelheid totaal niet aanpast op de snelheid van een drie-, vierjarig jongetje Maar dat je eigenlijk gewoon achter hem aangesleept wordt. En wordt afgesnauwd dat je niet snel genoeg loopt. En dat je een blok bent aan zijn been. En dat je lastig bent.
Ik heb achteraf ook het idee dat het heel vaak mijn schuld is. Of dat nou echt zo is, dat is altijd lastig met herinneringen, zeg maar. Maar mijn vader die wordt echt furieus. Die wordt echt heel kwaad. En dat kan om iets zijn als wippen op je stoel. Wat ik als kind heel erg deed. Ik heb ADHD, dus ik was ongelooflijk bewegelijk als jongetje. En als klein jongetje weet je niet beter. Dus ik denk dat dit gewoon een heel normaal leven is, dat dit gewoon bij het leven hoort.
Een van de andere situaties die ik mij kan herinneren, in die kindertijd dus, is een situatie waarin het avondeten net is geserveerd. We zitten aan tafel, mijn moeder, mijn broertje, mijn vader en ik. Het eten is gekookt en de tafel is net gedekt. En dan gebeurt er iets aan tafel waardoor mijn vader weer heel erg boos wordt. En ik weet dan als klein kind niet zo heel goed wat er precies aan de hand is. En mijn vader die wordt echt furieus. En pakt dus de tafel beet aan zijn kant en gooit dus de hele tafel eigenlijk omver. En tegenover mijn vader zitten dan dus mijn moeder en ik, aan die kant. Dus wij krijgen eigenlijk het net gekookte eten wat mijn moeder in pannen op tafel heeft gezet volledig over ons heen.
Dat is ook weer zo’n heel… geweldsuitbarsting waar je als kind zijnde dan natuurlijk best wel heel bang van wordt. Maar daar eindigt het nog niet, want niet heel veel later zit ik op mijn slaapkamer, want ik ga altijd redelijk snel weer over tot de orde van de dag. Dus ik ben alweer gewoon met mijn blokjes aan het spelen. En mijn vader komt weer naar binnen toe. En dat hij dan de slaapkamer weer binnenkomt, maakt me allereerst heel angstig. Want je bent eigenlijk bang voor weer fysiek geweld. Maar dat wordt dan geen fysiek geweld, maar wat ik dan psychisch geweld noem.
En mijn vader vertelt mij dat hij ons gaat verlaten, dat hij een vriendin heeft, al heel lang, Mieke heet die vriendin, en dat hij dus nu daar gaat wonen en dat dat dus allemaal mijn schuld is. Dus dat ik daar maar even goed over moet gaan nadenken, wat ik allemaal wel niet heb fout gedaan, waardoor hij dus nu eigenlijk mij, mijn moeder en mijn broertje gaat verlaten.
Ja, ik begreep… toen nog niet zo goed en misschien nu nog steeds niet zo goed, wat nou het hele doel was van dat tegen mij te zeggen.
Op het moment dat mijn vader dan tegen mij zegt dat hij ons gaat verlaten voor Mieke, dan gebeurt dat ook. Mijn vader gaat ook het huis uit, voor een kortere tijd. In de jaren daarna woonden we nog samen met het hele gezin. Maar na Mieke zijn er heel erg veel andere dames geweest. En ik denk dat voor vrouwen mijn vader aantrekkelijk gevonden wordt. Want mijn vader is qua uiterlijk als een gentleman. Hij draagt van die lange regenjassen. Hij rookt pijp, heeft grijze haren en ja, als je hem zo op afstand ziet dan is hij best wel zo’n established gentleman. Dus na Mieke kwam weer een andere dame, een Duitse dame. En ik denk dat het voor mijn moeder een combinatie was van het niet werken van haar relatie, de gewelddadigheid van mijn vader en het vreemdgaan van mijn vader continu daarbij ook. En dat zij op een gegeven moment op die manier de knoop heeft doorgehakt om te zeggen van: ik ga hier niet verder mee.
Dan ben ik tien jaar oud, mijn broertje is dan zeven jaar oud en ik weet nog precies hoe… ons dat wordt meegedeeld. Ik word bij mijn ouders naar beneden geroepen… en vertellen ze mij samen dat ze eigenlijk gaan scheiden. En in eerste instantie ben ik daar heel verdrietig over. Dat vind ik heel erg. Dan moet ik heel hard huilen. Maar al heel snel maakt dat eigenlijk best wel plaats voor best wel wat opluchting. Want ik heb toch niet zo’n hele goede herinneringen. Mijn vader was veel weg in die kindertijd. En als hij er wel was, dan was het nooit zo leuk. Dus ja, uiteindelijk was ik best wel heel snel opgelucht dat die periode dat daar een einde aan zou komen. En dat wij dus ergens anders zouden gaan wonen met z’n drietjes.
Op het moment dat mijn ouders uit elkaar gaan, verhuist mijn vader naar een ander huis. Hij verhuist naar zijn Duitse vriendin met haar twee zonen. Een groot huis met een grote tuin met appelbomen. En zij wonen redelijk dicht over de grens bij waar wij wonen, ongeveer twintig minuutjes met de auto.
En dan breekt er eigenlijk een korte periode aan van relatieve rust. Mijn moeder vindt ook heel snel een nieuwe partner. Met die partner is ze nu inmiddels alweer 36 jaar samen. Ook mijn vader is gelukkig met zijn Duitse vriendin. En iedereen lijkt wel een klein beetje happy. En voor mijn eigen gevoel is er dan ook wel wat rust overal.
En dan denk je bij jezelf, oké, dit is wel prima op deze manier.
Ik heb van die tijd ook eigenlijk misschien toch wel wat gelukkige herinneringen ook nog met mijn vader samen. En één uit die periode bijvoorbeeld was dat het heel mooi weer was buiten. Het was heel warm buiten en het Eurovisie Songfestival zou die avond op televisie komen. En dan praat je dus ook weer over eind jaren 80, begin jaren 90, zo rond die tijd. Dus nog met zo’n beeldbuis televisie die werd dan de tuin in gesleept want het was hartstikke warm. En buiten in de tuin hebben wij toen het Songfestival gekeken met hem en zijn Duitse vrouw en die twee zonen en de familie die erbij kwam. Dus dat zijn ook wel hele mooie momenten.
Maar na deze relatieve rust breekt er eigenlijk een periode aan die mij nog veel meer geraakt heeft. Die nog veel meer onder mijn huid is gaan zitten. En hier schaam ik me eigenlijk nog steeds op een rare manier wel een beetje voor.
Ik ga dan naar school, ik krijg maatschappijleer en ik heb dan net geleerd tijdens maatschappijleer dat de EU iets heel goeds is. Niet veel later krijg ik met mijn vader een gesprek aan tafel over de Europese Unie. Ik meng mij in die discussie want ik heb wat geleerd en ik wil ook graag meepraten zoals iedereen aan tafel meepraat over de Europese Unie.
En ik zeg dan dat ik het een hele goede samenwerking vind, dat eigenlijk alle doelen daarmee heel goed worden bereikt: geen oorlog meer, economische voorspoed…. Ja, en dan grijpt mijn vader eigenlijk in en dan valt die hele tafel stil. Op dat moment dat ik dat ventileer die mening, ja… maant mijn vader iedereen tot stilte. Met zo’n handgebaar, weet je: iedereen moet stil zijn. En hij blijft mij dan dus aan die tafel heel indringend aankijken. En dat is een ongelooflijk gespannen sfeer. En op een gegeven moment begint hij te lachen en herhaalt hij mijn zin. En dat gaat van normaal lachen echt tot schaterlachen. En dat schaterlachen maakt dan plaats, echt, voor zijn buik vasthouden en hij begint het maar bijna zingerig te zeggen, huilend van het lachen daardoorheen, en uiteindelijk ligt hij op de grond van het lachen. Hij moet zo hard lachen om mijn opmerking… en de hele tafel lacht dus uiteindelijk mee.
Ik weet dan nog dat ik op dat moment dus aan tafel zit en iedereen is aan het lachen, mijn vader is het hardst aan het lachen en ik herinner me op dat moment echt nog paniek. Ik kan de situatie gewoon heel moeilijk lezen en dat is een heftig gevoel. En ik breek ook op dat moment aan tafel. Ik kan niet meer sterk zijn, zeg maar, en ik begin gewoon te huilen.
Ja, dat landt natuurlijk ook wel helemaal niet goed, want dat is dan het volgende punt waar je eigenlijk op aangepakt wordt, want je bent dan toch wel een huilebalk, dat je hier nog om moet gaan huilen als je vijftien jaar oud bent. Ik heb nu nog steeds best nog wel situaties dat ik me ongemakkelijk voel omdat ik bang ben dat mensen mij gaan uitlachen.
En ik geloof dat dat echt van die situatie gewoon nog steeds over is gebleven.
Mijn vader had de neiging om mij vaker belachelijk te maken. Iedereen trouwens belachelijk te maken. Het was niet alleen ik. Alleen ik kreeg wel opvallend vaak zijn woede en zijn aanvallen over mij heen. Het kon eigenlijk van alles zijn. Op meerdere manieren. Dus ja, ‘je bent nog een piemeltje’. ‘Je komt net kijken’. ‘Wat stel jij nou helemaal voor? Wie ben jij nou helemaal?’
Ja, dat begint min of meer… een soort pestgedrag. En dat is eigenlijk wel iets wat ik nog nooit echt tegen mensen heb verteld want dat vind ik altijd wel heel lastig om daarover te praten. Omdat je gepest wordt door je eigen vader. Dat is natuurlijk iets wat misschien nog wel meer met me heeft gedaan dan die woede-uitbarstingen. Want op een gegeven moment leer je redelijk snel dat… zo’n woede-uitbarsting is een kort moment. Zet je even schrap, verander in een steen voor twee minuten en je bent ervan af. Maar die psychische opmerkingen en het pesten wat er gebeurde, dat bleef heel erg lang onder mijn huid zitten. Want waarom zou je nou eigenlijk jouw eigen zoon, je eigen kind, zo willen plagen?
En mijn vader is er dan ook heel erg goed in om mij en mijn broertje tegen elkaar op te zetten. Om gewoon bij een voorbeeld te beginnen. Ik en mijn broertje, wij hebben ruzie. Dat hebben volgens mij alle broers en zussen. Wij hebben ruzie, wij hebben veel ruzie, we slaan elkaar. Eigenlijk alles wat er gewoon een beetje bij hoort bij jongetjes van 14 en 11 jaar oud.
Alleen al heel snel wordt wel heel duidelijk dat als wij ruzie hebben, dat mijn vader eigenlijk dan meteen een van de twee gelijk geeft en de andere helemaal afbrandt. Maar ook echt helemaal tot op het bot afbrandt. En dat doet hij continu, waardoor er tussen mijn broertje en mij eigenlijk een soort argwaan begint te ontstaan. Want je bent niet meer door dik en dun broers tegen de rest van de wereld, maar stiekem, als jij dan een keer gelijk krijgt, geniet je daar wel een klein beetje van. En dat heeft de band met mijn broertje dermate verstoord…. die is daarna ook nooit meer helemaal goed gekomen. Dus wij hebben geen echte hele fijne leuke broerrelatie.
Dat komt daardoor. En ook omdat hij ietsje meer naar mijn vader toe neigt. En ik ietsje meer naar mijn moeder toe neig.
Ik vind het uiteraard wel heel jammer dat ik nooit echt een goede band heb kunnen opbouwen met mijn broertje. Want ik mis natuurlijk wel een diepgaande band. En ik zie dat bij vrienden om mij heen, dat dat een hele mooie diepe relatie kan zijn. Met een hele diepe band van vertrouwen. En het spijt mij heel erg dat ik dat nooit met mijn broertje heb kunnen opbouwen.
Maar ik denk dat mijn broertje en ik ook geen schijn van kans hebben gehad om het überhaupt op te bouwen met z’n tweeën. Vanwege dat wantrouwen naar elkaar toe. En wantrouwen klinkt dan heel negatief…maar als er natuurlijk continu een wig tussen je gedreven wordt… …dan is dat lastig.
En mijn vader vloekt ook veel. Dan wordt mijn moeder standaard ‘dat kutwijf’ genoemd. Dus elke communicatie die gaat over mijn moeder, die is dan over ‘dat kutwijf’. En dat doet natuurlijk heel veel met je als kind van die leeftijd. Want dat is iets wat je gewoon niet wil horen over je eigen moeder. Ik hield en hou heel veel van mijn moeder. Dus dat deed gewoon heel veel pijn.
En die nieuwe partner… mijn moeder heeft best wel heel snel na de scheiding ook een nieuwe partner gevonden. Daar is ze inmiddels mee getrouwd. En elke keer opnieuw wordt die man ‘de kolenboer’ genoemd. Dus ‘dat kutwijf’ en ‘de kolenboer’.
Dan begin ik langzamerhand door te krijgen dat mijn vader niet ‘normaal’ is tussen aanhalingstekens En niet reageert zoals een normale persoon reageert. Want mijn vader die zal bijvoorbeeld nooit zeggen dat je iets goeds hebt gedaan, dat je iets goed hebt geleerd. En dat begint dan een beetje te dagen bij mij. Want dat is vreemd.
Want in de pubertijd begin ik echt een vriendengroep te krijgen. Een grote groep mensen die mij accepteren en die mij wel zien voor wat ik ben. In plaats van… iemand die dat gewoon niet wil en niet kan zien. En dan merk ik ook dat ik dus door die vriendengroep wordt begrepe,n zeg maar. En ik begin ook steeds meer naar die vriendengroep toe te trekken. En dat is denk ik ook wel mijn grote redding geweest in die tijd. Dat ik natuurlijk een situatie heb bij mijn moeder thuis die relatief rustig is. En dat ik gewoon veel vrienden begin te krijgen en ook veel activiteiten begin te gaan ondernemen. En dus ook een beetje van het leven buiten het familieleven, begin te proeven.
En dat merk je ook denk ik dat dat misschien een verschil is tussen mij en mijn broertje. Want ik ben een extravert persoon, ik praat graag, ik praat veel, ik maak van mijn hart geen moordkuil, en mijn broertje is dat helemaal niet. Die draait eigenlijk naar binnen toe en die keert zich steeds meer naar binnen toe. En…. dat blijkt later toch wel een steeds groter probleem te worden voor mijn broertje.
Ik denk dat je als je twee broers hebt, mijn broertje en ik, en er wordt heel veel druk op je uitgeoefend, door een persoon als mijn vader. En je bent van steen, dan krijg je scheuren, dan raak je beschadigd. Maar als je van een flexibeler materiaal bent, dan veer je terug. En dan zie ik mezelf als iemand die toch gewoon elke keer terugveert.
Mijn vader is verhuisd naar China, volgens mij toen ik 16 of 17 jaar oud was, en heeft daar heel lang gewoond.
En destijds, dan praat nog over pre-WhatsApp en pre-iPhones en dergelijke, was contact met China gewoon best lastig. En rond die tijd wordt het contact met mijn vader ook echt wel een stuk minder. Maar om te voldoen aan wat ik dan normaal contact vind met je vader, bel ik hem dan één keer in de twee weken, op zondag. Want dan kan mij nooit verweten worden dat ik geen contact heb opgenomen. Want dat is in het verleden ook al heel vaak gebeurd. En dat is nu makkelijk. Ik bel gewoon eens in de twee weken en daarmee is er een soort vorm van contact en wordt alles wel wat rustiger.
Rond mijn twintigste ga ik het huis uit, dat is dan het huis van mijn moeder en mijn stiefvader inmiddels, en ga ik op mezelf wonen. Dan woon ik nog enige jaren in Limburg, maar al heel snel verhuis ik naar Amsterdam. Ja, en dan begint er eigenlijk een heel ander leven. Dan begint… ook al is Amsterdam maar twee uurtjes vanaf Limburg, toch laat je alles achter je en kom je met nieuwe mensen in contact, leer je nieuwe vrienden kennen en vanaf dat moment is mijn leven echt gewoon opgestegen.
Mijn broertje heeft nooit een heel stabiel leven gehad, helaas. Ik had hem dat graag gegund, maar het is altijd toch wel een beetje problematisch geweest. Hij had in Nederland Chinees gestudeerd, natuurlijk omdat mijn vader in China zat, daar heb je dan een raakvlak mee. En hij kon hier niet verder, want op die school waar hij zat kon je maar twee jaar volgen. Daarna hield het programma op, omdat er niet genoeg leerlingen waren. En dan heb je hier dus een basis geleerd in Chinees, en dat wilde hij verder uitdiepen.
Dus mijn broertje is naar China gegaan en is eigenlijk in hetzelfde appartementencomplex gaan wonen als mijn vader. Maar ja, dan praat je wel over een Chinees appartementencomplex. Dus dan heb je wel eventjes duizend appartementen in één toren. En heeft uiteindelijk ook op een Chinese school Engelse les gegeven.
Hij had een redelijk zwaar leven hier in Nederland. Ging toen naar China toe om daar het verder op te pakken, zeg maar. En dat leek op afstand heel goed te gaan.
En ineens is hij dood.
Ik kan me dat nog goed herinneren, dat ik op het vliegveld stond. Ik zou naar Madrid gaan en ik sta bij de gate aan het vliegtuig en ik krijg een telefoontje van mijn vader. Die ik eerst wegduw, want ik heb niet zoveel zin in mijn vader, ik ga naar een leuk weekend in Madrid. Maar hij blijft bellen. Dus mijn tegenzin neem ik eigenlijk op en krijg te horen dat mijn broertje is overleden.
Het duurt echt lang voordat het landt in je hoofd wat er eigenlijk gebeurd is. Het is zo’n situatie die zo ver weg van je staat, dat ik gewoon het vliegtuig in ben gestapt. Ik zeg ja, ik kan toch niks doen hier in Nederland, dus ik ga wel gewoon een weekendje naar Madrid.
En in dat vliegtuig naar Madrid, die paar uur, dan begint jouw brein alles te verwerken en een plaats te geven. En dan denk je bij jezelf, ja, hoe stom ben je dat je überhaupt een vliegtuig in bent gestapt? Want je moet natuurlijk meteen naar huis, je moet naar je moeder toe. Nou, dat heb ik ook meteen gedaan. Ik bedoel ik ben naar Madrid gevlogen en rechtsomkeert meteen weer teruggevlogen.
Op het moment dat mijn broertje overlijdt zijn wij naar China gegaan. Daar hebben we dus een Chinese uitvaart gehad. En in eerste instantie krijgen wij te horen van mijn vader… dat mijn broertje is overleden aan een hartstilstand.
Ik vind dat vanaf het prille begin al een heel vreemd verhaal. Want ik vertrouw het niet. Ik kan me dat gewoon niet voorstellen. En ik heb ook al ervaringen eerder in mijn leven dat mijn vader gewoon de waarheid verdraait. Of de waarheid verdraait…. gewoon glashard liegt.
Na de uitvaart ga je terug naar Nederland. En dan begint mijn vader best wel veel te drinken. En begint hij vaak ‘s nachts te bellen. En dan spreekt hij voicemails in. Eén van deze voicemailberichten praat hij weer met dubbele tong. Is hij weer dronken. En mijn vader zegt, ik heb jullie beschermd voor de waarheid. En vertelt hij eigenlijk dat mijn broer niet aan een hartaanval is gestorven, maar dat hij zelfmoord gepleegd heeft.
Ik vind zelfmoord een heel… naar woord. Ik kan goed praten over alles wat er gebeurd is, maar dat is wel een stukje wat ik nog moeilijk vind. ‘Hij is doodgegaan’ klinkt anders dan ‘hij heeft zelfmoord gepleegd’.
De dood van mijn broertje heeft echt een impact gehad op alles en iedereen. En met name natuurlijk omdat hij het zelf gedaan heeft. Dat is wel echt heel heftig.
Uiteraard ben ik voor een aantal zaken hiervan in therapie geweest. En mijn man is psycholoog. Dat zou je toeval kunnen noemen. Dat zou je misschien ook wel het lot kunnen noemen. Hoewel ik daar niet heel erg in geloof. Maar het heeft zeker wel meegeholpen. Als ik hem leer kennen, dan is hij net teruggegaan naar de universiteit. Hij wil psycholoog worden. En daar praten we heel veel over. En zodoende ben ik me echt gaan verdiepen in een aantal aandoeningen en wat dat dan inhoudt.
Daar stonden een aantal punten op. En ja, van alle punten die je kan toeschrijven aan iemand met narcisme, stond mijn vader allemaal bovenin. En dan valt er in één keer heel veel op zijn plek.
Narcisme is een persoonlijkheidsstoornis. Ja, en die kenmerken zijn onder andere: een verhoogd gevoel van eigenwaarde. Dus dat jij eigenlijk altijd een stukje belangrijker bent dan de rest. Moeite hebben om gelijkwaardige relaties aan te gaan met andere personen. En je hebt ongelooflijk weinig empathisch vermogen.
Dus je hebt eigenlijk bijna geen idee…hoe het is om je in te leven in de andere persoon. Als je dan door die bril gaat kijken, dan klopt ook in één keer alles. Waarom hij zo gewelddadig was. Waarom hij kleineerde.
Het helpt mij om wat milder naar mijn vader te kijken. En misschien nog wel belangrijker: wat milder naar mijn acties van toen te kijken.
Je bent soms geneigd om terug te kijken, dat je denkt: ik had anders moeten reageren. Ik had moeten vechten, of ik had niet… ik had moeten terugschreeuwen. En ja, ik vond mezelf ook echt wel een loser, absoluut, echt met hoofdletters. En dat heb ik lang gehad, continu terugkijken naar het verleden en vinden dat je dingen anders had moeten doen.
En dat heb ik wel meer losgelaten daardoor. Omdat ik het nu kan plaatsen als iets wat aan hem lag en wat nooit aan mij gelegen heeft.
In de jaren die daarop volgen, ja, heeft mijn leven echt een hele andere wending genomen. Vanaf dat moment word ik eigenlijk omringd door mensen die echt in mij geloven. Veel positieve mensen om me heen gehad, veel kansen gekregen, veel vrienden, en eigenlijk alles wat ik nodig heb is aanwezig geweest.
Ik denk zeker dat deze periode met mijn vader veel sporen heeft nagelaten in mijn leven. Ik denk dat ik daar ook op latere leeftijd heel veel last van heb gehad. Maar nu zit ik hier vanuit een positie… ik heb een fijn leven, ik ben gelukkig, het gaat heel erg goed. Ik heb rijk leven, sociaal leven, vrienden, dus dat helpt ongelooflijk. En ik denk ook dat ik nu, sinds ik met mijn man samen ben, wij zijn nu tien jaar getrouwd, dat dat eigenlijk wel de grootste bron is van mij om vrede krijgen.
En ik denk ook dat dat de reden is waarom ik nu terugkijk. En ook naar mijn vader kijk met medelijden. Want ook in zijn huidige situatie zit hij dus weer in het buitenland. Hij woont samen met een dame die ik nog nooit gezien heb. En dat is zijn wereld. Hij heeft nul vrienden. Nul contact om zich heen. Mijn broertje is er niet meer. Zijn ouders zijn er niet meer. Ik ben het enige kind wat hij nog heeft.
Ik heb nog steeds contact met mijn vader na alles wat er gebeurd is. Omdat ik het contact afkappen gewoon toch nog te moeilijk vind.
In mijn hoofd zou ik alles willen afkappen. Dan zou ik altijd die afstand willen houden. En had ik dat eigenlijk al twintig jaar moeten doen. Maar ja, dan komt corona. En dan komt er zo’n man in zijn eentje terug uit Azië om weer hier te wonen voor een tijdje. Die niemand heeft. Ja, dan ga ik toch maar weer op bezoek. En dan ga ik maar weer één keer in de maand toch even naar mijn vader toe. Want die zit daar ergens helemaal alleen in een huisje in Lochem. Zonder iemand die hij kent. En dat vind ik dan heel zielig. En dan ga ik toch weer daar naartoe. Maar het is nooit echt gezellig.
Wat voor mij het moeilijkste is, is het irreële loyaliteitsgevoel. Er zit een loyaliteitsgevoel. Maar ik weet niet zo goed waarom. Maar het blijft er gewoon zitten. Je hoofd en je hart lopen niet altijd hand in hand met elkaar. Ik denk dat dat voor mij hier ook heel erg speelt. Blijkbaar zit er iets in mij waardoor ik denk dat ik een beter mens ben als ik het dan toch maar weer gedaan heb.
En dat ben ik eigenlijk ook. Want ondanks alles ben ik er wel voor hem, op dat moment.